Oktober 2008

Gevonden: Weyermanweg

vrijdag 31 oktober 2008 – Een groot mysterie: waarom kent het Vogelzangbos, ten noorden van Hasselt, een weg die Weyerman heet?
Zie voor de ligging Google Maps. De weg valt onder de gemeente Zolder. Weyerman ligt midden in het natuurgebied de Bolderberg/Weyerman.

Historie des pausdoms

zondag 26 oktober 2008 – Zolang Jac Fuchs de geheimen van Weyermans Historie des pausdoms nog niet heeft onthuld, moeten campisten het doen met de tekst die tot en met bladzijde 17 op het web te vinden is.

De eigenaar van de blog is onbekend. Hem of haar mailen kan wel: historiedespausdoms@gmail.com.

Beknibb’laer van de Deugd

Van Campo-weyerman.

Hij was een Schryver, en geen’ Schryver,
Want hy was gezindheyds-dryver
Vraegt gy, hoe ‘k hem voorders noem?
Een’ beslisser van veel’ zaeken,
Die hem iders vyand maeken ….
Vraegt gy, wat ik ‘t meeste doem?
Dat hy Waerheyd durft bestryden ….
Stoutheyd, in geen’ Mensch te lyden!

Ander.

Ontugtig, lasteraer, beknibb’laer van de Deugd,
Een’ Schryver, zeg ik nog, die gy niet leézen meugt:
Maer waerom kwam hy dan in
Holland aen den dag?
Misschien, om dat een’ geus van alles schryven mag.

Ander.

Hy laekt de Pauzen, en de Paepen, en de Kerk …
Hoe noemt men wel-te-recht dat schryven? fantasie-werk.

Een sterk gedicht is dit niet, van Jan Antoon Frans Pauwels, in zijn Het nuttig en genoegelyk tyd-verdryf, of Geestelyke punt-dichten, deel 3, Antwerpen, J. P. De Cort en zoón, 1807.

De Poëet Pauwels was een beetje vreemd. Hij kleedde zich ‘zooals tijdens de Oostenrijksche regeering.’ Van der Aa noemt hem een ‘rijmelaar.’ De dichter was een moralist en schreef over het verval der zeden in de achttiende eeuw.

Concert liederen Weyerman

dinsdag 7 oktober 2008 - Tussen 1550 en 1750 verschenen in de Nederlanden talloze liedboekjes; boekjes veelal in zakformaat, waarin liedteksten stonden, gemaakt op bekende melodieën. Het gaat hier om zogenaamde contrafacten: nieuwe poëzie op reeds bestaande muziek.

O Muse, comt nu voort
Nederlandse liederen 1550-1750
door Duo Seraphim, Margot Kalse, mezzosopraan en Elly van Munster, luit

De gedichten zijn afkomstig van dichters uit het Nederlandse (Dietse) taalgebied van toen, ook uit Antwerpen (Jan van der Noot) en Brugge. Primeurs uit het Princesse Liet-boec (Amsterdam 1605)!
De 18e eeuw is vertegenwoordigd door de dichters Focquenbroch en Weyerman.

W.G. van Focquenbroch: ‘Indien ick daght ô schoone son!’
Toon: Simple courante
Uit: Thalia, of geurige sang-goddin (Amsterdam, 1665)

J. C. Weyerman: ‘Air. ‘Sa! Dan laat ons rustig raazen’
Toon: geen wijsaanduiding
Uit: Den ontleeder der gebreeken no.35 (Amsterdam, 1724)

J. C. Weyerman: Een Zamenspraak tusschen Damon en een jong juffertje. ‘Mijn lam, mijn lekk’re amandeltaart!’
Air: Alst begint of Pekelharing in de kist
Uit: Den Echo des Weerelds (Amsterdam, 1726-1727)

Zaterdag 11 oktober in Huys Dever
‘t Huys Dever, Heereweg 349 A , Lisse (tegenover tuincentrum Overvecht)
Aanvang: 20:00 uur
Entree: EUR 12.50
Reserveren: 0252-411430

De moraal van 18e-eeuwse bouwpausen

maandag 6 oktober 2008 – Architectuurhistoricus Geert Medema promoveerde vorige week op een proefschrift waarin de moraal van achttiende-eeuwse aannemers, onderaannemers, en andere bouwvakkers te kijk wordt gezet. De dissertatie heet ‘In zo goede order als in eenige stad in Holland’ Het stedelijk bouwbedrijf in Holland in de achttiende eeuw en is vanaf april 2009 full text toegankelijk via igitur.

Het persbericht van de UU meldde de volgende tekst:

De Hollandse stadsbesturen hadden in de achttiende eeuw te kampen met economische teruggang. Om toch het imago van een welvarende burgerstad hoog te houden investeerden ze veel in publieke bouwwerken en stedelijke ruimte, zodat die minstens even goed op orde waren als in de naburige steden. Stedelijke bouwbedrijven onder toezicht van stadsbestuurders voerden het onderhoud en de bouw van publieke werken uit.
Er ging veel geld naar deze bouwbedrijven, maar hun reputatie was slecht: ze stonden bekend om de verspilling van middelen, de slechte kwaliteit van het afgeleverde werk en ze waren zeer gevoelig voor fraude. Stadsbesturen trachtten daarom de bouwbedrijven te reorganiseren, maar dat bleek niet eenvoudig.
In zijn proefschrift schetst Geert Medema de ontwikkelingen binnen de organisatie en personele bezetting van de stedelijke bouwbedrijven tegen de achtergrond van belangrijke architecturale en stedenbouwkundige vraagstukken.

Het is onduidelijk of er een handelseditie van het proefschrift is verschenen. Zie voor handelseditie uitgeverij Vantilt.

Inkhoorn

woensdag 1 oktober 2008 – Campo had een ‘inkhoorn’, zo vermeldt hij ergens in een van zijn vroege tijdschriften. Herkauwer had altijd aangenomen dat die spelvorm een soort fonetische werkgave was van ‘eekhoorn’, maar blijkbaar is ‘inkhoorn’ vrij normaal.

De bekende Amsterdamse verzamelaar en burgmeester Nicolaes Witsen (1641-1717) schrijft op 1 juni 1714 aan Cuper over een wilde kat:

‘Het heeft geen hooft gelijk een kat, maer als een vos voor spits, en is ook so groot niet als een kat, maer als een groote inkhoorn.’ (Bron: M.H. Peters, Mercator Sapiens, 2008, p. 48.)

Herkauwer

Comments are closed.