Belle bibliografisch

Manuscript De fabel van de vlinder en de twee spinnen. Coll. HUA, archief familie Van Hardenbroek

Manuscript De fabel van de vlinder en de twee spinnen. Coll. HUA, archief familie Van Hardenbroek

donderdag 25 december 2014 – Een paar weken geleden lanceerde het Genootschap Belle van Zuylen in de Zwitserse ambassade aan het Lange Voorhout, ja Den Haag, met gepaste trots de (lopende) Belle-Bibliografie 2004-2014. De bibliografie, werk van velen en onder regie van Madeleine van Strien-Chardonneau, is te vinden op de site van het Genootschap.

De bibliografie is chronologisch – en binnen het jaar alfabetisch op naam van de auteur – en begint bij het heden en kruipt langzaam maar zeker terug naar 2004. Een bruikbaar instrument dat laat zien dat Belle van Zuylen ook buiten de grenzen van het vaderland ‘booming business’ is.

Wat de bibliografie ook verraadt, is dat de in de tiendelige Van Oorschot-uitgave van de Oeuvres complètes bijeengebrachte correspondentie niet alle bewaarde brieven bevat: er is ook in de wereld van Belle sindsdien nog het nodige ontdekt en ongetwijfeld in de toekomst nog veel te ontdekken.

Wie al wel eens met het bibliografisch bijltje gehakt heeft, weet dat de afsluiting van de bibliografie volgt op veel gezoek – Paul Begheyn aan wie ik ooit vroeg wat zijn werkwijze was bij de jarenlang door hem verzorgde Nijmegen-bibliografie, zei me dat een bibliograaf als een strandjutter moet zijn – en veel getwijfel.

Bij dat zoeken is het van belang dat de bibliograaf van bevriende zijde getipt wordt: het aantal in de inleiding bij de Belle-bibliografie met eer genoemde ‘hulpkrachten’ geeft wat dat betreft vertrouwen.

Bij de afweging wat wel en wat niet zou ik wat méér twijfel willen zaaien. In de bibliografie vind je serieuze wetenschappelijke artikelen wel, maar bijvoorbeeld een intelligente Belle-bespreking van Carel Peeters (in Vrij Nederland) niet, het aan Belle gewijde lemma in 1001 vrouwen niet en ook al niet het informatieve stuk dat Suzan van Dijk over Belle en de adel de digitale snelweg opstuurde. Mij dunkt dat bibliografen zich het best enige rekkelijkheid kunnen veroorloven, omdat wat de bibliografie niet haalt definitief weg is.— PA

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *