Castratenmuziek
maandag 28 september 2009 – De film Farinelli is al weer ruim tien jaar oud, maar nog altijd aardig om te zien. Cecilia Bartoli heeft voor de film diverse liederen gezongen die de castraat zogenaamd zelf ten gehore brengt.
Nu komt de mezzosopraan met het nieuw album Sacrificium, waar ze opnieuw castratenmuziek ten gehore brengt. Prachtig!
Lees hier het interview met haar over de cd, in De Standaard. En kijk hier naar de trailer die de uitgever voor het album heeft uitgebracht of beluister de schitterende muziekfragmenten.
En als je er nog geen genoeg van hebt, bekijk dan op youtube ook de andere filmscènes van Farinelli.
Mappa en Knoops
dinsdag 22 september 2009 - Op zaterdag 9 januari is de jaarlijkse grondvergadering van het JCW. De locatie – hopelijk weer de Gevangenpoort in Den Haag – moet nog worden gereserveerd.
Inmiddels heeft Wim Knoops toegezegd de ‘grote’ lezing te zullen houden. Voorlopige titel:
De Goudse betrokkenheid bij het Burgerleger van Mappa in augustus-september 1787
Wim Knoops, naar eigen zeggen ‘een eenvoudige kantoorbediende uit Rotterdam’, bereidt een proefschrift voor over de Goudse woelingen in de jaren ’80. Dit verschijnt in 2010 bij de Bataafsche Leeuw.
Lees hier alvast een voorproefje van het Goudse verhaal.
Andere sprekers zijn in ieder geval Jac Fuchs over het Oog in ‘t zeil en Rietje van Vliet over het andere Oog in ‘t zeil.
Expeditie Middelburg (4)
vrijdag 18 september 2009 – Welkomstwoord voorafgaand aan de lezingen in het Zeeuws Archief (vervolg)
Zeeland is voor Weyerman ook het land waar een voornaam heer woont, wiens zoon in Leiden studeert. Maar van studeren kwam niet veel, aangezien de Zeeuwse student, aldus Weyerman in de Vrolyke Tuchtheer, verviel ‘tot de kaart en dobbelsteenen’.
De verontruste vader in het verre Zeeland telde zijn duiten en zag aan de snel slinkende stapel dat er aan de studentikoze uitspattingen spoedig een einde zou komen. Maar niets van dat al:
Naderhant wiert hem [de vader] geboodschapt, dat die zelve zoon na de vrouwen, weduwen, en jonge juffers hapte, gelyk als een vinnig fret hapt na een duyn-lamprey [...]. (1)
De identiteit van deze bezorgde Zeeuwse vader is nooit achterhaald.
In het werk van Weyerman komt nog een Zeeuw voor, met wie we straks, dankzij Katie Heyning, wel kennis kunnen maken. Ik heb het over de Middelburgse burgemeester Alexander de Muinq.
De Dordtse schilder Arnold Verbuys, een goede bekende van Weyerman, heeft een tijdlang geschilderd in opdracht van de Middelburger. Maar wat er zich in het huis van deze De Muinq afspeelde? We gaan het straks hopelijk horen. Weyerman houdt in ieder geval zijn lezers nieuwsgierig. Verbuys, zegt hij, penseelde
onder andere konsttafereelen een Kamer, waar aan den Schilder de pynelijke straf van het gloeient zwaard, en den Heer dat strafvonnis verdienden, dat wy thans niet zullen noemen. (2)
___________
(1) Vrolyke tuchtheer, 14-11-1729, p. 160.
(2) Konst-schilders deel 3, p. 265.
1798
donderdag 17 september 2009 – De historische roman Woudman, van René Huigen (Bezige Bij € 18,90), heeft als decor het rumoerige jaar 1798. Aldus de flaptekst:
Het is 1798, de nog jonge Franse Republiek heeft het geannexeerde België al een paar jaar als win- gewest kunnen uitbuiten.
Hongersnood volgt op honger- snood en als dan ook nog de dienstplicht wordt ingesteld, breekt onder de arme Vlaamse boerenbevolking een opstand uit.
In het grensgebied met Duitsland en de Bataafse Republiek, de huidige Oostkantons, vindt eenzelfde strijd plaats, die tot in het verdeelde België van nu zijn sporen lijkt te hebben nagelaten.
Tegen de achtergrond van deze chaotische omstandigheden trekt een memorabel gezelschap voorbij, onder wie de lieftallige Georgine Bruyn-Hundt, de verarmde baron Van Lintelo de Marsch en de opstandige vicaris Theodorus Jerusalem.
Gaandeweg blijkt hoe hun levens met elkaar verbonden zijn. Zo wordt een vernuftig plot geweven, waarin de mysterieuze houtskoolbrander en alchemist Woudman ten slotte een sleutelrol blijkt te spelen.
Ongewild is hij de spil in een wervelend verhaal over zwartmaking en witwording, over de diffuse grens tussen het goede en het kwade.
Lees hier de recensie van Arie Storm. Citaat:
Het is 1798 en we verplaatsen ons naar ergens ‘in het Hertogenwoud, nabij Goé, een gehucht ongeveer dertig kilometer ten oosten van Luik, in het dal van Gileppe en Vestre, twee alleraardigste riviertjes voor wie van pootjebaden houdt’
Maar van pootjebaden zal het in deze roman niet komen. Daarvoor zijn alle personages veel te druk in de weer met van alles en nog wat, waarbij ze elkaar lelijk voor de voeten komen te lopen, en ze gezamenlijk deel blijken uit te maken van een verhaal dat gaandeweg kluchtige en soapachtige trekken krijgt.
In 1988 debuteerde de schrijver met een roman die zich eveneens in de napoleontische tijd afspeelt (De meter van Napoleon). Lees hier meer over maximaal René Huigen.
Expeditie Middelburg (3)
woensdag 16 september 2009 – Welkomstwoord voorafgaand aan de lezingen in het Zeeuws Archief (vervolg)
Zeeuwse kolen. Uit het niets haalt Weyerman er ineens Zeeuwse kolen bij.
Bij Weyerman moet de lezer altijd verdacht zijn op alledaagse uitdrukkingen die woordenboekschrijvers niet hebben begrepen of domweg altijd over het hoofd hebben gezien. In het WNT zul je de specifieke betekenis van kolen niet snel aantreffen, maar tijdgenoten van Weyerman wisten meteen dat er met die Zeeuwse kolen méér werd bedoeld dan bloemkolen, rode kolen of wat voor kolen dan ook.
Kolen associeerden ze met erotische escapades. Van kool eten word je winderig. De buik zet op. Ook in overdrachtelijke zin, want kinderen komen immers komen uit de kool. Verder kunnen mannen een kooltje stelen. Daarbij is het hun echt niet alleen te doen om het gloeiende kooltje in het vuurtestje, onder de verkleumde voetjes van een schone maagd.
Mosselen hebben een vergelijkbare erotische betekenis. Zo noemt Weyerman een bordeelhouder een ‘manufakturier in mossel schelpen’. En ook oesters staan bekend om hun zinnenprikkelende eigenschappen. Maar wat te denken van het volgende, smerige tafereel van een Zeeuwse oester die zo lang op het droge heeft gelegen dat de mieren er hun eitjes in hebben gelegd:
Een derde [chimist] ontleede een Zeeusche Oester, die in de Kraam verwaarloost was door een Fransche Kraambewaardster, na dat hy reeds ses Maanden onleedig geweest was, om den Beweegreden der Naarstigheyt na te speuren, in een Ons Mieren Eyers. (1)
_________
(1) Ontleeder der gebreeken, 12-3-1725, p. 170.
Expeditie Middelburg (2)
maandag 14 september 2009 – Welkomstwoord voorafgaand aan de lezingen in het Zeeuws Archief (expeditievergadering zaterdag 5 september 2009).
Dames en heren,
Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Laat ik met het slechte nieuws beginnen.
Jacob Campo Weyerman heeft, voor zover we het na 32 jaar campistisch onderzoek hebben kunnen nagaan, nooit een bezoek gebracht aan Zeeland. De traditie om de expeditievergadering te houden in een plaats waar hij wel is geweest, lijkt hiermee doorbroken.
Maar nu het goede nieuws. Weyerman is hier weliswaar nooit geweest, hij had wel iets met Zeeland. Zeeland was voor hem het land van Zeeuwse kolen, Zeeuwse oesters, Zeeuwse mosselen, Zeeuwse wafels, Zeeuwse rijksdaalders en Zeeuwse wijn (1).
Zeeland is het land waar het leven goed is, waar de rijksdaalders meer waard zijn dan de Hollandse (2) en waar de wafels meer boerenstruif bevatten dan waar ook (3).
Zeeland is de provincie die Weyerman deed denken aan ‘Wein, Weib, und Gesang’.
Laat ik een paar voorbeelden noemen.
In Den Vrolyke Tuchtheer schrijft Weyerman over de Engelse roomskatholieke troonpretendent Jacobus, bijgenaamd de Ridder van Sint Joris. Een slapjanus die nog geen deuk in een pak boter kan slaan. Bij het minste en geringste verstopt hij zich onder de dekens. Hij
viel toen zo gerust in slaap als een bloode wyfjes haas, die het bereyk der lange honden ontsnapt zynde door een tydige sprong, haare afgematte loopers verquikt onder een legertent van steekelige braambeezyen, of smaakelyke zeeuwsche koolen (4).
Morgen verder.
_______________
(1) ‘Dit gezegt hebbende riep den student, geef een drielingsfles Zeeuwsche wyn! op welk geluyt den vermomde vastenavonds kastelyn fluks den gepluymden hoed uyttrok, de sluyer nevens den degen wegwierp, en met zulk een tappers dienstbaarheyt de trappen neerwaards vloog, als of zyn verschopt gewisse, en zyn uytgestelde krediteurs, hem achter de vodden zaaten [...]. Vrolyke tuchtheer, 27-2-1730, p. 276.
(2) ‘Ommers moet men bekennen, (sprak ik zachtjes) dat het met een algemeen gezelschap is gestelt, als men een neeringryke winkel, in wiens laa de stuyvers en duyten veeltyds zo noodig zyn als de Zeeuwsche ryksdaalders, of de Vriesche achtentwintigen; (alhoewel ik daar onder geen spinnekopsduyten begryp, noch kopere pachtpenningen) doch als de geheele laade uyt kanaille munt bestaat, dan valt ‘er niet veel te sluyten.’ Vrolyke tuchtheer, 19-12-1729, p. 194-195.
(3) ‘Doch ghy, versteent gespens, kent min een goede tafel
Als immer Mof, of Refugee,
Die op zyn klompen herwaards glee;
Een boeren-struyf verstrekt aan uw een Zeeuwsche wafel.’ Vrolyke tuchtheer, 16-1-1730, p. 228.
(4) Vrolyke tuchtheer, 12-9-1729, p. 86.
Expeditie Middelburg (1)
woensdag 2 september 2009 – Programma van de jaarlijkse expeditievergadering van het JCW (je kunt je nog opgeven bij Gerrie Wisse).
Programma zaterdag 5 september
12.30 – 13.00: Ontvangst met koffie/thee
13.00 – 13.45: Rondleiding door het Van de Perrehuis o.l.v. Albert Meijer
Bijeenkomst in het Auditorium van het Zeeuws Archief
14.00 – 14.15: Opening door voorzitter Rietje van Vliet
14.15 – 15.00: Albert Clement: ‘”Niet altijd somer”: Liedkunst in Huyze Reynvaan te Middelburg’
15.00 – 15.30: Katie Heyning: ‘Buitenplaats als liefdesnest’, een observatie over Alexander de Muinq (1655-1719)
15.30 – eind: Gerrie Wisse: ‘Met een dode poes is het goed sollen’, een observatie over Carolus Tuinman (1659-1728)
Aansluitend een stadswandeling door Middelburg met na afloop een borrel op het Abdijplein, het hart van het Nazomerfestival in Middelburg!
- Albert Clement is musicoloog aan de Roosevelt Academy (cv). Klik hier om alvast iets meer te weten te komen over de familie Reynvaan.
- Albert Meijer is hoofd archieven en collecties van het Zeeuws Archief.
- Katie Heyning is als kunsthistorica gespecialiseerd in het Zeeuwse verleden en houdt zich momenteel bezig met de kunstcollectie van de Middelburgse VOC-bewindvoerder Alexander de Muinq (1655-1719). Hij wordt wel een vrolijke Frans genoemd. Zaterdag horen we waarom.
- Gerrie Wisse is Neerlandicus en als docent werkzaam in het voortgezet onderwijs. Zij is gespecialiseerd in de Middelburgse polygraaf Carolus Tuinman (1659-1728).