Biografie Boerhaave verschenen
maandag 31 oktober 2011 – De zoon van een Leidse berooide predikant, Herman Boerhaave (1668-1738), was in de eerste helft van de achttiende eeuw de beroemdste arts van Europa.
Van heinde en verre kwamen studenten naar Leiden om zijn lessen te volgen. Aan alle vorstenhoven, tot in Azië aan toe, werd zijn advies gevraagd. Boerhaave stond bekend als ‘het orakel’.
In de biografie schetst Luuc Kooiman (schreef ook de biografie van Swammerdam en van Frederik Ruysch) een sceptische theologiestudent die zijn hart verloor aan wiskunde, mechanica en scheikunde. Met als onbedoeld gevolg een nieuwe geneeskunde.
Boerhaave was een gedreven man. Zijn vermogen om zijn veelzijdige kennis over te brengen werd bewonderd door vele buitenlandse coryfeeën, zelfs door het Franse enfant terrible La Mettrie en de arrogante Linnaeus.
Er schijnt een behoorlijke ruzie over zijn nalatenschap te zijn geweest. Bovendien waren de archieven in Rusland, waar een solide Boerhaave-archief schijnt te liggen, door allerlei interne strubbelingen nog steeds niet raadpleegbaar.
¶ Luuc Kooijmans, ‘Het orakel. De man die de geneeskunde opnieuw uitvond: Herman Boerhaave (1668-1738)’. Uitgeverij Balans, ISBN 978 94 600 3344 5. Prijs € 24,95
Pim van Oostrum (1943-2011)
maandag 24 oktober 2011 – Gisterochtend om kwart voor acht is Pim van Oostrum overleden in het hospice in De Bilt, waar ze opgenomen was. De chemokuren en operatie (slokdarmkanker) gaven haar enige maanden hoop, maar het einde was onafwendbaar. Daarvan was ze zich terdege bewust. Desondanks kwam haar overlijden toch nog sneller dan gedacht.
Pim was vanaf de beginjaren van het JCW actief lid van de stichting. Ze schreef vele bijdragen voor de Mededelingen: artikelen, recensies en signaleringen. Haar betrokkenheid bij het JCW is tevens af te lezen aan het feit dat er onder de campisten velen zijn die zich tot haar persoonlijke vriendenkring mochten rekenen.
Over Pim schreef Camiel Hamans een mooi in memoriam op Neder-L.
Achttiende-eeuws miniatuurzilver: Tall & Small
maandag 10 oktober 2011 – Op de Lange Vijverberg in Den Haag staat het 18e-eeuwse herenhuis waar Museum Bredius is gehuisvest.
Hierin is de privécollectie van kunsthistoricus Abraham Bredius (1855-1946) te bezichtigen. Er hangen fraaie schilderijen van Rembrandt, Jan Steen, Aert van der Neer, Adriaen van Ostade, Meindert Hobbema en vele andere grote en kleine meesters uit de Gouden Eeuw.
Verder bevat de verzameling meubelen, porselein, zilver en kristal.
Van 11 oktober 2011 tot en met 15 januari 2012 is er de tentoonstelling Tall and Small te bezoeken. Nederlands antiek miniatuurzilver is dan voor eerst te zien naast de grote zilveren voorwerpen waarnaar ze zijn vormgegeven. Citaat website:
Miniatuurzilver kwam in Nederland in de tweede helft van de 17e eeuw in zwang. Welgestelde dames, voornamelijk in Amsterdam, richtten een heel kabinet in als poppenhuis wat vervolgens werd voorzien van een miniatuurzilveren huisraad. Een kostbare hobby, de miniaturen werden van hetzelfde materiaal vervaardigd als de munten uit die tijd. Het poppenhuis werd een statussymbool. In de 18e eeuw was dit een grote rage. De vraag naar miniatuurzilver was in Amsterdam zo groot dat zilversmeden zich van generatie op generatie konden specialiseren in het maken van dit ‘poppegoet’ zoals het miniatuurzilver in die tijd werd aangeduid.
Napoleon in Amsterdam
zaterdag 8 oktober 2011 - Op zondag 9 oktober wordt in het Amsterdam Museum een van de grootste schilderijen van Nederland onthuld: De intocht van Napoleon te Amsterdam van Matthieu van Bree (1813). Het schilderij meet 6×4 m en is daarmee groter dan de Nachtwacht.
Het monsterlijk grote doek is geschilderd naar aanleiding van het bezoek van de keizer aan Amsterdam. Je ziet hem aan de stadsgrens, omringd door allerlei notabelen. Napoleon krijgt de zilveren stadssleutels overhandigd door de toenmalig burgemeester van Amsterdam: Willem Jozef van Brienen.
