Rousseau als olympisch warhoofd

Kees ’t Hart op grandioze herhaling met Teatro Olimpico

Teatro Olimpicowoensdag 22 oktober 2014 – Als er een prijs uitgeloofd mag worden voor de schrijver die het vermakelijkst de achttiende eeuw onklaar maakt, dan is Kees ’t Hart de zekere winnaar. In 1988 bundelde hij in zijn debuut Vitrines drie verhalen, waarvan ‘Rousseau’ er een was. Onlangs verscheen van ’t Hart de roman Teatro Olimpico, waarin het net als in het verhaal om de voorstelling ‘Rousseau’ gaat.

In de roman gaat het toneelstuk over de grenzen, naar Vicenza. De vergelijking tussen verhaal en roman valt zonder enige twijfel in het voordeel van de roman uit: wat in het verhaal nog verbijsterend en ontregelend was – het ‘sokkelprobleem van de achttiende eeuw’ – is in de roman ontzettend grappig.

In Teatro Olimpico raken twee Haagse toneelmakers in de ban van een Italiaans avontuur. Na de Nederlandse voorstellingen van hun ‘Rousseau’ – mooie recensies! – is er een Italiaan met een on-Italiaanse naam, Jim (‘Dzjiem’) Staborowsky die komt vertellen dat het toneelstuk zo goed aansluit ‘bij actuele theateropvattingen in Italië’. De scepsis verandert bij Hein en Kees al snel in opwinding.

De roman heeft de vorm van een verslag, bedoeld voor en gericht tot een beoordelingscommissie. Het is Kees die beschrijft hoe Hein en hij met de beste bedoelingen steeds meer geld moesten voorschieten en hun toneelstuk verbouwd zagen worden door tientallen Italianen, die zich in steeds wisselende samenstelling vergrepen aan het idee van de Nederlanders. Kees en Hein zijn met grote regelmaat ‘woedend’, maar kiezen er uit tactische overwegingen vaak voor om beleefd te blijven – ‘alles in bedekte termen’ – en de boosheid in te slikken. Als ze al eens écht kwaad worden, komt dat door gebrekkige kennis van het Italiaans niet over.

Het zijn fantastische schlemielen. Hun praatjes liegen er niet om, maar ze lijken de enigen te zijn die er geloof aan hechten. Zij zingen de lof van het ‘professioneel amateurisme’ en beschouwen Rousseau als een man die ‘ongelijk probeerde te krijgen’. Dat de sterren bepaald niet gunstig staan, weten de theatermakers al in het begin van het boek als ‘Dzjiem’ over een mislukt theaterproject verklaart dat de mislukking ‘typisch Italiaans’ was.

Het knappe van de roman is dat ’t Hart de goedgelovigheid geloofwaardig maakt. In hun kinderlijke geloof in een goede afloop zijn Hein en Kees niet alleen sukkels maar ook helden: wie zich laat leiden door gerechtvaardigd cynisme komt niet in Vicenza, krijgt geen schouderklopjes van Umberto Eco. Hein en Kees slaan zich met krankzinnig gekwek en kolossale zelfverblinding door het theatrale leven: het zijn net mensen! Belachelijk, maar ook niet. Het Italiaanse avontuur eindigt met een grote fik en een enorme schuld. Zoals het leven zelf. — PA

¶ Kees ’t Hart, Teatro Olimpico. Uitgeverij Querido. ISBN 978 90 214 5599 0. Prijs: € 18,99.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *