De laatste vertegenwoordiger van de Vlaamse school
vrijdag 29 juli 2011 – Op drie verschillende plaatsen in België wordt het overlijden van Pieter-Jozef Verhaghen (1728-1811) met een tentoonstelling herdacht.
Het M-Museum te Leuven laat aan de hand van zijn schilderijen zien hoe Verhaghen zich als kunstenaar ontwikkelde. Museum Parkabdij toont de grote religieuze werken waarmee de kunstschilder onder meer de kapittelzaal decoreerde. En het Stedelijk Museum Aarschot (de geboorteplaats van Verhaghen) vertelt met originele brieven, documenten en kunstwerken de biografie van deze navolger van Rubens.
Verhaghen wordt gezien als de laatste vertegenwoordiger van de Vlaamse School. Hij schilderde in de trant van Rubens grote historiestukken, vaak met religieuze en mythologische voorstellingen. Zijn schilderijen vielen bij Maria Theresia zozeer in de smaak, dat ze hem in 1773 benoemde tot hofschilder. Toen zijn moeder in 1782 in Aarschot werd begraven, werd speciaal voor haar maar liefst ’18 pozen geluid, wegens de vermaardheid van haar zoon’.
In de loop van de negentiende eeuw raakten zijn schilderijen echter voorgoed uit de mode. Verhaghen zelf verdween daarmee uit de belangstelling. Dat zijn klandizie achteruit ging, had de schilder zelf al gemerkt. Aan het einde van de 18e eeuw had hij bijna geen opdrachtgevers meer. Ze hadden gewoonweg geen geld meer om hem historiestukken te laten schilderen. Dit kwam doordat de reguliere geestelijken dankzij de hervormingsgezinde Jozef II werden afgeschaft. Verder zorgden de Brabantse Omwenteling en de inlijving bij Frankrijk voor een ongunstige conjunctuur.
¶ De tentoonstellingen in het M-Museum Leuven en het Museum Parkabdij te Heverlee duren tot 25 september 2011. Helaas is de expositie in het Stedelijk Museum Aarschot op 12 juni jl. beëindigd. Je kunt in de stad zelf nog wel het P.J.Verhaghenwandelpad nemen: die voert de wandelaar langs allerlei gedenkwaardige plekken die met de schilder te maken hebben. De begeleidende tentoonstellingcatalogus is uitgegeven door Peeters, te Leuven. Klik hier om een introductiefilmpje te bekijken.
Verrassende combinatie: bijbeldrukker en Weyerman
donderdag 28 juli 2011 – Wat bezielde de Gorkumse bijbeldrukker Nicolaas Goetzee (1696-1751) om het Vermakelyk wagenpraatje van Weyerman in 1741 in zijn fonds op te nemen?
Het antwoord is simpel. Goetzee had het anoniem gedrukte werk door aankoop verworven en er een nieuwe titelpagina voor laten maken, met zijn eigen impressum. Desondanks blijft de titel een vreemde eend in de bijt.
Nicolaas Goetzee was stadsdrukker van Gorinchem. In 1719 trouwde hij met Maria van Kampen. Een van zijn zoons heette Willem Goetzee (1720-1750?). Deze Willem werkte in 1744 nog vanuit het huis van zijn vader (zie impressum Het betamelyk gedrag onder oordelen, kastydingen, en in bekommerlyke tyden, van Johannes Stulen). Hij trouwde in 1745 met Petronella Meekern uit Breda en werd nog hetzelfde jaar poorter van die stad. Ook daar was hij korte tijd als drukker-uitgever actief. Vermoedelijk is hij reeds in 1750 gestorven.
Na het overlijden van Maria van Kampen, in 1725, trad Nicolaas Goetzee in het huwelijk met Adriana de Vroom, eveneens uit Breda. Hun zoon Pieter Goetzee (1727-1774) werd ook voor het boekenvak klaargestoomd, maar lang heeft hij niet als zelfstandig drukker gewerkt. Er is alleen uit 1748 een uitgave op zijn naam aangetroffen. Hij trouwde in 1749 met Jacoba van Braam en kreeg een baan bij de Gorkumse tol.
Na het overlijden van Nicolaas Goetzee zette zijn weduwe de zaak op Langendijk 25 voort tot haar overlijden in 1767. Zoonlief Cornelis Goetzee (†1795) werkte sinds 1758 al een tijdje in het boekenbedrijf en nam in 1767 de zaak definitief over.
Blijft de vraag waarom Nicolaas Goetzee Weyermans Vermakelyk wagenpraatje in zijn fonds opnam. Vermoedelijk zit het zo. In 1739 had Goetzee toestemming gekregen om de Statenbijbel te drukken. In 1741 deed hij vele investeringen om het project tot een goed einde te brengen. Hij kocht een drukpers, letters en ander drukkerijgereedschap. In hetzelfde jaar verwierf hij ook de rechten van het Wagenpraatje. Waren die rechten soms bij een of andere boedel inbegrepen?
¶ Klik hier voor meer informatie over het enorme bijbelproject van Goetzee. Lees hier een artikel in het RD over Gorkum als bijbelstad.
启蒙的艺术
dinsdag 26 juli 2011 - De tentoonstelling The Art of the Enlightenment is het resultaat van de samenwerking tussen het National Museum of China (Beijing) en drie Duitse musea (Berlijn, Dresden en München). De enorme expositie omvat zo’n 600 objecten uit de 18e eeuw, afkomstig uit deze musea en nu in Peking tentoongesteld.
De tentoonstelling is opgedeeld in negen hoofdstukken, variërend van het leven aan adellijke hoven tot natuur, emancipatie of historisch besef. De website bevat ook een crash course met een tijdbalk waarop verschillende gebeurtenissen zijn gegraveerd. Thema’s zijn hier: cultuur en filosofie, wetenschap en technologie, en politiek en maatschappij. Ook hier kun je vele schilderijen en beeldhouwwerken bewonderen.
¶ Die Kunst der Aufklärung, The Art of the Enlightenment, 启蒙的艺术, tentoonstelling in het National Museum of China, van 2 april 2011 tot 31 maart 2012. De website vind je hier. Een weekje Peking boek je hier. Lees hier een recensie in de Frankfurter Allgemeine. De expo wordt ook wel genoemd een ‘unterkühlte Kuschel-Aktion‘.
Mechelen, stad van boeken
maandag 25 juli 2011 – De tentoonstelling Gedrukte Stad. Drukken in en voor Mechelen 1581-1800 is al weer een half jaar voorbij. Maar het boek over Mechelen – door Weyerman betiteld als de ‘befaamde Burgt der Maanblusschers‘ – als stad van drukkers en uitgevers is nog altijd te koop.
Expositie en publicatie zijn een uitvloeisel van de werkzaamheden voor de Short Title Catalogus Vlaanderen (STCV). In 2007-2008 werden bijna 3.000 boeken uit Mechelen in de STCV verwerkt. De Mechelse verzameling bleek een ware schat aan Mechelse drukwerk uit de zeventiende en achttiende eeuw te bevatten.
¶ Diederik Lanoye, Goran Proot en Willy Van de Vijver, Gedrukte stad. Drukken in en voor Mechelen 1581-1800, Brugge, Marc Van de Wiele, 2010. 131 blzz. Prijs € 20,-. Kijk hier naar een filmpje dat is gemaakt ter gelegenheid van de tentoonstelling. Voor een foto-impressie, klik hier.
Het treurige einde van Haafners grote liefde
zondag 24 juli 2011 – De klerk-koopman Jacob Haafner laat zich in 1786 per draagbed vervoeren van Calcutta naar Madras. Tijdens zijn tocht ontmoet hij Mamia, een beeldschone Indiase danseres, op wie hij hartstochtelijk verliefd wordt.
In zijn reisverslagen toont Haafner zich een felle anti-kolonialist, in wie Multatuli zich vele decennia later zou herkennen. Haafner hekelt de Europese kolonisatoren, die feestvieren terwijl de bewoners van honger liggen te kreperen.
Onderweg beleeft hij een heleboel avonturen, waardoor de Exotische liefde – een bloemlezing uit zijn Reize in eenen Palanquin – het karakter krijgt van een liefdesroman en een avonturenroman in één. Het einde is hartverscheurend, wanneer Haafner het lichaam van de inmiddels overleden Mamia moet verbranden, zoals de lokale traditie voorschrijft.
Een mooi boek dat in het rijtje andere Haafner-edities niet mag ontbreken.
¶ Jacob Haafner, Exotische liefde. Bewerkt door Thomas Rosenboom; nawoord van Erica van Boven en Olf Praamstra. Amsterdam, Athenaeum 2011. 282 blzz. Prijs: € 24,95.
Het Binnenhof
zaterdag 23 juli 2011 – Onlangs verscheen een kunsthistorische bundel artikelen over de noordzijde van het Binnenhof door de eeuwen heen. Aan deze Hofvijverzijde van het politieke machtscentrum van Nederland zetelen nu de MP, de ministerraad, het ministerie van Algemene Zaken en de Eerste Kamer.
De focus van de studies is gericht op muur- en plafonddecoraties, symboliek & politiek, schilderingen, architectuur, bewoners en gebruikers. Vooral interessant zijn de bijdragen over de zeventiende en achttiende eeuw, al is de studie over bedden en woonvertrekken op het Binnenhof tijdens de Middeleeuwen ook zeer lezenswaardig. Enkele citaten uit de rest van het boek:
- ‘Het onderkomen van de hoogste bestuursinstellingen van Holland en de Republiek der Verenigde Nederlanden in Den Haag vormde een schril contrast met het stadhuis van de handelsmetropool aan de Amstel’. – uit: Maurits Ebben, ‘De Staten Generaal. Twee eeuwen te gast bij de Staten van Holland (1593-1795)’.
- ‘Velen drenkten hun neusdoeken in het bloed van de landsadvocaat [Van Oldenbarnevelt], anderen probeerden wat bebloed zand mee te nemen of “het bloet uyt de plancken” te snijden.’ – uit: Paul Knevel, ‘Het Binnenhof in de zeventiende en achttiende eeuw’.
- ‘Het grote ovale plafond van de Trêveszaal en vier plafonddelen van de Statenzaal hebben schilderingen die de illusie wekken openingen te zijn naar de hemel boven het Binnenhof. In deze plafonds wordt de Eenheid afgebeeld [...]‘ – uit: Marion Bolten, ‘Interieur van betekenis, betekenis van interieur. De decoratieprogramma’s aan de noordzijde van het Binnenhof’.
¶ Henk te Velde en Diederik Smit (red.), Van Torentje tot Trêveszaal. De geschiedenis van de noordzijde van het Binnenhof. Den Haag, uitgeverij De Nieuwe Haagsche 2011. ISBN 978-94-91168-10-9. 444 blzz. Prijs: € 29,95. Het schitterend geïllustreerde werk verscheen in opdracht van het ministerie van Algemene Zaken.
Gijsbert van Laar, hovenier
vrijdag 22 juli 2011 – Van 1802 tot 1809 verscheen in 24 afleveringen, bij Johannes Allart, het Magazijn van tuin-sieraaden. Of verzameling van modellen van aanleg en sieraad, voor groote en kleine lust-hoven, voornamelijk van dezulke die, met weinig kosten, te maaken zijn. Getrokken uit de voornaamste buitenlandsche werken, naar de gelegenheid en gronden deezer republiek gewijzigd, en met veele nieuwe platte gronden en sieraaden vermeerderd.
Het beroemde plaatwerk is samengesteld door Gijsbert van Laar. Deze Zwammerdamse hovenier heeft aan de Rijn, bij Alphen, menige tuin aangelegd. Hij noemde zich herborist en legde ook plantsoenen aan. Zijn ideeën over tuinarchitectuur heeft hij beschreven in het Magazijn van tuin-sieraaden.
Veel afbeeldingen en een deel van de tekst in het werk zijn overgenomen uit Ideenmagazin für Liebhaber von Gärten, van Johann Gottfried Grohmann. Een beperkt aantal afbeeldingen en alle tuinplattegronden zijn van de hand van Van Laar zelf. Het Magazijn verscheen zoals zoveel plaatwerken in afleveringen. Hierdoor is het feitelijk een tijdschrift, al zul je dat nauwelijks merken wanneer je erdoor heen bladert.
¶ Over het Magazijn verscheen onlangs een special van Cascade: over de relatie met Grohmann’s werk, over de abonnees van Gijsbert van Laar, over de drukgeschiedenis en over de afbeeldingen. Klik hier voor informatie over het Tuinhistorisch Genootschap Cascade. Van eerdere artikelen over Gijsbert van Laar zijn hier pdf’s beschikbaar. Op archive.org kun je de verschillende afleveringen van het Magazijn in kleur bekijken. GoogleBooks heeft een compleet exemplaar maar zonder illustraties. En voor wie er niet genoeg van kan krijgen is er het uitgebreide overzicht van gedigitaliseerde tuinboeken uit de vroegmoderne tijd.