november 2011

Zeemanstaal

dinsdag 29 november 2011 – Roesemoesen. Waifelen. Haf. Kolsem. Sammereus. Seevoeten. Verboodemen. Wie denkt dat-ie het zeventiende- of achttiende-eeuws goed kan lezen, komt bedrogen uit bij het doorbladeren van het maritieme woordenboek Seeman, van de Leidse schoolmeester Wigardus à Winschooten (Leiden 1681).

Zojuist is van dit woordenboek een hertaalde editie verschenen. Het is meer dan een praktisch naslagwerk voor zeelieden en scheepsbouwers, schrijven de editeurs: ‘Het is niets minder dan het eerste volwaardige woordenboek van het Nederlands. Bij ieder woord worden afleidingen en samenstellingen vermeld, alsmede tal van vermakelijke uitdrukkingen en spreekwoorden. Ook staat Wigardus à Winschooten stil bij folklore en ambachten, bij dialecten en groepstalen, bijvoorbeeld van vrouwen.’

Seeman. Maritiem woordenboek van Wigardus à Winschooten. Hertaald en ingeleid door Hans Beelen, Ingrid Biesheuvel en Nicoline van der Sijs met een cd-rom met de zeemanswoordenboeken en -lijsten van Nicolaas Witsen (1690), Georgius van Zonhoven (1740), J.P. Sprenger van Eyk (1835-1836), Jacob van Lennep (1856) en T. Pan (1857). Zutphen, Walburg Pers, 2011. 326 blzz. Prijs: € 39,50. Een kennisbank over scheepvaarttermen en scheepvaarthistorie vind je hier (ook met hedendaagse benamingen voor scheepvaartgerechten: van sopdotten tot luchtpostpapier).

Genieten van een dode mus

donderdag 24 november 2011 – Tegen- woordig dromen mensen maar moeilijk weg bij het zien van een jachttafereel vol dode dieren. Dergelijke schilderijen zijn dan ook niet populair. Dat is in vroegere eeuwen wel anders geweest, zo laat de tentoonstelling Von Schönheit und Tod. Tierstillleben von der Renaissance bis zur Moderne zien.

In de Kunsthalle van Karlsruhe hangen sinds deze week 120 stillevens met dode dieren van beroemde kunstenaars. Van Albrecht Dürer en Peter Paul Rubens tot Jean-Baptiste Simeon Chardin en Francisco José de Goya (maar ook: James Ensor, Oskar Kokoschka en Max Beckmann). Op de expositie is ook werk te zien van de Antwerpse schilder Frans Snyders. Over hem schrijft Weyerman:

Die Schilder is gebooren tot Antwerpen, op het jaar duyzent vyf hondert negen en zeventig, of daar ontrent. Hy leerde de beginselen van de Schilderkonst by den Konstenaar Hendrik van Balen by ons hier vooren geroemt, maar hy verviel gelijk als den eersten Mensch op het Fruyt, alhoewel met minder Zonde, en van het Ooft klom hy weerop op allerhande viervoetige Dieren en Vogels, dewelke hy zo natuurlijk wist te konterfyten, dat niemant van zijne tijdgenooten hem daar in kon evennaaren, vry verre van hem te overtreffen. Voornaamelijk maakte hy zijnen naam befaamt door het schilderen van Jagt-tafereelen, ook Leeuwen- en Beerengevegten, wilde Zwijnen en Hondenkrakeelen, en alzulke grootsche Ordonnantien, die vry beter passen tegens de wanden der Vorstelijke Paleyzen, dan tegens de Kloostermuuren der langgebaarde Kapucynen.

¶ De tentoonstelling Von Schönheit und Tod is tot 19 februari 2012 te zien in de Staatliche Kunsthalle te Karlsruhe (filmpje). De catalogus kost € 48.

Expositie Franse landschapskunstenaar Claude Lorrain

dinsdag 22 november 2011 - Claude Lorrain (ca 1600-1682) was de eerste kunstenaar die de zon centraal durfde te stellen. Zijn gouden, Italiaanse licht werd wereldberoemd. Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds zwierf hij door het landschap rond Rome om het zonlicht te doorgronden en op papier en doek te vangen.

Grote kunstenaars als William Turner en Jean-Baptiste Corot lieten zich door zijn werk inspireren. In Engeland werden landschapstuinen naar voorbeeld van zijn schilderijen aangelegd, compleet met klassieke bouwwerken.

Opmerkelijk genoeg is Claude Lorrain in Nederland nauwelijks bekend. Teylers Museum brengt daar nu, in samenwerking met het Louvre, verandering in. Het laat met 78 tekeningen, 13 schilderijen en 4 etsen Nederlandse kunstliefhebbers kennis maken met zijn oeuvre. (bron: website Teylers)

¶ De tentoonstelling duurt tot en met 8 januari 2012. De catalogus kost € 34,50 (info).

Spinozalezingen

zondag 20 november 2011 - Op de najaarsbijeenkomst van de Vereniging Het Spinozahuis, zaterdag 26 november, zijn twee interessante lezingen geprogrammeerd.

Eerst spreekt Tanja Holzhey: Van rationalisme naar classicisme: spinozistische invloeden op de Amsterdamse toneelliteratuur in de late zeventiende eeuw. Citaat: ‘Aangezien minstens drie leden van Nil Volentibus Arduum niet alleen bevriend waren met de radicale denkers Franciscus van den Enden en Spinoza, maar ook bekend waren met hun filosofische ideeën, is een aantal opvallende overeenkomsten niet verwonderlijk.’

Dan volgt Leen Spruit die ingaat op het onlangs ontdekte Vaticaans manuscript van Spinoza’s Ethica. Citaat: ‘Het is een afschrift van Spinoza’s autograaf en is in de winter van 1674-75 vervaardigd door Pieter van Gent voor de Duitse edelman Ehrenfried Walther von Tschirnhaus (1651–1708). Dit handschrift wordt Tschirnhaus tijdens zijn bezoek aan Rome in augustus 1677 afhandig gemaakt door Niels Stensen, een vroegere vriend van Spinoza die in de tussentijd tot het Rooms-Katholicisme is bekeerd.’

¶ Zaterdag 26 september (aanvang 11 uur). Plenaire discussie is om 14.45 uur, waarna het programma is afgelopen. Locatie: voormalig gemeentehuis van Rijnsburg (Burg. Koomansplein 1). Aanmelding: e-mail info@spinozahuis.nl met vermelding van naam, of u de gehele dag / ’s morgens / ’s middags komt, met hoeveel personen, en of u de lunch (kosten € 10,- ter plaatse te voldoen) gebruikt.

‘Er is meer tussen hemel en aarde vriend Horatius dan waarvan jouw wijsheid droomt’

donderdag 17 november 2011 – In het Museum of Modern and Contemporary Art of Strasbourg is momenteel de expositie Europe and the Spirit World or the Fascination with the Occult, 1750-1950 te zien.

Daaromheen zijn diverse activiteiten, variërend van voorstellingen met vroegtwintigste-eeuwse griezelfilms, concerten, lezingen, Halloweenparty (helaas: al voorbij), workshops etc.

Onderwerpen zijn dansende tafels, sprekende geesten, het medium Eusapia Palladino, mesmerisme, en andere vormen van esoterie. Ook is er aandacht voor griezelige en onverklaarbare fenomenen, die later door natuurkundigen als gewone natuurverschijnselen werden beschreven (Curie, Bell).

De tentoonstelling is opgedeeld in drie secties (citaat website):

  • The creative arts: painting, drawing, sculpture, print-making and photography, the literature of the irrational and unexplained.
  • The esoteric tradition revisited, with an extensive chronological survey encompassing the movement’s foundational texts and print iconography.
  • The relationship between occult phenomena and the scientific world, through key scholarly figures and thinkers, and an examination of their experiments and scientific instruments.

L’Europe des esprits ou la fascination de l’occulte, 1750-1950, Éditions des Musées de la Ville de Strasbourg. ISBN 978-2-35125-092-1. Circa 450 blzz. Prijs € 48. De tentoonstelling duurt tot 12 februari 2012. Lees ook bijvoorbeeld het pamfletje Eenige aanmerkingen over de mooglykheid van’t bestaan der spooken van Petrus Nieuwland (1766) en een reactie daarop.

Vogelen

woensdag 16 november 2011 – Het beroemde vogelboek van Cornelis Nozeman staat sinds kort online. Dat wil zeggen: voorlopig alleen deel 1 van de Nederlandsche vogelen, uit 1770, is digitaal te raadplegen. De overige vier delen, gedrukt in de jaren 1789, 1797, 1809 en 1829, volgen later.

Nederlandsche vogelen bevat 250 beschrijvingen van vogelsoorten die in Nederland voorkomen. Ze werden gemaakt door de remonstrantse predikant Cornelius Nozeman. Bij elke beschrijving staat een bijna levensgrote afbeelding van de beschreven vogel. Deze illustraties zijn gemaakt door graveur, cartograaf en amateurbioloog Christiaan Sepp. Uitgever van het boek was zijn zoon Jan Christiaan Sepp. In 1775 nam diens zoon, Jan Christiaan Sepp, de productie van de gravures voor zijn rekening.

Het duurde echter tot 1789 voor deel 2 verscheen. Inmiddels was ook Nozeman overleden. De pen werd overgenomen door de Amsterdamse arts en bioloog Martinus Houttuyn. Het laatste deel verscheen in 1829 bij een nieuwe telg uit de Sepp-dynastie: Jan Sepp, kleinzoon van Christiaan en zoon van Jan Christiaan. Houttuyn was inmiddels opgevolgd door Coenraad Jacob Temminck, directeur van het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie (nu: Naturalis te Leiden). (Bron: KB)

Slaven halen

dinsdag 15 november 2011 – Op 1 januari 1738 verging voor de monding van de Marowijnerivier in Suriname het slavenschip Leusden van de West-Indische Compagnie (WIC). Van de 716 in Afrika ingescheepte gevangenen overleefden er slechts 16 de ramp. Het is de grootste tragedie uit de Nederlandse scheepvaarthistorie. Toch is de ramp vrijwel onbekend.

De Leusden was een van de laatste WIC-schepen die slaven vervoerden. Per reis transporteerde het schip gemiddeld 660 slaven. Ze lagen geketend, en dicht op elkaar. In deze varende gevangenissen heerste een wreed regime. Bovendien hadden allerlei enge ziekten er vrij spel.

Veel slaven overleefden de overtocht niet. Van haar eerste reis in 1720 tot aan haar ondergang in 1738 voerde de Leusden in totaal 10 slaventochten uit: slechts 73% van de slaven bereikte levend de overzijde.

Leo Balai deed promotieonderzoek naar het slavenschip Leusden en daarmee naar de transatlantische slavenhandel. Dankzij diverse onbekende bronnen doet hij verslag van het feitelijke reilen en zeilen aan boord van slavenschepen.

¶ Leo Balai, Het slavenschip Leusden. Verongelukt voor de kust van Suriname, 1738, Zutphen, Walburg Pers 2011. ISBN 978.90.5730.729.4. 330 blzz. Prijs € 34,50.

Die Entführung aus dem Serail

Mozart woont in Berlijn de uitvoering bij van zijn eigen Entführung aus dem Serail (1789)

Mozart woont in Berlijn de uitvoering bij van zijn eigen Entführung aus dem Serail (1789)

donderdag 10 november 2011 – De Spaanse edelman Belmonte wil zijn verloofde Konstanze bevrijden uit de harem van Bassa Selim. De pasja wil Konstanze op basis van vrijwilligheid voor zich winnen. Konstanzes Engelse kamermeisje (Blonde) heeft hij aan de paleiswachter Osmin geschonken. Belmontes dienaar en Blondes geliefde (Pedrillo) is als tuinier werkzaam. Edelman Belmonte spoort hen op en weet met behulp van Pedrillo de harem binnen te komen door zich aan Bassa Selim voor te stellen als bouwmeester.

Osmin beschouwt Blonde als een slavin, tot haar diepe verontwaardiging. Bassa Selim probeert het voor de zoveelste keer bij Konstanze maar ze blijft hem afwijzen. Pedrillo vertelt Blonde dat Belmonte in het paleis is om haar en Konstanze te bevrijden. Met hun vieren voeren zij paleiswachter Osmin dronken en bereiden hun ontsnapping voor. Hun plan mislukt doordat Osmin onverwacht uit zijn roes ontwaakt. Hij slaat alarm.

Wanneer Belmonte voorstelt dat zijn vader losgeld zal willen betalen voor hem en Konstanze, herinnert Bassa Selim zich zijn oude aartsvijand. Deze heeft hem lang geleden in het ongeluk gestort. Daarmee lijkt het lot van Belmonte en Konstanze bezegeld. Maar Bassa verlaagt zich niet door onrecht met onrecht te vergelden. Tot ongenoegen van Osmin schenkt hij het viertal de vrijheid.

¶ Uitvoering van het Orkest van de Achttiende Eeuw, ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum. Er zijn nog kaarten voor 15 november a.s. in het Concertgebouw, Amsterdam (met cursus en champagne!). Voor andere uitvoeringen, klik op de agenda van het Orkest. Kijk hier naar het filmpje waarop het Orkest van de Achttiende Eeuw de Symfonie Nr. 41 van Mozart speelt.

Stad tussen Verlichting en Romantiek: Groningen 1780-1850

woensdag 9 november 2011 – Op 17 november promoveert Lies Ast-Boiten in Groningen op een proefschrift over de leescultuur, de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, de genootschappen, het theater- en muziekleven en het literaire leven in Groningen, tussen 1780-1850.

De stad kende aan het einde van de 18e eeuw een avant-garde die overtuigd was van de noodzaak van de eenheidsstaat. Deze burgers beschouwden onderwijs en cultuur als belangrijke instrumenten om het volk op te voeden en te verenigen in zo’n eenheidsstaat. Ze waren voor religieuze tolerantie.

Liepen ze achter, daar in Groningen, dat zo ver verwijderd ligt van Holland? Het antwoord is nee. Op cultureel en artistiek terrein blijken de Groningers trendvolgers te zijn. Wel vormde de geografische ligging een obstakel voor de persoonlijke kennismaking met kunstenaars en geleerden.

Het boek is een zoektocht naar de ambities en voorkeuren van de destijds perifere provinciestad Groningen. Een voorhoede liet zich inspireren door de internationale Verlichting en zette zich in voor politieke veranderingen en moreel burgerschap. Deze voorhoede is patriotgezind en op godsdienstig gebied gematigd en tolerant.

Omstreeks 1800 maakt men kennis met de Romantiek en evenals elders worden Bilderdijk, Byron en Walter Scott de literaire helden. Boekhandelaar en uitgever Van Boekeren speelt in dit opzicht een belangrijke rol omdat hij Scott als eerste laat vertalen in het Nederlands. Met Lulofs als hoogleraar Nederlandse taal en welsprekendheid krijgt de Groninger Hogeschool een nationalistisch tintje, terwijl jurist en dichter Spandaw met zijn verheerlijking van het vaderland zelfs enige jaren nationale roem verwerft.

De smaakontwikkeling houdt overigens gelijke tred met die van Nederland in zijn geheel. Wat het cultuuraanbod betreft heeft de stad wel degelijk last van haar geïsoleerde ligging. Er is dan ook een constante vrees achterop te raken.

¶ Lies Ast-Boiten, Stad tussen Verlichting en Romantiek: Groningen 1780-1850. Assen, Van Gorcum 2011. ISBN 9789023249146. 440 blzz. Prijs € 29,95.

Comments are closed.