De kunst van het voorleggen

Voorlegh boekzaterdag 18 oktober 2014 – Tegenwoordig noemen we het ‘voorsnijden’, maar in de 17e en vroege 18e eeuw gebruikte men hiervoor het woord ‘voorleggen’. Neerleggen, zo verklaart het WNT de letterlijke betekenis, of: uitstallen.

Al sinds de 16e eeuw verschenen er in Europa voorlegboekjes waarin de kunst van het voorleggen van kippen, koeien en varkens uit de doeken werd gedaan. Italianen, voorop lopend in de hoofse kunst der wellevendheid, kenden reeds in 1581 het voorlegboekje Il Trinciante, geschreven door Vincenzo Cervio. Deze was als voorsnijder in dienst van kardinaal-diplomaat-kunstverzamelaar Allessandro Farnese.

In West-Europa verschenen al spoedig meer voorlegboekjes, zoals in Duitsland. Zo zag reeds in 1620, in Leipzig, het enorm populair geworden Trincier, Oder Vorleg-Buch het licht. Het werd in 1639 vertaald in het Nederlands, gedrukt en uitgegeven door de Leidse boekverkoper Jacob Roels: Voorlegh Boeck ofte Maniere om verscheyden Soorten van Spijse Soo gesooden als Gebraden, aen de Vorck voor te Snyden ende om dienen.

Het is het oudst bekende Nederlandstalige werk op het gebied van de voorlegkunst. Het prachtig geïllustreerde instructieboekje is geschreven door de in Rome werkzame trancheerexpert Giacomo Procacchi. Het moet tot voorbeeld hebben gediend voor vele latere kookboekschrijvers. Zoals voor Hieronymus Sweerts, de schrijver van de De cierlycke Voorsnydinge Aller Tafel-Gerechten (1664), dat door culinaire historici dikwijls als oudste Nederlandstalige voorlegboekje wordt opgegeven. — RvV

¶ Met dank aan Paul Hoftijzer, die tijdens zijn lezing over de Leidse boekcultuur in de 17e en 18e eeuw wees op dit oudst bekende Nederlandse voorlegboekje.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *