Sublieme genoegens beleven aan de Zwitserse Alpen

Wat Bazel, de Keukenhof en Den Haag met elkaar verbindt

Caspar Wolfdinsdag 16 december 2014 – Lange tijd waren berglandschappen niet de moeite van het afbeelden waard. Ja, hoogstens als retorisch element van een bijbels of historisch drama, maar verder niet. Zo waren de Alpen nutteloos of lastig: een obstakel voor reizigers naar Italië.

Bergketens werden bovendien gezien als ongewenst bijproduct van de zondvloed. De Alpen waren het zichtbare gevolg van Gods almacht en wraak. Het hooggebergte werd hierom afzichtelijk gevonden en wegens het gevaar dat ervan uitstraalt, ook afstotelijk.

Maar in de 18e eeuw veranderden de opvattingen over natuur. Men zocht naar een esthetische beleving die ook verrassing en spanning opleverde. Men verlangde naar ‘delightful horror’ (op illustratie klikken!), die men niet aantrof in de symmetrische Franse tuinen. Wie het zich kon permitteren, reisde daarom af naar duizelingwekkende afgronden, grillige bergtoppen, watervallen en gletsjers. Gaandeweg transformeerden de Alpen zich tot iconen van sublieme emoties.

Iemand die hierop inspeelde was de Haagse gouverneur van de stadhouderlijke pages, Rudolf Hentzy/Hentzi (1731-1803). Deze voormalige Zwitser handelde in fraai ingekleurde Alpenprenten, die alle gebaseerd zijn op schilderijen van de Zwitserse schilder Caspar Wolf (1735-1783). Aan diens oeuvre is nu in Bazel een grote tentoonstelling gewijd, waar 126 schilderijen van Wolf en zijn tijdgenoten te zien zijn. Ook de prenten worden er geëxposeerd.

De landschapschilderijen van Wolf waren tot stand gekomen tijdens en na de vele klettertochten die hij samen met de Bernse uitgever-boekverkoper Abraham Wagner in de jaren 1773-1776 had gemaakt. Wagner was een fanatiek alpinist die heel wat uren had gewandeld langs onheilspellende bergkammen, steile afgronden en diepe kloven. Hij wilde van de schilderijen een serie prenten laten maken en die tegen een forse prijs verkopen. Daartoe was hij zelfs met Wolf naar Parijs getrokken, maar veel succes had hij er niet. Dit ondanks het feit dat Wagner de beschikking had over het ‘Wagnerischen Cabinett’ met zo’n 200 schilderijen van Wolf.

De geschiedenis van deze schilderijen werd des te treuriger toen Wagner overleed. Hij bleek ze te hebben nagelaten aan een commandant van de Zwitserse Garde in Den Haag, een van Wagners schuldeisers. En zo gingen de schilderijen naar de Republiek, naar Den Haag, waar Hentzy ze naar hartelust kon laten kopiëren voor zijn eigen prentenatlas.

In de loop van de 19e eeuw vond een aantal schilderijen een plek in kasteel Keukenhof. In 1947 zijn ze schilderijen naar Zwitserland teruggekeerd. Ze zijn werkelijk schitterend en tonen de toeschouwer de grootsheid van de natuur. — RvV

¶ De expositie Caspar Wolf und die ästhetische Eroberung der Natur is tot 1 februari 2015 te zien in het Kunstmuseum in Bazel. Info hier. In 2008 verscheen in De Boekenwereld mijn artikel Felix Helvetia Rudolf Hentzy (1731-1803) en zijn handel in Alpenprenten.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *