Bouquetreeks of meesterwerk

Strubbelingen koetszaterdag 22 november 2014 – ‘Onder alle de meesterstukken van menschlijke wijsheid, en vernuft, welke onze nu ten einde spoedende Eeuw heeft opgeleverd, bekleeden voorzeeker de twee hier boven genoemde Geschiedenissen eenen zeer voornamen rang.’

Met deze woorden begint Johannes Allart zijn Bericht van intekening op de geschiedenissen van Clarissa Harlowe en van Karel Grandison (1796). Allart had een uitstekend gevoel voor potentiële bestsellers. Bij de Geschiedenis van Karel Grandison (1797-1802) was dat overigens niet zo moeilijk, want eind 18e eeuw kende iedereen wel het verhaal dat menig meisjeshartje sneller deed kloppen. De brievenroman van Samuel Richardson was al in 1753 verschenen. Drie jaar later al zag de Nederlandse vertaling van de vrijzinnige doopsgezinde predikant Johannes Stinstra het licht, die menige herdruk beleefde.

Het verhaal gaat over Harriet Byron: een beauty zonder ouders maar wel met een grote erfenis in het vooruitzicht. Ze wordt gekidnapt. Er wordt geen losgeld gevraagd maar, heel achttiende-eeuws, ze wordt gedwongen te trouwen met de boef die zo de beschikking hoopt te krijgen over haar vermogen. Grandison redt haar uit deze benarde situatie, waarna er de liefdesperikelen ontstaan die we nog steeds kennen uit allerlei Bouquetreeksromannetjes. Eind goed, al goed.

De uitgave van Allart is voorzien van prachtige illustraties van Reinier Vinkeles. Op de prent hierboven wordt Harriet Byron door Grandison geholpen bij het uitstappen uit de koets. De man op de bok wordt onder vuur gehouden. Op de grond, rechts, ligt een man met een van zijn benen tussen de spaken van het voertuig. Steek en degen liggen op de grond. Drie keer raden wie hier de good en wie de bad guy is. — RvV

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *