Rousseau wil maar niet dood

Paul Claes’ pamflet tegen de tijdgeest

Paul Claesdonderdag 4 december 2014 – Ach, wie voelt met het klimmen der jaren niet nu en dan de aanvechting om met gestrekt been de eigen tijd te verwonden? Die aanvechting wordt veelal bestreden door het te laten bij mompelend gemopper: hiphop is geen muziek en van de iPad wordt iedereen dom en de treinen zijn overvol. Het is wel lekker weer voor de tijd van het jaar.

De tijd is meestal niet mild voor de bestrijders van de tijdgeest. Die arme Isaac da Costa wordt zelden nog herinnerd vanwege zijn hartstochtelijk dichterschap, dat is jammer, nee hij is een conservatieve en reactionaire malloot.

Niet zo lang geleden, eh bijna tien jaar, nam Thomas Rosenboom in zijn Kellendonklezing ‘Denkend aan Holland’ de moderne tijd te grazen: overal onopgevoede kinderen, dat is wat me ervan heugt. Toen Rosenboom – geen vader! – het katheder verliet, voegde Harry Bekkering, een van de mede-organisatoren van de lezingenreeks, de spreker toe: ‘Een boutade, toch, Thomas?’ Rosenboom keek alsof hij last had van verstopping: nee, dat was alles niet geestig bedoeld geweest, hij meende het. De kastijder van de tijdgeest nam bedroefd plaats op de eerste rij, kreeg bloemen en droop af.

Onlangs deed Paul Claes, toch een verstandig mens en schrijver van geleerde literaire studies en moeizame romans, zijn duit in het oude zakje, met het pamflet Kinderen van Rousseau. Op de voorzijde van het kleine boekje staat een guillotine. Is Rousseau nu ook al de geestelijke vader van de helse machine? Waarom dan niet meteen ook schuldig aan hiphop, iPad, overvolle treinen, vogelgriep?

Heeft Claes overal ongelijk? In wat hij over het middelbaar en universitair onderwijs schrijft, tja, daar zit wel veel waarheid in. Maar ook veel overdrijving: de leerling is in het Nederlands onderwijs – Claes houdt ervan om wat Nederlands is Hollands te noemen – echt niet de baas, de leraar laat zich heus niet de rol van hulpje welgevallen. Wat hij denkt te zien, lijkt niet door echte observatie gehinderd. Claes’ hyperbolen zijn vlak en moeizaam.

In zijn onvrede verliest Claes werkelijk alle zelfbeheersing en mengt klein persoonlijk verdriet met wereldleed. Hij ontwerpt een soort wereldcomplot: fotografen die hem zo lelijk mogelijk op de gevoelige plaat zetten, de vertalers van James Joyce die er niets van bakken (in stille tegenstelling tot Claes’ eigen vertaling) en zo verder. Ook moet de popmuziek het ontgelden. Ja zeg, over veel mopper ik vrolijk mee met de Koning van de Intertekstualiteit, maar als je de muziek van The Clash en Mano Negra niet kunt waarderen, ben je af, doe je niet meer mee en ruikt wat je ook beweert naar incontinentie.

Claes moet beter kunnen dan dit. Zijn pamflet is een broddelwerkje, zelfs een boutade wil het niet worden, het wordt nergens geestig of gemeen, goed doordacht is het bijna nergens. Nog maar eens beter doen, dunkt me. — PA

¶ Paul Claes, Kinderen van Rousseau. Een pamflet tegen de tijdgeest. De Bezige Bij 2014. ISBN 9789023486787. Prijs: € 7,95 (104 blzz.).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *