Persiaansche zydewever gedigitaliseerd
donderdag 28 april 2011 – Opnieuw is er een werk van Weyerman gedigitaliseerd. Deze keer is het De Persiaansche zydewever uit 1727: het bekende exemplaar van de UB Gent. De band heeft ooit toebehoord aan ene J.F.J. Heremans.
In de convoluut zijn de volgende teksten opgenomen:
- Den Persiaansche zydewever
- Demokriets en Herakliets, Brabandsche voyagie (uit 1705), met een ‘Sleutel van Demokriets en Herakliets pelgrimasie’
- De Hollandsche zinlykheyt (uit 1713), met een pagina’s lange sleutel: ‘Het karakter van mejuffrouw Keyzersthee’. Gevolgd door de drie dichtwerken ‘Den Heremyt. Een sprookje’; ‘Het klokje. Een sprookje’ en ‘Het ondoenlyk bevel. Een sprookje’
- De bezweering van den Antwerpsche courantier (uit 1705), plus een sleutel op dit werk
- De gehoornde broeders of het vrouwelyk bedrog (uit 1712 of eerder), plus een sleutel op dit kluchtspel. Gevolgd door ‘eenige gezangen van Ankreon vertaalt uyt het Grieks’.
Bossche burgers, broeders en bazen
woensdag 27 april 2011 – Het proefschrift van de Bossche stadsarchivaris Aart Vos over het ‘maatschappelijk middenveld’ van ‘s-Hertogenbosch in de 17e en 18e eeuw is al een paar jaar op de markt en volgens de website van uitgeverij Verloren in diverse vakbladen besproken.
Voor campisten is p. 64 interessant. Daar wordt de ‘Bredase charlatan’ Jacob Campo Weyerman ten tonele gevoerd. Citaat:
‘Smous, smous’, riep een aantal bakkersknechten tegen Levi Nathan. Bij ondervraging door de justitie verklaarden zij ‘dat sulx alleen voortkwam uit die vrij algemeene doch onbetaamlijke gewoonte om jooden te bespotten’. Een van de verdachten leek het ook niet ongewoon te vinden om een jood om het leven te brengen. Chirurgijn Bolsius, die in 1785 getuige was van het mishandelen van Levi Nathan en andere joden uit Den Bosch en Vught, sprak de verdachten op hun misdadig gedrag aan. Bakkersknecht Versteinen vroeg aan de chirurgijn ‘of sij dan geen smous mogte vermoorden’. ‘Neen’, zei Bolsius, ‘gij meugt nog geen kat vermoorden’. Het strafrecht maakte dan wel geen onderscheid tussen christen en jood, de stadhouder van de hoogschout Van Adrichem wees in dat jaar in zijn aanklacht tegen het viertal Bosschenaren dat een groep joden had gemolesteerd, er wel op dat de joden ‘gewoon zijn hunnen clagten tegens de christenen ten breedsten uyt te meeten’. Bovendien meenden de verdachte bakkersknechten dat joden ‘een natie (waren) altijd op de christenen gebeeten’. Het heeft er alle schijn van dat de hoogschout zich had laten inspireren door het Traktaat tegen het Jodendom van de Bredase charlatan Jacob Campo Weyerman die meende dat volgens de Talmoed ‘een Kristen te berooven een bevestigend en verdienstig bevel is aan den jood’. Negatieve oordelen over joden werden gevoed door boekjes met titels als De gestraften bedrieger of den Smous in het rasphuys of Den bedrieger bedrogen of den gevangen Smous die zich ook bij de Bossche elite in de boekenkast bevonden.
¶ Aart Vos, Burgers, broeders en bazen. Het maatschappelijk middenveld van ‘s-Hertogenbosch in de zeventiende en achttiende eeuw. Verloren 2007. Prijs € 29. Klik hier voor een eerste impressie op GoogleBooks en hier om het boek volledig digitaal te lezen.
Muziek voor het hof van Den Haag
maandag 18 april 2011 - Samen met sopraan Johannette Zomer brengt The Wallfisch Band op zondag 8 mei in Zutphen werken ten gehore zoals die geklonken hebben aan het hof van Stadhouder Willem V en prinses Caroline in Den Haag.
Dit hof oefende in de jaren ‘60 en ‘70 van de 18e-eeuw een grote aantrekkingskracht uit op door Europa trekkende componisten en virtuozen, zoals de jonge Wolfgang Amadeus Mozart.
Op het programma dan ook een combinatie van werken die de jonge Mozart voor Den Haag componeerde en van Josina van Boetzelaer. Deze adellijke Haagse hofdame – ook bekend als Josina Anna Petronella barones van Aerssen – bleek zeer verdienstelijk te kunnen componeren, in een duidelijk aan Mozart verwante muzikale stijl.
Het Digitaal Vrouwenlexicon schrijft:
Rond 1780 liet Josina van Boetzelaer vier bundels zelfgecomponeerde muziek in druk verschijnen: Sei ariette (opus 1?) en opus 2 en 4, verzamelingen van georkestreerde vocale werken (van opus 3, 6 Canzonette a piu voce, is tegenwoordig geen exemplaar bekend). Haar eerste werk verscheen onder de naam ‘Barones N.N.’ (nomen nescio), opus 2 en 4 publiceerde zij wél onder haar eigen naam.
¶ Barokorkest The Wallfischband o.l.v. Elizabeth Wallfisch (viool) m.m.v. Johannette Zomer (sopraan). Kaarten: € 21,50. Info: zie: www.hanzehof.nl of www.kasteelconcerten.nl, tel: 0575 – 529978.
De laatste koning van Polen
donderdag 14 april 2011 – Stanisław II August Poniatowski (1732-1798) is de geschiedenis in gegaan als de laatste koning van Polen. Hij had nogal wat absolutistische trekjes, wat in de laatste decennia van de achttiende eeuw voor een vorst not done was. Ook staat hij bekend om zijn verzameldrift, zijn rol als mecenas en zijn inzet voor moderne industrie in zijn land.
In de jaren vijftig deed hij tijdens zijn Grande Tour ook Holland aan. Hij was een van de minnaars van Catherina de Grote, aan wie hij in 1764 zijn benoeming tot koning dankte. Er volgde een onrustige tijd met kuiperijen, opstandjes en machtsverschuivingen. Poniatowski was niet in staat de Poolse delingen te beletten.
Bij de derde Poolse deling in 1795 kwam er een einde aan de Poolse staat en moest Poniatowski de benen nemen. Pas in de twintigste eeuw kreeg Polen zijn zelfstandigheid terug.
Over de laatste koning van Polen is nu in het Château de Compiègne een expositie te zien (Musée national du Palais impérial de Compiègne): L’Aigle blanc – Stanislas Auguste, dernier roi de Pologne. Het persbericht meldt:
Stanislaw II August (1732-1798), the last king of Poland, was a key figure in European political and artistic life in the second half of the eighteenth century. He was an intelligent, educated sovereign, very close to France. Although his political misfortunes tarnished his royal image, he was nonetheless a remarkable collector and the arts flourished in Poland during his reign.
Nearly 150 works have been brought together for the exhibition, presenting part of Stanislaw August’ collection and his patronage of the arts.
¶ De tentoonstelling duurt tot 4 juli 2011. Vanaf 14 november is ze in Warschau te zien. Voor info over de catalogus, klik hier. Lees hier Stanislaus Augustus Poniatowski, tegenwoordigen koning van Polen, in handen der vloek-verwanten, met syne wonderlyke verlossinge door hun opper-hoofd Kosinski. Bly-eindend treurspel (z.p. 1792).
Is Weyerman gemarteld?
woensdag 13 april 2011 – Het boek Martelen en martelwerktuigen in cultuurhistorisch perspectief geeft, aan de hand van historische bronnen en de collectie van Museum de Gevangenpoort in Den Haag, een reconstructie van de martelpraktijken in de Gevangenpoort van de 15e–19e eeuw.
Tot nu toe zijn er geen gegevens bekend over martelpraktijken die Weyerman zelf onderging tijdens zijn verhoren. Vermoedelijk is hij ervan gevrijwaard omdat de waarheidsvinding ondanks het gedraai van Weyerman niet echt moeilijk was.
Wel zal hij het kermen en kreunen van medegevangenen hebben gehoord. In de Gevangenpoort waren schandborden, nek- en handboeien. Onder de gebruiksvoorwerpen zijn nog steeds brandijzers, beulszwaarden en beenblokken te bewonderen.
¶ Peter Paalvast, Martelen en martelwerktuigen in cultuurhistorisch perspectief. Zoetermeer, Free Musketeers 2011 (188 blzz). ISBN 978-90-484-1671-4. Prijs € 18,95 (excl. verzendkosten).
Twee violen en een bas
dinsdag 12 april 2011 - Op 29 april 2011 presenteert Twee Violen en een Bas de cd De Graaf van Buuren, bij een try out van De Prinsenmars. Zo kondigt het gezelschap de voorstelling aan:
Terwijl bladen en tv-programma’s zeuren om een troonswisseling, en terwijl er gemorreld wordt aan de positie van Oranje in de grondwet, laat Twee Violen en een Bas ze allemaal voorbijkomen: álle generaties Oranjes vanaf 450 jaar geleden. Met spannende en aangrijpende verhalen, met ooggetuigenverslagen door hoog- en laaggeplaatste tijdgenoten. Sommigen waren edel, anderen wreed. Een paar waren losbandig, een paar dol op mannen. Ze spraken weinig Nederlands. Bijna allen waren de rijkste persoon van het land. En ieder zingt zijn eigen lied – en anders doen wij dat wel…
¶ Adres: Lutherse Kerk, Prins Hendrikstraat 79, 6521 AX Nijmegen (024-3243553). Aanvang 20.00. Entree: € 5 (inclusief korting op de cd). Klik hier voor enkele muziekfragmenten van andere cd’s.
Early Dutch Books Online (EDBO)
zondag 10 april 2011 – Op 26 mei wordt de databank Early Dutch Books Online gepresenteerd: meer dan twee miljoen pagina’s van 10.000 in Nederland uitgegeven boeken, uit de periode 1780-1800.
In samenwerking met de Werkgroep 18e Eeuw is een symposium georganiseerd waaruit de nieuwe onderzoeksmogelijkheden blijken die een dergelijk groot tekstcorpus biedt. ‘s Middags, na het symposium, geeft Wijnand Mijnhardt een lezing en wordt de website officieel gelanceerd.
De testsite van EDBO is tot en met 20 april in de lucht (gebruikersnaam: EDBOgebruiker; wachtwoord: EarlyBooks1800). Voor de doorontwikkeling van de website zijn reacties van groot belang. Daarom wordt onder de vroege gebruikers een webenquête gehouden over onder andere de zoekfunctie, layout en navigatie.
¶ Deelname symposium is gratis. Aanmelding voor 18 mei door een e-mail te sturen naar: edbo@library.leidenuniv.nl, onder vermelding van ‘aanmelding symposium’ en/of ‘aanmelding lezing’. Het programma vind je hier.
Joannes Badon (1706-1790)
vrijdag 8 april 2011 - Het Rijksmuseum heeft een verzameling portretten van Nederlandse dichters. Eén portret is van de Vlaardingse dichter Joannes Badon, ontvanger van konvooien en licenten. Hij was getrouwd met Klara Ghijben die als gelegenheidsdichteres de geschiedenis is in gegaan.
Badon is bekend geworden om zijn Bijschriften op afbeeldingen van Nederlandsche dichters en dichteressen. Die heeft hij geschreven voor het Pan Poeticon Batavum, een kast met honderden laatjes. Daarin lagen opgeborgen de afbeeldingen van beroemde Nederlandse dichters, geschilderd door Arnoud van Halen. Later zijn ze aangevuld.
Ook Weyerman kreeg een laatje toebedeeld. Badon schreef in 1774 een Bijschrift op de beeltenis van Weyerman:
OP DE
B E E L T E N I S
VAN
JACOB CAMPO WEYERMAN.
Zie hier beruchten Weyerman,
In schilderkunst niet onbedreven;
Zich zelven heeft hij net beschreven;
Zijn Beelt wordt nog bewaard in ‘t Pan:
Hij liet, op zeekre Poort, in ‘s Gravenhage ‘t leven.
Achter de façade van Leiden
dinsdag 5 april 2011 – Op donderdag 28 april wordt het boek Achter de façade van de Hollandse stad: het stedelijk bouwbedrijf in de achttiende eeuw gepresenteerd. Het boek is een bewerking van de dissertatie van Geert Medema over de manier waarop stadsbestuurders en stadsbouwmeesters in deze periode vormgaven aan steden. Bijzondere aandacht is er voor de stad Leiden.
De bijeenkomst wordt door uitgeverij Vantilt in samenwerking met het Team Monumenten & Archeologie van de gemeente Leiden georganiseerd. De presentatie is onderdeel van het programma rond Leiden 50 jaar Monumentenstad. Er zijn drie lezingen:
- Geert Medema: over de ontwikkeling de organisatiestructuur van het Hollandse bouwbedrijf in de achttiende eeuw.
- Eva Röell: over de Fundaties van Renswoude en het uitzonderlijke bouwkundige lesprogramma dat daar aan talentvolle weeskinderen werd aangeboden.
- Esther Starkenburg: over de gevolgen van de demografische krimp voor de wooncultuur in de stad (ruimtelijke politiek van koning Lodewijk Napoleon).
¶ Datum: 28 april 2011, 14-17 uur (start lezing 14:30 uur). Locatie: Voormalig Burgerweeshuis, Hooglandsekerkgracht 17, Leiden. Entree € 5. Aanmelden: achterdefacade.leiden@gmail.com (er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar). Voor info presentatie: klik hier.
¶ Geert Medema, Achter de façade van de Hollandse stad. Het stedelijk bouwbedrijf in de achttiende eeuw, Nijmegen, Vantilt. ISBN 9789460040535. Rijk geïllustreerd (±480 pagina’s). Prijs ca € 29,50.
Loci communes
maandag 4 april 2011 – Vers van de pers is deel 3 van de reeks Commonplace Culture in Western Europe in the Early Modern Period, onder de titel: Legitimation of Authority. De redactie was in handen van Joop Koopmans en de Deen Nils Holger Petersen.
De bundel artikelen is voortgekomen uit het Gronings-Deens-Engelse project Authority and Persuasion: the Role of Commonplaces in Western Europe (c.1450-c.1800). In het project is de betekenis van de term loci communes verbreed naar alle middelen om te overtuigen, via teksten, visuele bronnen, theater en muziek. Inhoud onder andere:
- Marcel Broersma, ‘A Daily Truth. The Persuasive Power of Early Modern Newspapers’
- Joop Koopmans, ‘Spanish Tyranny and Bloody Placards. Historical Commonplaces in the Struggle between Dutch Patriots and Orangists around 1780?’
- André Hanou, ‘Common Sense and Commonwealth: A New Commonplace about Vice and Virtue. Bernard Mandeville and his Fable of the Bees (1705/1714)’
- Alicia Montoya, ‘Naturalizing the Commonplace. New readings of Tasso During the Long Eighteenth Century (Sévigné, Rousseau)’
- Carsten Meiner, ‘The Topology of Chance Meetings in the Early Modern European Novel’
¶ J.W. Koopmans, N.H. Petersen (eds.), Commonplace Culture in Western Europe in the Early Modern Period III, Leuven, Peeters 2011 (Groningen Studies in Cultural Change, 41). Lees hier de info van de uitgever. Het persbericht van de RUG vind je hier.
‘t Welvaren van Siparipabo
zondag 3 april 2011 – Vorige maand verwierf het Rijksmuseum een Surinaams gelegenheidsglas uit de 18e eeuw. Hierop staat de suikerplantage Siparipabo afgebeeld.
De plantage lag aan de Commewijnerivier. Het glas is waarschijnlijk besteld door de eigenaresse van de plantage aan het begin van de 18de eeuw, Catharina Marcus (1695-1769), weduwe van de Rotterdammer Willem Pedij d’Oude (diens eerste vrouw droeg de veelzeggende naam: Maria Hardebil).
De graveur van het glas baseerde zijn voorstelling op gravures uit het boek Beschryvinge van de volks-plantinge Zuriname van J.D. Herlein uit 1718 (kijk & vergelijk).
¶ Lees hier het persbericht van het Rijksmuseum. Op de weblog Mi ben kan jere den dron is de geschiedenis van de plantage terug te lezen. En hier staat informatie over het Nationaal Archief van Suriname, dat over ruim een week zijn eenjarig bestaan viert.
Tekeningen Watteau (1684-1721)
zaterdag 2 april 2011 – Jean Antoine Watteau is meer bekend geworden door zijn schilderijen dan door zijn tekeningen. Vooral zijn geschilderde toneelfiguren (pierrot) zijn beroemd.
Maar nu gaat het dus om de tekeningen van deze Franse tijdgenoot van Weyerman. Momenteel hangen er in de Royal Academy of Arts tachtig stuks. Deze tekeningen hebben nu eens ‘fêtes galantes’ tot onderwerp, dan weer toneelstukken, portretten of winkelinterieurs.
¶ Expositie Watteau: The Drawings. Te bezichtigen in de Royal Academy of Arts in Londen, tot 5 juni 2011. Plaatjes vind je hier. Bio op de website van Metropolian Museum of Art.
