De draaister

Draaisterzaterdag 1 november 2014 – Rondtollende derwisjen kende ik wel: dansende geestelijken in een hoepelrok. Maar in de Vaderlandsche kermisvreugd (Dordrecht, H. de Haas en Compagnie 1782) vond ik deze draaister, die mij onbekend voorkwam. Ze moet regelmatig op kermissen te zien zijn geweest, net als liedjeszangers, goochelaars, vertoners van toverlantaarnplaatjes, koekverkoopsters, jongleurs en noem maar op.

Deze draaister balanceert met een dienblad met glazen op haar hoofd. Aan haar zwierende rok is de draaïng in haar lichaam te zien. Er steken twee degens in haar decolleté, maar wat ze er precies mee doet is niet helemaal duidelijk. Haar handen zijn niet goed te zien: vermoedelijk draait ze ook die in een razendsnel tempo rond. De toeschouwers vergapen zich aan haar kunsten. De hond op de voorgrond daarentegen heeft meer aandacht voor etensresten.

De Vaderlandsche kermisvreugd bevat acht plaatjes van Karel Frederik Bendorp, een Dordtse schilder, tekenaar en etser die nog les heeft gehad van mijn geliefde Rotterdammer Dirk Langendijk. Bij de plaatjes zijn korte versjes afgedrukt van de Dordtse gelegenheidsdichter Roelof Arends.

Het was een populair werkje, zo blijkt uit de reconstructie van de drukgeschiedenis op de website van Forum, die een uitgave met ingekleurde prentjes uit 1810 van Blussé & Zoon te koop aanbiedt voor maar liefst € 1600. Deze editie is ook opgenomen in DBNL, maar de illustraties daar zijn, toegegeven, veel minder mooi om te zien.

De versjes van Arends hebben in de uitgave van 1810 plaatsgemaakt voor nieuwe teksten, die veel minder moralistisch zouden zijn. Omdat ik zo snel de oorspronkelijke tekst niet kan vinden, waarin overigens ook gewaarschuwd wordt tegen kermisklanten, volgt hieronder de tekst van Arends’ anonieme opvolger. Heel Bataafs, dat wel. — RvV

Ai! zie dees vlugge Draaister zweven,
Haar rokken spreiden in het rond.
De voeten raken pas den grond;
Zoo wordt een zweeptol omgedreven!
Maar wacht nog treffender gezicht,
Zij zal twee blanke klingen zwaaijen.
De scherpe punten, onder ’t draaijen,
Zetze op haar borst in evenwigt.
Ai! merkt wel op, Bataafsche spruiten,
Een arme deern stelt zich ten toon,
En doet haar kunst om sober loon,
Ja tart gevaar voor weinig duiten!
O jeugd van min bekrompen stand,
Die beter aanleg hebt verkregen,
Erken door nijverheid dien zegen,
Ten nut van u en ’t Vaderland.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Één reactie op De draaister

  1. Jo Vromen schreef:

    Mooi. In Maastricht werden vrouwen die zich misdragen hadden een aantal eeuwen geleden voor het stadhuis in een draaiende kooi gezet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *