Gouden klinkers in Zoetermeer

Zoetermeer, J Besoet 1761 - vStockum 20141104zaterdag 25 oktober 2014 – Deze ingekleurde prent uit 1761 toont een belangrijk kruispunt in Zoetermeer. Voor ons zien we de Dorpsstraat, die in de 18e eeuw de Heerestraat heette en toen in Zegwaart lag. Achter ons lag Zoetermeer, dat in 1935 Zegwaart zou opslokken. De Heerestraat was een belangrijke verbindingsweg van Den Haag naar Gouda. Links staat de herberg waar Weyerman ooit, in 1732, onder het genot van een stevige pijp tabak en vele flessen wijn sprak met de baron van Syberg.

Syberg was een luidruchtige eenarmige Duitser die dankzij de steen der wijzen de kunst van het goud maken beheerste. Weyerman en Syberg spraken over de alchemie en het hermetisme, de ondoordringbare wijsbegeerte die geassocieerd wordt met de mythische filosoof Hermes Trismegistos. Syberg nam zijn intrek in Meerrust, een ‘vermaakelyke Buitenplaats’ even verderop in de Heerestraat.

Daar vonden bacchanalen plaats, waar de boertjes en boerinnetjes uit de wijde omtrek op afstand van konden mee genieten, als we de Hollantsche Historische Courant mogen geloven. Syberg beloofde hun zelfs de Heerestraat met goud te zullen plaveien. ’s Nachts wandelde hij als de ongekroonde koning van Zegwaart en Zoetermeer door de verlaten straat. Zijn knechts liepen voor hem uit en speelden bij toortslicht op hun muziekinstrumenten. Dat Syberg een oplichter was, had men in eerste instantie niet in de gaten.

De prent wordt momenteel aangeboden door veilinghuis Van Stockum. Hij is gestoken door Jan Besoet, die algemeen wordt omschreven als een Haagse plaatsnijder van middelmatige verdiensten. Die middelmatigheid is wel van de prent af te lezen, maar juist door het rare perspectief is die prent erg aandoenlijk. Besoet was een rare druif die lang niet altijd zijn rekeningen betaalde. In de herfst van 1769 werd hij op last van zijn schuldeisers uit huis gezet. Om hulp te krijgen zag hij nog slechts één uitweg: de uitvalsweg van Den Haag, richting Voorburg. Hij ging aan de kant van de weg op een stoel zitten. Omdat het kil en koud was, had hij zich niet alleen in een jas maar ook in een deken gewikkeld. Zijn voeten werden door een stoof verwarmd.

Passanten toonden echter weinig mededogen met de stijfhoofdige kunstenaar. Iedereen reed hem voorbij. Omdat hij zijn sit-in ook na enkele dagen niet wilde beëindigen, besloot het stadsbestuur hem van straat te halen. Kennelijk had men door dat je zo niet met burgers omging. Hij kreeg dan ook een nieuw onderkomen, maar overleed spoedig daarna (bron). Overigens geeft de RKD als naamsvariant Iven Besoet. Hij was afkomstig uit Leiden, en werkte tussen 1747 en 1762 voor de Haagse uitgevers Scheurleer en Langeweg. Hij overleed op 8 december 1769. — RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *