oktober 2010

Oratie Boekwetenschappen

zondag 31 oktober 2010 – Heeft het gedrukte boek nog toekomst? Deze vraag staat centraal in de oratie van Arianne Baggerman, bijzonder hoogleraar Geschiedenis van uitgeverij en boekhandel aan de UvA.

Uit het persbericht:

Arianne Baggerman verkent in haar oratie de grenzen van het hedendaagse debat over de boekcultuur, bepaald door de apologeten van de digitalisering, die moeizame lezers blijken. Zij gaat in op verleden, heden en toekomst van het boek, zoals gefantaseerd in utopieën en imaginaire reisverslagen, beleefd in dagboeken en herinnerd in autobiografieën, geschreven vanaf de zestiende eeuw. Met behulp hiervan belicht Baggerman de andere kant van de droom van de universele bibliotheek: de behoefte aan overzicht, selectie en desnoods het vernietigen van een teveel aan informatie.

Wanneer: vrijdag 5 november 16.00 uur
Waar: UvA, aula, Singel 411 Amsterdam
Deelname: toegang vrij

Der Erlkönig

vrijdag 22 oktober 2010 – De sage van de Elfenkoning blijft mooi. Van de beroemde ballade van Goethe uit 1782 is een prachtig filmpje gemaakt.
Dubbelklik op het filmpje om de beelden in de volle breedte te zien. Daarna de tekst nog eens overlezen.

Erzähler:
Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind;
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.

Vater:
“Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?”

Kind:
“Siehst Vater, du den Erlkönig nicht?
Den Erlenkönig mit Kron’ und Schweif?”

Vater:
“Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif.”

Erlkönig:
“Du liebes Kind, komm, geh mit mir!
Gar schöne Spiele spiel’ ich mit dir;
Manch’ bunte Blumen sind an dem Strand,
“Meine Mutter hat manch’ gülden Gewand.”

Kind:
“Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht?”

Vater:
“Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;

Erlkönig:
“Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn?
Meine Töchter sollen dich warten schon;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn,
Und wiegen und tanzen und singen dich ein.”

Kind:
“Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort?”

Vater:
“Mein Sohn, mein Sohn, ich seh’s genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau.”

Erlkönig:
“Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt:
Und bist du nicht willig, so brauch’ ich Gewalt.”

Kind:
“Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan!”

Erzähler:
Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind,
Er hält in den Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Müh’ und Not;
In seinen Armen das Kind war tot.

Willem leest

vrijdag 1 oktober 2010 – ‘De Stichting Jacob Campo Weyerman is één van de merkwaardigste genootschappen die ik ken. De leden hebben bovengemiddelde belangstelling voor de achttiende eeuw en in leven en werk van Weyerman in het bijzonder’

Dit schrijft Willem Minderhout in zijn Leunstoel. Rokend. Mijmerend. Een glas grappa onder handbereik. Hij is op moment van schrijven nog nuchter, al slaat de vrolijkheid toe bij het denken over het JCW. En over Syberg, de Zoetermeerse alchemist.

Comments are closed.