Actualisering en historisering

Interventies in de familieportretten van Adriaan de Lelie en tijdgenoten

Familie Roukens, Laquymaandag 3 november 2014 – Het dressoir in de kamer van mijn moeder biedt een expositie in voortdurende beweging. De trouwfoto’s van de kinderen, vooral recente foto’s van de kleinkinderen zijn er te zien, bedoeld voor mijn moeders ogen, maar ook voor die van bezoekers, haar kinderen en kleinkinderen.

Mijn moeder brengt met enige regelmaat veranderingen aan in de opstelling, sommige kleinkinderen krijgen en verliezen de prominente positie; bij mijn weten zijn twee foto’s verwijderd, eentje ligt met gebroken glas in de lade, een ander, ‘die heb ik weg gedaan, met verdriet, dat gezicht kan ik niet meer zien’.

Aan die veranderlijke tentoonstelling moest ik denken bij het bezoek aan het koetshuis van Museum van Loon, Keizersgracht 672 in Amsterdam, waar een unieke collectie van achttiende-eeuwse familieportretten van Adriaan de Lelie (1755-1820) te zien is, nog tot 19 januari 2015.

Op heel wat schilderijen wordt het interieur verrijkt met geschilderde portretten van intussen overleden voorouders, waarmee het schilderij zijn herinneringsfunctie als het ware verdubbelt: niet alleen de ten tijde van het poseren nog ademende leden worden vereeuwigd, maar ook de herinnering aan de dode voorouders wordt vastgelegd. De levenden koesteren de herinnering en roepen degenen die decennia, eeuwen later naar het familieportret op om de afgebeelde mannen, vrouwen en kinderen in ere te houden. Soms zit er in het familieportret ook een appèl om de getoonde welvaart op zijn minst te behouden: zo goed hadden wij het, zo harmonieus leefden wij, neem daar een voorbeeld aan!

Soms zit er in die aanwezigheid van dode voorouders ook een politieke boodschap. In het familieportret van de familie Roukens (zie hierboven), door Willem Jospeh Laquy, staat terzijde van het familiegeluk een borstbeeld. Het is de buste van Willem Roukens, een voorvader van de afgebeelde Roukens. Willem werd in 1705 in Nijmegen onthoofd, omdat hij getracht had gewapenderhand de macht in het stadhuis over te nemen. Op het familieportret, dat Adriaan de Lelie van de familie Van Loon vervaardigde, koestert de jongste spruit een oranjeboompje.

De herinnering wordt op eigenlijk alle schilderijen gekoesterd, maar op enkele zijn de sporen te vinden van de vernietiging van de herinnering. Tragisch is het ontbreken van Marie Feitama op het schilderij van Wybrand Hendriks. De vader kijkt er streng, zijn linkerhand rust er op een boek; de moeder oogt teneergeslagen. Tussen beide echtgenoten is er wel enige ruimte. Is daar of terzijde plaats geweest voor de dochter die tegen de zin van de ouders met een militair trouwde? Op de grond en op een zetel liggen bloemen, waarin misschien herinneringen aan de bloeiende jeugd van Marie gelezen mogen worden.

Ondubbelzinniger en onhandiger is de verdwijning van het dienstmeisje, via de zijdeur, op het schilderij dat De Lelie maakte van de familie van Gerrit van Haarst. Haar omtrekken zijn nog wel zichtbaar en zichtbaar is de ambitie om de herinnering aan haar te vernietigen, haar gezicht van het dressoir van de herinnering te mieteren. Zij paste niet meer in het portret, zoals ook Marie uit beeld verdween en de familie bij de nieuwe tijd werd gebracht. De tentoonstelling laat terzijde zien hoe Adriaan de Lelie zich akkoord verklaarde met de actualisering van de door hem geschilderde familieportretten. — PA

¶ Bij de tentoonstelling verscheen een fraai-geïllustreerde en informatieve monografie van Josephina de Fouw, Adriaan de Lelie 1755-1820. Het achttiende-eeuwse familieportret. Lees hier een eerder bericht over de expositie.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *