De astroloog en zijn voorspelde dood

dinsdag 23 augustus 2016 – In mijn onderzoek naar de Duits-Nederlandse astroloog Ludeman stuitte ik op een Engelse collega van hem: John Partridge (1643-1715). Smeuïge anekdotes doen over hem de ronde, maar helaas was er in mijn artikel over Ludeman als medisch astroloog geen plaats voor.

Naar verluidt was Partridge net als Ludeman aanvankelijk schoenmaker die zich als autodidact de academische talen Grieks en Latijn had eigengemaakt. De protestante Partridge verbleef om politieke redenen in de jaren ’80 van de zeventiende eeuw, toen Jacobus II aan de macht was, enkele jaren in de Republiek. In Leiden studeerde hij geneeskunde. Na terugkeer in zijn vaderland werd hij medisch astroloog aan het hof van William & Mary. Hij had zichzelf als taak gesteld om de astrologie als wetenschap nieuw leven in te blazen. Het vakgebied was inmiddels in diskrediet geraakt, in tegenstelling tot de astronomie. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voord, scheigrep, vlierpot, kalmink en sergie

Over ‘De hoofdige boer’ van A.C.W. Staring (5)

Zo The Mieterszondag 21 augustus 2016 – De bespreking van Starings gedicht ‘De hoofdige boer’ loopt voor mijn leerlingen het liefst uit op een drietal krachtige en onthoudbare beweringen over het gedicht. Rijmschema zus, motieven zo, dichter kind van zijn tijd, kenmerken van de tijd in het gedicht.

Als ik het gedicht voorlees, lees ik de eerste zes regels een beetje blufferig voor, erna kies ik voor de voorleestoon van de winteravond. Hoe ik me ook aanstel, de leerlingen struikelen over een groot aantal, voor hen duistere woorden. Zij vinden geen vreugde in woorden als duiker, voord, scheigrep, tempelschaar, sermoen, slibkuil, baai, offerand, vlierpot, kalmink, segie, knubbelstok. Dat het woord ‘drop’ gebruikt wordt, biedt wat schrale troost. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Toverkunst en de Kerkedienaar

Over ‘De hoofdige boer’ van A.C.W. Staring (4)

bruggetje over de Laakvrijdag 19 augustus 2016 – In de afgelopen dagen kruiste ‘De hoofdige boer’ meer dan eens mijn pad. Eigenlijk kan ik nog steeds niet geloven dat de neerlandistiek zich bijna twee eeuwen vermaakt heeft met het gedicht zonder er één zinnige zin aan te wijden. Ergens las ik: ‘Vroeger werd dit gedicht op de middelbare school behandeld.’ Vroeger! Ja, geen wonder als de bespreking beperkt blijft tot wat gegnuif en gegiechel. Ook in een recente bloemlezing uit de gedichten van Staring, als Griffioen verschenen, bestaat het nawoord grotendeels uit biografische gegevens, over de gedichten vaag geneuzel.

De zoektocht daarom voortgezet! Wie Almen, dat in de eerste regel van het gedicht voorkomt, benadert via Wikipedia krijgt bevestigd dat Matthijs van Nieuwkerk er woont, dat Majoor Bosshardt er jaarlijks in het plaatselijke hotel logeerde en dat Allard Pierson er overleed. Toe maar! Staring en het gedicht ‘De hoofdige boer’ komen ook aan bod. De eerste regels van het gedicht worden geciteerd, die hebben Almen ‘een zekere landelijke bekendheid gegeven’, zo heet het hoopvol. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

‘De meeste Violisten streken valsch’

Een onbekend collegium musicum uit Amsterdam (±1730)

Kamerorkestwoensdag 17 augustus 2016 – Deze tekening – Concert with Wolfgang Amadeus Mozart. Drawing by Johann Joseph Zoffany – is een paar jaar geleden op een veiling in Brussel afgehamerd voor het bedrag van € 11.000. Zo stellig als de toeschrijving aan de schilder Zoffany is, zo zeker is Dexter Edge, werkzaam aan de University of Michigan in Ann Arbor, over het feit dat Zoffany absoluut niet de maker is. Ook toont hij aan dat het jongetje naast de klavecimbel eenvoudigweg Mozart niet kán zijn. Er is, kortom, te veel betaald voor deze fraaie tekening van een (zo lijkt het) huiskamerconcert.

Ik moest aan de tekening denken toen ik het artikel las van Kees Vlaardingerbroek over een onbekend Amsterdams collegium musicum (±1730) in de laatste aflevering van Studi vivaldiani. Hierin geeft hij een korte schets van het muziekleven in de Republiek, met name over de concerten die onze 18e-eeuwse voorvaderen hebben bijgewoond. De kern van het artikel gaat echter over de collegia musica die, anders dan de stadsmuziekcolleges, buiten de stedelijke overheden om opereerden. Het waren muziekverenigingen die ‘liefhebbers’ een platform boden om onder leiding van een professional zelf muziek te maken. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zingt allen mee

Politieke liederen als verzet en verbinding

singers-largedinsdag 16 augustus 2016 – Nederland herbergt steeds meer talent, althans als we af mogen gaan op de populariteit van televisieprogramma’s waarbij tamme kraaien zich ontpoppen als zoetgevooisde nachtegalen. Gezóngen wordt er echter steeds minder: de meeste kerkgangers en vaderlandslievenden bepalen zich bij kerstliedjes en het Wilhelmus tot talentloos playbacken, in scholen wordt niet meer gegalmd. In karaokebars wordt geschreeuwd, op de radio klinkt hiphop, intellectuelen doen in dronkenschap André Hazes na.

In de achttiende eeuw werd er nog wel veel gezongen. In een opmerkelijk artikel ‘Singing the Nation: Imagined Collectivity and the Poetics of Identification in Dutch Political Songs (1780-1800)’, in: Modern Language Review 111 (2016), p. 754-774 onderwerpt Kornee van der Haven (in het Engels: Cornelis van der Haven) twee bundels met politieke liederen aan nader onderzoek. Het gaat om Vaderlandsche Gezangen (1782-1783) van Jacobus Bellamy en Liederen voor het Vaderland (1792) van het duo Petronella Moens en Bernardus Bosch. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Tussen Verlichting en Romantiek

Over ‘De hoofdige boer’ van A.C.W. Staring (3)

Staringzondag 14 augustus 2016 – Tussen titel en ondertitel en de eigenlijke tekst van ‘De hoofdige boer’ staat een motto: “- swerving from our father’s rules/ Is calling all our fathers fools.” In de aantekening bij het gedicht heeft Staring dit motto in het Nederlands vertaald: ‘De wet der vaadren niet bewaren Heet ze al te saam voor zot verklaren’.

De bruggenbouwers van Almen houden zich niet aan de vaderlijke wetten en maken de vorige generaties belachelijk, zo wil het motto het. Is dit ‘tongue in cheek’? Het lijkt moeilijk te geloven dat Staring zich hier aansluit bij Da Costa’s ‘bezwaren’ tegen de moderniteit. Het bouwen van een brug dient immers het lokale gemak en lijkt nauwelijks een daad van vaderhaat, een bewijs van Babylonische hoogmoed of smadelijke ‘nieuwigheid’. Als er al iemand belachelijk is, is het de man die het gemak negeert en met zijn laarzen de vooruitgang hoont. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

‘Bouwt gij een brug om droog te gaan?’

Over ‘De hoofdige boer’ van A.C.W. Staring (2)

Staring standbeeld

Standbeeld ACW Staring, vervaardigd door Frank Letterie (1986) in Vorden

vrijdag 12 augustus 2016 – Het gedicht ‘De hoofdige boer’ maakt deel uit van de sectie ‘ Verhalen’ van de Verzamelde gedichten. Net als ‘De Vampyr’ en de delen van de Jaromir-cyclus, kortom de gedichten waar de kleine faam van Staring op gebaseerd is. Behalve ‘Verhalen’ telt de bundel ‘Puntdichten’, die geordend zijn in tijdvakken van ontstaan, ‘mengeldichten’, kleine liederen. Volledig is de uitgave van Verzamelde gedichten niet: de gedichten die Staring als wonderkind bijdroeg aan het Haagse dichtgenootschap ‘Kunstliefde Spaart Geen Vlijt’ heb ik in de bundel niet kunnen vinden.

In de reeks ‘Verhalen’ speelt Zutphen een belangrijke rol: het gedicht ‘Het vogelschieten’ heeft als ondertitel ‘Eene Zutphense Vertelling’’, ‘De Hoofdige Boer’ heeft dezelfde ondertitel, een van de avonturen van Jaromir speelt zich af in Zutphen en van ‘De tuchtiging der Algerijnen’ biedt Staring behalve een versie in het ‘Boeren-Zutphens’ nog eentje in het Nederlands. De aanwezigheid van Zutphen in de gedichten van Staring verdient een bijzonder vergelijkend onderzoek, maar ik beperk me hier tot ‘De hoofdige boer’. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vraagtekens

Over ‘De hoofdige boer’ van A.C.W. Staring (1)

Het kerkje in Almen

Het kerkje in Almen

woensdag 10 augustus 2016 – In de buurt van Zutphen is ‘de hoofdige boer’, zoals de Gelderse dichter Staring die in een gedicht ten tonele voerde, een goede bekende. Als was het maar omdat er in het piepkleine Almen – even Zutphen door, dan via Warnsveld en een bospad, kan moeilijk missen, ja daar is het kerkje van Almen – een uitspanning is die de naam ‘De hoofdige boer’ draagt en via een plaquette herinnert aan het gedicht van Staring.

Toen ik de uitspanning – ‘een landhotel’- een paar jaar geleden bezocht, met de fiets via Warnsveld enzovoort, werd me op het terras verteld dat Mathijs van Nieuwkerk en Adriaan van Dis er wel eens kwamen en aten. Tja!

Al enige jaren staat het gedicht van Staring in de examenklassen op het programma en ieder jaar weer reikt het vooral mij vraagtekens aan. Ieder jaar ook moet ik strijden tegen de gedachte dat het nogal een flauw vers is – ‘Jaromir’ is veel beter, de natuurgedichten ook, waarom lezen we die niet? – en ieder jaar ook verplichten de vraagtekens me om dat niet hardop te zeggen. Als ik het gedicht niet helemaal begrijp (of dat vrees), mag ik het niet veroordelen. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Troost in druk

straatje vermeer

Het straatje van Johannes Vermeer.

vrijdag 5 augustus 2016 – Pieter van Winter (1745-1807)  was het enige kind uit het huwelijk van Nicolaas Simon van Winter (1718-1795) en Johanna Muhl dat de volwassen leeftijd zou bereiken. Kort na het overlijden van Johanna – in 1768 – trad vader Van Winter, zoals bekend, in zijn tweede huwelijk, nu met Johanna’s vriendin, de gelauwerde dichteres Lucretia Wilhelmina van Merken (1721-1789).

Vlak voor dat tweede huwelijk trok Nicolaas Simon zich uit zijn zaak (makelaardij in verfstoffen, vooral indigo) terug en liet deze over aan zoon Pieter, die zich begin 1770 associeerde met zijn oom Jacob Muhl, de broer van zijn moeder Johanna. De twee mannen handelden samen verder onder de naam Jacob Muhl & Van Winter, gevestigd in Amsterdam.

Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een beetje boef heeft een bijnaam

De Bossche bende slaat toe en laat het leven

Herberg Batavia

Herberg Batavia, aan de weg van Nijmegen naar Weurt. Gravure door Hendrik Hoogers (ca 1793)

woensdag 3 augustus 2016 – Omstreeks 1765 zaaiden bendes in dunbevolkte streken angst en schrik. Zo was er de Bossche bende, die de Duits-Nederlandse grensstreek onveilig maakte en de grens beschouwde als een buitenkansje om aan de ene zijde toe te slaan en aan de andere kant een schuilplaats te zoeken.

De bende bestond uit mannen met bijnamen: de Schotsman, de Forsse man, Rooije Peter, ’t Boterkleske. En uit vrouwen met bijnamen: Stompes Trien, Stompes Mien en Ariens Nel. Er zijn er nog meer, zoals blijkt uit een kort artikeltje dat René van Hoften in het Nijmeegs Katern 30 (2016), juni, p. 50-52 aan de bende wijdde. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen