mei 2009

Poelpetari

vrijdag 29 mei 2009 – Raar bericht – met de naam van Weyerman erin – in de ‘Missive over de inenting van het verstand’, voorkomend in de Boekzael der leesgierigen, 1774, 2e deel, 2e afdeling, p. 164-172. Dit is een Boekzael, uitgegeven bij Cornelis van Hoogeveen jr. en Cornelis Heyligert, te Leiden.

Die Missive is afkomstig van Jani Poelpetari, de zoon van de Egyptenaar Mahomet Poelpetari; een wijs man zoals u begrijpt.
Poelpetari zal naar Holland komen en geeft vast wat uitleg over zijn inenting. Die is van nut voor drie klassen mensen. De derde klasse

is gesteld voor kijvende en hekelzuchtige langtongen, die, in plaets van hunne zaeken wel waer te nemen, hunne medemenschen zoo zwart tekenen als Campo Weyerman eertijds zijne bedoelde spraeken afmaelde. (p. 119).

Herkauwer

Welgelegen

vrijdag 29 mei 2009 - Twee jaar heeft de restauratie geduurd, maar vandaag wordt Paviljoen Welgelegen in Haarlem officieel geopend.

In juni en juli zijn er op zaterdagen rondleidingen door dit prachtige 18e-eeuwse pand. Er hebben al zoveel mensen zich aangemeld dat een aantal rondleidingen al is volgeboekt.
Neem alvast hier een kijkje in Paviljoen Welgelegen (met filmpje). En kijk hier naar foto’s van alle aanbouwsels waarmee Welgelegen de afgelopen twee eeuwen is uitgebreid.

Van 2 juni t/m 24 juli is er ook de tentoonstelling 1799 – Invasie in Noord-Holland te bezichtigen: over de strijd tussen de Brits- Russische troepen en het Franse- Bataafse leger in het jaar 1799.

Lees hier meer over Henry Hope, goede bekende van Elie Luzac overigens, die de boerderij Welgelegen aan het einde van de 18e eeuw transformeerde tot dit burgerpaleisje.

Schuiven met kunst

donderdag 28 mei 2009 - Spinnen, vissen en torren. De koning van Spanje krijgt ze vandaag terug, nadat ze enkele decennia lagen opgeborgen in de Artis Bibliotheek van de UBA.
Het gaat om tekeningen die dienden voor het ontwerp van de Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurata descriptio. Dat is de catalogus van alle gedroogde piertjes en miertjes uit het naturaliënkabinet van Albertus Seba, apotheker te Amsterdam.

De tekeningen waren ooit in het bezit van Johannes le Francq van Berkhey, lector natuurlijke historie aan de Leidse universiteit.
Berkhey liet zich door alles en iedereen op de kast jagen. Dit werd zelfs een lokale sport, die uiteindelijk heeft geleid tot een prachtige collectie spotprenten, spotdichten, spottijdschriften, spotpaskwillen en ga zo maar door.

Maar ook hijzelf gooide met modder. Eerst was het nog om onschuldige zaken. Maar in de jaren tachtig was het vooral om de positie van de stadhouder. Als overtuigd, nee, rabiaat orangist viel Berkhey iedereen op papier aan die geen oranje kokarde droeg.

Dit leidde in 1785 tot zijn faillissement. Als lector werd hij gediskwalificeerd. In het overwegend patriotse Holland kreeg hij geen koopman of bankier meer zo gek om geld aan hem te lenen.
Zijn enorme collectie prenten ging naar Madrid, waar ze nog altijd de grootste verzameling ter wereld is. Je kunt de prenten bewonderen in het Museo Nacional de Ciencias Naturales en de Real Jardin Botánico.

De ontwerptekeningen behoorden ook tot die collectie. Totdat ze in de jaren ’90 in Amsterdam te koop werden aangeboden. De herkomst vond men toen al onduidelijk.
Nu gaat het gestolen goed dus weer terug naar Spanje.

De kwestie is anders dan die van de beelden van Berkheys politieke aartsvijand Joan Derk van der Capellen tot den Pol. Die zijn niet gestolen. Die zijn nooit opgehaald. Die staan sinds 1789 te verkommeren in een Romeinse tuin.

Van der Capellen tot de Pol in Zwolle

dinsdag 26 mei 2009 - Het grafmonument voor Van der Capellen tot den Pol heeft Nederland nooit bereikt. Zie hierover een eerdere post (23 mei 2009).

Het filmpje laat zien hoe de beelden staan te verkommeren onder een afdakje, ergens in Rome.
In Zwolle zijn verschillende plekken die de herinnering oproepen aan Van der Capellen. Zie het filmpje dat dagblad Stentor hierover maakte. Lees hier het interview met restaurateur-beeldhouwer Ton Mooy over de opknapbeurt die de beelden nodig zouden hebben.

Aspergeplas

zondag 24 mei 2009 - Tijdens de grondvergadering in januari werd er gesproken over asperges naar aanleiding van een NRC-artikel.
Niet bepaald een eetlustopwekkend verhaal, maar omdat er op dat moment toch weinig asperges de kop boven het zand uit steken, werd de boodschap – stinkende plas – voor lief genomen.

De boosdoener is asparagusinezuur. Dit goedje veroorzaakt bij een deel van de asperge-eters een chemische reactie in het lichaam. Hoe dat precies gaat, weet ik niet. In ieder geval moet je er genetische aanleg voor hebben. Het resultaat is dan een typische aspergegeur van de urine.

In een receptenblog staat te lezen dat deze zwavelverbindingen er niet altijd in hebben gezeten. Pas sinds de 18e eeuw, toen begonnen werd om asperges te bemesten met zwavel- en sulfaathoudende meststoffen, treedt dit effect op.

En dan zou je eenvoudig redeneren: stop daar dan mee! Maar dat schijnt dan ook weer niet 1-2-3 te kunnen, omdat die zwavelverbindingen nematoden, een ongedierte, in de asperge helpt voorkomen.

Mini-wurmpjes dus. Niet echt lekker in de asperges. Dan maar stinkende plas voor 50 procent van de asperge-eters.

Bijgaand schilderij is van de Middelburger Adriaen Coorte. Hij schilderde vaker asperges. Ze hebben een seksuele betekenis, omdat ze doen denken aan het mannelijk lid. Dit meldt het Rijksmuseum. Zie ook de webstek van het Mauritshuis, waar een kleine expositie van Coorte te zien is (Ode aan Coorte).

Oud boek wordt nieuw boek

zondag 24 mei 2009 - Zojuist is verschenen De wondere wereld van Otto van Eck, geschreven door Arianne Baggerman en Rudolf Dekker.
Het terecht veel geprezen en gelauwerde boek verscheen eerder onder de titel Kind van de toekomst.
Een andere uitgever, een andere titel en een ander omslag. De inhoud schijnt identiek te zijn.

Bij Brill verscheen de vertaling: Child of the Enlightenment: Revolutionary Europe Reflected in a Boyhood Diary.

Lees hier over het onderzoeksinstituut Egodocument en Geschiedenis.

Van der Capellen tot de Pol

zaterdag 23 mei 2009 – In Rome, bij de Villa Borghese, staat een beeldengroep die ooit besteld is door een groep enthousiaste patriotten. De beelden waren bestemd voor het praalgraf van hun geestelijk leidsman, Joan Derk van der Capellen tot den Pol.
Zijn Aan het volk van Nederland (1781) sloeg indertijd in als een bom. Het pamflet was daarna de bijbel van iedere hervormingsgezinde Nederlander, en Capellen was zijn goeroe.

Maar hij gaf reeds in 1784 de geest, 43 jaar oud. Zijn fans zamelden omgerekend 750.000 euro in en gaven opdracht aan Giuseppe Ceracchi om iets moois te maken ter nagedachtenis van hun held.
Toen Geracchi klaar was, in 1789, hing er een nieuwe politieke vlag en was Capellen postuum tot persona non grata verklaard. De beelden bleven dus in Rome.

Daar staan ze al eeuwen, ondanks verschillende pogingen van Nederlanders om het marmer met een dieplader naar Zwolle te doen transporteren. Daar immers bevindt zich het praalgraf van Capellen, nadat zijn eigenlijke graf in Gorssel in 1787 door orangistische dorpelingen was verruïneerd en later zelfs met buskruit opgeblazen.

Nu wordt er een nieuwe poging gewaagd, zo blijkt uit de Stentor (herkomst foto: zie weblog Zwolle).
Een aantal politici van christelijke huize (onverwacht, hun belangstelling) heeft zelfs Plasterk al benaderd met de vraag of hij financiële steun wil geven aan het verhuisproject.
Benieuwd of het deze keer gaat lukken.

Verhaal van de held en de schurk

vrijdag 22 mei 2009 – De zwarte bladzijde heeft alle ingrediënten van een bioscoopfilm, vindt gelegenheidsrecensent Jac Fuchs. Goed gecast en ook de bloopers zijn de moeite waard.

De film De zwarte bladzijde verhaalt in ongeveer een half uur hoe het de Zoetermeerse dominee Pieter van den Bosch vergaan is ten tijde van de Pruisische inval in 1787.
Het is een low-budget project van Paul Kanter, een tiener uit Zoetermeer. In zijn script zitten alle ingrediënten van een volwaardige bioscoopfilm: een held en een schurk, een hogere boodschap, een love-interest, en zelfs een achtervolgingsscène.

De onbezoldigde acteurs kwijten zich met verve van hun taak. De belangrijkste rollen zijn goed gecast: het zal de echte Campist niet verbazen dat Jan Bruggeman de rol van dominee Van den Bosch toebedeeld kreeg.

Het is te hopen dat vrienden en leden van de Stichting Jacob Campo Weyerman nog eens de kans zullen krijgen Jan in deze film te zien schitteren. Diegenen die zich wel eens storen aan de belerende toon van zijn observaties, zullen dan zeker extra genoegen aan het einde van de film beleven.

Hopelijk worden bij die gelegenheid dan ook weer de bloopers vertoond, want dan wordt niet alleen duidelijk hoeveel moeite de regisseur zich heeft moeten getroosten om het moderne leven uit het eindresultaat te weren, maar is ook te zien ook hoe Jan zelfs bij het stevig stoten van zijn hoofd niet uit zijn rol valt.

De vertoning van de film op 20 mei werd voor mij een extra leerzame gebeurtenis doordat Jan mij voor en na de voorstelling allerlei historische aspecten van het verhaal van de Zoetermeerse dominee meedeelde en uitleg gaf over allerlei details van het maken van de film. Ik had voordien bijvoorbeeld geen idee hoe moeilijk het is te verdrinken als je een wetsuit draagt!

Zie eerdere posts over De Zwarte Bladzijde: de aankondiging en een overzicht van eerdere reportages van RTV West en de Zoetermeerse Weekkrant. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen, is er nog een bericht uit 2008 van de Herkauwer.

Zwarte bladzijde

donderdag 21 mei 2009 – In een vorige post schreven we al over Jan die uit vrije wil in een Zoetermeerse sloot is gaan liggen. Hij speelde de roemruchte patriotse dominee Pieter van de Bosch die door orangistische dorpsgenoten werd gelyncht.

Lees hier over de productie zelf. Op de foto bij dit artikel (vergroten door erop te klikken) staat de predikant zelf.
Luister hier naar een audioverslag van RTV West over de première op 17 februari. Met interviews en audiofragmenten. Je herkent onmiddellijk de gedragen domineestem van ‘meneer Bruggeman’.

Gisteren draaide de film voor de tweede keer. Jac Fuchs heeft ‘m gezien, en denkt nu na over de tekst van een korte recensie.

Rotterdamsche Hermes

dinsdag 19 mei 2009 – Eind van de maand wordt er weer geveild bij Bupp Kuyper. Deze keer is er een Rotterdamsche Hermes te koop. Afgaand op de beschrijving vermoed ik dat het exemplaar nogal geplaagd is door de tand des tijds. Zie de website van het veilinghuis.

Tussen de lots zit ook Kerstemans Kroonwerk; of laatste eeuwbazuin, van den alomvermaarden astrologist Ludeman. Klik hier om de beschrijving te lezen.

Jan in de sloot

woensdag 13 mei 2009 – Vorig jaar ging gewaardeerd JCW-lid Jan Bruggeman uit eigener beweging in een Zoetermeerse sloot liggen. Later verklaarde hij over deze bezonnen daad dat hij zich had laten inspireren door Pieter van den Bosch.

Deze Zoetermeerse predikant had vanaf de remonstrantse kansel zo gedreven de patriotse leer verkondigd, dat hij in september 1787 door de dorpelingen werd gemolesteerd.

Over zijn gruwelijke levenseinde in een Zoetermeerse sloot is nu een film gemaakt. Lees hier meer over deze film De Zwarte Bladzijde. Bestel hier kaarten voor de eenmalige vertoning (20 mei) van de film waarin Jan, alias Pieter, aan zijn einde komt. De kaarten zijn gratis.

Over Pieter van den Bosch lees je meer in het NNBW. De geschiedenis van Zoetermeer blijkt volgens de website van Oud Soetermeer veel verder te reiken dan 1962, toen de gemeente door Den Haag werd aangewezen als groeikern.

Genootschapsdames

dinsdag 12 mei 2009 - Vandaag promoveert Claudette Baar op het proefschrift Vrouwen en genootschappen in Nederland en in ons omringende landen (1750-1810). Een spannend onderwerp omdat vrouwen nauwelijks werden toegelaten in de mannenbolwerken die de 18e-eeuwse genootschappen waren.
Op de website van Verloren staat meer informatie over het boek.

Hopelijk wordt in het boek ook aandacht geschonken aan Anna van der Aar de Sterke, jonkvrouw van Esselickerwoude. Zij was in 1774 als eerste vrouw lid geworden van Kunst Wordt Door Arbeid Verkregen. Een interessante dame die later in Delft nog zelf een genootschapje zou oprichten met Gerrit Paape.

Petrus Camper

maandag 11 mei 2009 - Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum het boek Het rusteloze bestaan van dokter Petrus Camper (1722-1789). Het is geschreven door arts en historicus em.prof. dr. J.K. van der Korst die al eerder naam heeft gemaakt met een bio over Gerard van Swieten.
Op de website van de uitgever kun je de inhoudsopgave en het inleidende hoofdstuk downloaden.

.

.

Kaat

zondag 10 mei 2009 – Wie denkt dat er over Caetje Mulder alias Kaat Mossel alles al gezegd is, heeft het mis. Dat blijkt uit het onlangs verschenen boek van Eric Palmen, Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam.

Klik hier om te lezen wat er op de website staat van uitgever Bert Bakker.

.

.

.

Campist in toga

donderdag 7 mei 2009 – Insiders wisten het al lang, maar nu is het wereldkundig gemaakt: Arianne Baggerman is benoemd tot bijzonder hoogleraar Geschiedenis van uitgeverij en boekhandel aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA.
De leerstoel is ingesteld vanwege de Dr. P.A. Tiele-stichting.

Klik hier om het persbericht van de UvA te lezen.

.

.

Een musical met valse noot

woensdag 6 mei 2009 – Sjakoo, de Musical heeft op 3 mei jl. zijn première beleefd. De musical heeft niets van doen met De ware Jaco, het proefschrift van Frans Thuijs.
Lees hieronder de ingezonden brief van Frans, op 5 mei afgedrukt in het Parool.

Een musical met valse noot
Het is af en toe raadselachtig hoe een journalist komt tot een artikel zonder bronnenraadpleging. In de aanprijzing van de musical Sjakoo is dat ook het geval. Hier moet de tekst zijn ontleend aan de berichtgeving van de producenten, aangedikt met elementjes uit het bekende verhaal van Jaco met tot besluit nog maar eens een aanhaling over het denkbeeldige Fort van Sjako aan de Elandsgracht.

Dat het een prachtige voorstelling is waarvan velen kunnen genieten, daar wil ik niet aan twijfelen, maar het gegeven is uiterst dubieus en dat blijkt ook uit de beschrijving. De echte Jaco leefde niet ten tijde van Rembrandt en Spinoza. Amsterdam was veel minder multicultureel dan hier wordt voorgesteld. Er was één dominante cultuur; die van de rechtzinnige calvinisten.
De afwijkende mening van Spinoza, als voorbeeld, werd niet getolereerd. Vreemdelingen – voor het overgrote deel overigens afkomstig van andere plaatsen in de Republiek en Noordwest Europa – waren nodig maar niet welkom. Het was geen feest voor migranten zoals hier voorgesteld, nog veel minder dan nu het geval is.

De Sjakoo die hier wordt neergezet zou in die tijd geen dag op vrije voeten zijn gebleven met ‘losse baantjes en jatwerk’. Toen werd ieder vergrijp in een 24-uurs rechtspraak, ook voor jonge jongens, zonder meer werd bestraft. Hij zou zijn dagen in het aalmoezeniers- of werkhuis hebben gesleten. Er was geen plaats voor ‘vrolijke schavuiten’.

De echte Jaco in het begin van de achttiende eeuw had niets, maar dan ook niets Robin Hood-achtigs. Hij was een mislukte migrant, werd crimineel, zakte af naar de goot en klom op naar het schavot en kan dus onmogelijk als rolmodel worden opgevoerd voor geslaagde migratie. Er was geen Fort van Sjako.

Het is onbegrijpelijk wat schoolkinderen, voor wie het verhaal kennelijk is bedoeld, hier mee moeten. Als het geen geschiedvervalsing is, dat is wat de kunstenaars in ieder geval willen doen geloven, dan is het wel een uiterst vreemde historische hutspot. De 1.000 kinderen die op initiatief van het GVB naar de voorstellingen worden gestuurd zullen in grote verwarring geraken als hun onderwijzers hen nadien moeten vertellen hoe het werkelijk zat in die zogenaamde Gouden Eeuw en wat voor een duister figuur de echte Jaco echt is geweest.

In een tijd waarin alom wordt geroepen dat het met het historisch besef zo droevig is gesteld, waarin men het nodig acht een Nationaal Historisch Museum op te richten en waarin iedere plaats van enig gewicht zich meent te moeten omhullen met een historisch canon, zou een dergelijk met publiek geld gefinancierd festijn niet mogen plaatsvinden. Er valt waarachtig wel iets beters te bedenken en daar is de schrijver van de musical zeker toe in staat.

F. Thuijs
Auteur van De ware Jaco; Jacob Frederik Muller, alias Jaco, (1690-1718), zijn criminele wereld, zijn berechting en zijn leven na de dood.

Circus

dinsdag 5 mei 2009 – De Haagse koorddanser Pieter Magito was volgens de website over volkscultuur de eerste circusdirecteur van Nederland.
Hij trok met een vaste groep clowns, acrobaten en andere kunstenmakers langs de kermissen in het land. In de landen om ons heen zouden al langer circussen hebben bestaan.

Vermoedelijk wordt Magito de eerste circusdirecteur genoemd, omdat hij met een vaste troep reisde en omdat hij optrad in een houten tent met een dak als zeildoek. Dat zijn voor de samenstellers van de website kennelijk de criteria voor een circus.

De vernederlandste Italiaan lijkt me vooral een slimme kermisgast die als een soort manager zijn collega-potsenmakers in een kermistent bijeenbracht.
In 1796 schijnt Circus Magito in Delft zijn eerste voorstelling te hebben gegeven. Het was een tijd waarin heel Nederland lange tijd feest vierde. Men danste rond de vrijheidsboom en verkeerde in zo’n opperbeste stemming dat Magito geen beter tijdstip voor het lanceren van zijn circus had kunnen uitzoeken.

Hij was zelf trouwens toen al hoogbejaard. Vroeger danste hij met schaatsen of klompen op een hoog, maar slap gespannen koord. Maar in 1796 niet meer. Elly schrijft in haar boek over de Rotterdamsche Hermes over de familie Magito. Die was al in Weyermans tijd beroemd om haar kunsten op het slappe koord.

Serendipiteit

maandag 4 mei 2009 – Lees ook eens de Echo des weerelds, adviseerde Jan Bruggeman terwijl hij een citaat hieruit over Helvetius meestuurde.

In deze 45ste aflevering komt serendipiteit ter sprake: ‘het Geval’ waardoor in de wetenschap nieuwe ontdekkingen worden gedaan.
Zo ook bij Helvetius:

De Lukgodes die een goed oog sloeg op Helvetius, en reeds zyn Verhooging beslooten had, dee die ryke Plant Ipekakuana in zyn handen vallen, door de Toegeevendtheyt des Drogists.

Het medicinale goedje is braakwortel (ipecacuana) dat nog altijd door kruidendokters en heksenvrouwtjes wordt voorgeschreven bij hoest en misselijkheid.
Weyerman vertelt hoe Helvetius in Parijs bij toeval ontdekte dat het middel goed was voor de ‘Eb en Vloed van het Bloed’. Hij adverteerde ermee en werd onder de Parijzenaars waanzinnig populair. Zelfs de koning liet hem bij zich komen om zich met het middeltje te doen genezen:

Eyndelyk wiert Helvetius het spel meester, den Braziliaanse Wortel wierd Troef gewend, en hy ging met de Pot stryken. De Koning beval, dat men hem vier en twintig Duyzent Guldens zou tellen voor zyn Geheym, benevens nog een zeker Voorrecht et Cetera.

Zo ontwikkelde Helvetius zich tot de ‘Hollandsche Theophrast’. Op zijn 32ste reeds beschikte de geneesheer over 100.000 rijksdaalders. Van kwakzalverij word je dus heel rijk, is de boodschap.
Het lijkt er overigens op dat Weyerman Johann Friedrich en Adriaan Helvetius door elkaar haalt. Zie het lemma over de laatste in de New and general biographical dictionary.
- Maar de biograaf kan het natuurlijk ook mis hebben.

Helvetius als Haags kwakzalver

zondag 3 mei 2009 – Weyerman verwijst in zijn Ontleeding van den Ontleeder der Gebreeken (afl. 3, 8 februari 1724, p. 21) naar een Noordhollander die de steen der wijzen bewaarde in een elpen doosje. Daarover had Helvetius geschreven in zijn Gulden Kalf.

Lees hieronder wat Weyerman op diezelfde pagina van zijn Ontleeding nog meer te melden heeft over de Zwitsers lijfarts van de prins van Oranje, Johann Friedrich Helvetius:

Is Doctor Helvetius, die zijn naam heeft vereeuwigt, door het gulde Kalf, en die zyn persoon heeft veradelt, door den gulden Ezel, niet een bekwaamer Chimist geweest, als Archagates, want die knaap zette de Romeynen armen, en beenen af, en dan liet hy ze loopen, doch Helvetius gaf de Haagenaars poeders en dranken in, en dan liet hy ze barsten.

Het verhaal over de Noordhollander wordt uitvoerig uit de doeken gedaan door Rochus Krul in zijn bijzonder informatieve artikel ‘Haagsche en Amisfoortse Krukkendans’, in het Haagsch Jaarboekje, 1893: 4-32.
Eén maar: de link begint bij p. 5 en niet bij p. 4. Een beetje fantasie gebruiken dus bij het begin van het artikel.

Zie ook het hoofdstuk ‘Het tijdperk van de alchemie’ uit Harry Snelders’ Geschiedenis van de scheikunde in Nederland, deel 1, Delft 1993; in het bijzonder p. 20 en verder. Ook daar wordt de ontmoeting met de Noordhollander verhaald.
En er wordt een poging gedaan de scheikundige samenstelling van de steen te achterhalen.

Het Gouden Kalf

vrijdag 1 mei 2009 - Weyerman noemt tot twee keer toe het verhaal over een Noordhollandse boer die de steen der wijzen bewaarde in een ivoren doosje. Het verhaal zou afkomstig zijn van de Haagse alchemist Helvetius.

Na een korte virtuele tocht is zijn bron achterhaald:

Gulden kalf, van de gantsche waerelt aangebeeden, en verëert, in het welke gehandelt wordt van … het veranderen der metaalen. Namentlyk, hoe de geheele substantie van het lood in een oogenblik door het klynste gruysje des waarachtigen philoophschen (sic) steens in louter goud is verandert, enz. Na den 2en dr. uit het Lat. in het Nederd. overgezet door Joh. Theod. Alberti. Amsterdam 1750.

Deze uitgave kan Weyerman niet onder ogen hebben gezien. Wel het Latijnse origineel of een van de ongetwijfeld vele verwijzingen naar de anekdote.
Het Gulden Kalf staat, zij het in het Engels, volledig op internet. Zie hfst. 3 om alles te lezen over de Noordhollandse boer.

Den geweezen geneesheer Helvetius

vrijdag 1 mei 2009 - Het volgende citaat is afkomstig van Weyermans Historie des Pausdoms, deel 3, tweede verdeeling, blz. 103 (met dank aan Jan Bruggeman).

Maar staa ruym Paapsgezinde oude wyven en opgeschoote jongens, vooral stoot me niet tegens myn elleboog dewyl ik uw een mirakel van de aldereerste klasse zal voordisschen, alzo geloofwaardig als de reys van Cyrano de Bergerak na de maan, als de wonderlyke voyagie van Sinjoor Pinto na de Indien, als het voorval van den geweezen Geneesheer Helvetius met een Noordhollander die den steen der wyzen had gekist in een elpenbeene doosje, of als de befaamde spookgeschiedenissen van den by de germaansche verstanden tot boven den derden hemel opgeheven Simon de Vries.

In de Ontleeding van den Ontleeder der Gebreeken, nr 3, p. 21, schrijft Weyerman in een voetnoot ook over deze Noordhollander:

Doctor Zweitzer heeft een Avontuurlyke, en zeer onwaarschynelyke Avontuur beschreven, van een Noorthollander, die hem den Steen der Wyzen liet zien, in een Elpenbeene Doosje Autant emporte le Vent.

Aanleiding voor deze post is het nieuws dat De Slegte een volkomen onbekend werk van Johann Friedrich Helvetius heeft opgeduikeld. Klik hier om het persbericht te lezen.
De titel van Helvetius’ werk verwijst naar de Urim en de Thummim (Exodus 28:30). Zie hierover de uitleg op wikipedia. Het zijn twee edelstenen in het borststuk van de hogepriester.
In de 17e en 18e eeuw waren geleerden mateloos geïntrigeerd door de betekenis van deze stenen.

Johan Frederik Helvetius (1630-1709) komt onder de naam ‘Sweitzer’ of ‘Schweitzer’ wel vaker voor in de 17/18e-eeuwse literatuur (bijvoorbeeld in de Baron van Syberg). Logisch, want hij woonde ook in de Republiek. Misschien heeft Weyerman hem ooit ontmoet?

Comments are closed.