Lange tijd is het schilderij niet te zien geweest. Men wist gewoonweg niet wat men ermee aanmoest: foute Fransman, foute manier van eerbetoon door het vrijheidslievende Amsterdam, en foute maten. Maar nu is het doek weer uitgerold (filmpje) en hangt het weer.
Doordat het jarenlang opgerold in het depot heeft gelezen, zijn de kleuren weliswaar weinig gebleekt, maar zijn de barstjes fors toegenomen. Een deel is al gerestaureerd. Voor de rest heeft het Amsterdams Historisch Museum nog geld nodig. Dat gebeurt via crowd sourcing: als particulier kun je een aandeel kopen in een te restaureren personage.
Zo kan bijvoorbeeld het portret van Napoleon voor €250 worden gesponsord, kost zijn paard Marengo €25 en het portret van Baron van Brienen van de Groote Lindt €100. Alle donateurs ontvangen een certificaat met een kleine uitleg over het gedeelte van het werk dat zij sponsoren.
Napoleon in Hellevoetsluis
vrijdag 7 oktober 2011 – Het zal de deelnemers aan de laatste JCW-expeditievergadering niet zijn ontgaan: Hellevoetsluis maakte zich toen op voor het bezoek van Napoleon. Hieronder een kort verslag, bestemd voor degenen die Napoleon op 1 oktober jl. gemist hebben (introductiefilmpje, filmpje en foto’s aankomst Napoleon, en nog meer foto’s).
Bij het bezoek van Napoleon aan H’sluis, meer specifiek Het Kruithuisje, beeldde Bart Coelen ‘de laatst overgebleven patriot van Hellevoetsluis’ uit. In een monoloog vertelde hij zijn patriotse levensverhaal aan Napoleon. Er zat natuurlijk een politieke boodschap in. Hij waarschuwde Napoleon ervoor dat de burgemeester en wethouders (die de Fransman later op de dag zou ontmoeten) achter zijn rug om, heimelijk zinnen op de terugkeer van Oranje. Tot op de dag van vandaag plunderaars van ‘s lands schatkist om een lekker leventje te kunnen leiden.
De patriot, Bart dus, smeekte Zijne Keizerlijke Hoogheid of diens geliefde broer Louis ónze koning mocht blijven. ‘De burgemeester en wethouders zijn schobbejakken, smuigers, fielten en scharrebiersjuffrouwen’, waarschuwde de patriot nog. De boodschap werd ook doorgetrokken naar 2011:
De burgemeester en wethouders zijn absoluut niet geliefd. Megalomane bouwprojecten die de vesting van Hellevoetsluis onherstelbaar vernielen. Zo is er bij het beroemde droogdok (filmpje werkloods) is een walgelijk lelijk bezoekerscentrum neergezet.
De vlag die de patriot in handen heeft (zie foto) is de zogeheten admiraalsvlag van de vlootvoogd van de Bataafse vloot, Jan Willem de Winter. Hij is de enige Nederlandse militair die is bijgezet in het Panthéon in Parijs.
- Met dank aan Bernard Voorzichtig.
Tenducci, de man met een derde testikel
donderdag 6 oktober 2011 - Giusto Fernando Tenducci (ca. 1736–1790) was een beroemde castraat (plaatje en plaatje-praatje). De Italiaan trad op in Venetië, Napels, maar vooral in Londen. Vanaf 1768 woonde hij daar. Bekend is dat hij in Parijs Mozart zangles gaf.
Bekend is ook de anekdote over Tenducci, die een vrouw en kinderen had – met dank aan een derde testikel die aan de castratie zou zijn ontsnapt. Hoe kon dat? vraagt Arjan Peters (Volkskrant) zich af: ‘Heeft die chirurg maar tot twee geteld, volgende patiënt (‘Successivo!’), zonder het zaakje even langs te lopen? (‘Caro Dio! Un ballo in maschera!’)’
Over Tenducci, die zijn hele leven allerbelabberdst Engels sprak maar desondanks zelf zijn eigen pr verzorgde, is zojuist een boek verschenen: The Castrato and his Wife, van Hellen Berry. In The Telegraph van vandaag staat een recensie. Citaat:
In Dublin in 1765, he met the well-connected teenager Dorothea Maunsell. In her True and Genuine Narrative, she describes eloping and marrying Tenducci; her father’s pursuit and recapture of her (as his legal chattel); Tenducci’s imprisonment, a subsequent quasi-reconciliation with her family and an uneasy year or so as man and wife, in which their social acceptability fluctuated.
Slechts zeer sporadisch druppelt er in Nederlandse kranten nieuws door over de zanger. Zoals in de Middelburgsche courant van 18 juni 1785, over een giga-uitvoering van Handels Messiah, in Londen:
Eergisteren is het Geestelyk Oratorium De Messias. Het ver- hevenste stuk van Handels Compositie, in de Abdy van West- minster, door een Orchest van over de zes hondert Musicanten, en dus het sterkste waar van men ooit gehoord heeft, op het heerlykste en aandoenelykste uitgevoerd. Een der Zingers, te weten de Heer Harrison word buitengemeen, en boven de Italiaensche en Duitsche Zangers die men aldaar gehad heeft, by deze gelegenheid geprezen; de hardiesse van Madam Mara word bewondert: zy heeft zo vry en los gezongen, als of ze alleen geweest waare, terwyl intusschen het plegtige, de luisterrykheid van dit Muzyk-Feest en het aanzien en menigte der Toehoorders, den vermaarden Italiaanschen Zanger Tenducci; een Veteraan in de kunst, dermaten beteuterde, dat hy in een Cantaat uit de toon viel, ‘t welk door ‘t Orchest uitmuntend hersteld, en by hem door een overheerlyke Cadans, dubbel goed gemaakt wierd.
¶ Helen Berry, The Castrato and His Wife, Oxford University Press. Prijs £16.99, 336blzz.
Gelderse buitenplaatsen
woensdag 5 oktober 2011 - In 1820 verscheen Geldersch Arkadia of Wandeling over Biljoen en Beekhuizen van de Arnhemse schrijver-uitgever-boekverkoper Isaac Anne Nijhoff (1795-1863).
Met zijn wandelingen door de omstreken van Arnhem in gedachten schreef Nijhoff over het grote aantal landgoederen en buitenplaatsen, die ‘in uitgestrektheid en fraaien aanleg, alle anderen in dit rijk verre overtreffen’. Op deze titel is de nieuwe uitgave Gelders Arcadië. Atlas van een buitenplaatsenlandschap geïnspireerd.
De Veluwezoom, op de grens van de Veluwe en de rivieren Rijn en IJssel, heeft door de eeuwen heen een bijzondere aantrekkingskracht uitgeoefend op de welgestelde bevolking. Dit kwam tot uitdrukking in de aanleg van een honderdtal buitenplaatsen en landgoederen sinds de zeventiende eeuw. Bekende voorbeelden zijn Rosendael, Middachten, Sonsbeek, Doorwerth, Zypendaal, Oranje Nassau’s Oord en Mariëndaal.
Het boek neemt de lezer mee door de geschiedenis van deze landgoederenzone (in Wageningen, Renkum, Arnhem, Rozendaal en Rheden) en vertelt over de continue veranderingen in het arcadische landschap.
¶ E. Storm-Smeets (red.), Gelders Arcadië. Atlas van een buitenplaatsenlandschap, Utrecht, Matrijs 2011. ISBN 978.90.5345.428.2. 192 blzz. Prijs tot 1-1-2012 € 24,95.
De zus van Mozart
dinsdag 4 oktober 2011 – De film Mozart’s sister is net uit. Niet over Wolfgang, wel over de vijf jaar oudere Nannerl (1751-1829). Ze speelde klavecimbel en fortepiano. Was minstens zo muzikaal als haar broer, maar moest wegens ongepastheid haar muzikale carrière aan hoven en concertzalen opgeven.
In juni 1763 maakte de familie Mozart een grote rondreis in Europa en de muzikale hoofdsteden. Meer dan drie jaar trokken ze rond. In september deden ze onder meer Luik en Leuven aan en in oktober arriveerden ze in Brussel. Verder tourden ze door Noord- en Zuid Nederland (Den Haag!), Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Engeland.
De film is vermoedelijk meer een voorbeeld van chicklit, eh, chickfilm. Desondanks wel aardig dat Nannerl nu eens in de belangstelling staat.
¶ Klik hier voor het lokfilmpje. Wanneer de film in Nederland te zien is, vertelt de historie nog niet. Lees hier de recensie in de New York Times. En lees hier de weblog van Nannerl Mozart.
Architectuur in het Antwerpen van de zeventiende en achttiende eeuw
maandag 3 oktober 2011 - Diverse keren was Rubens betrokken bij spraakmakende Antwerpse bouwprojecten. Het meest bekende is zijn eigen woonhuis; het Rubenshuis.
In 1610 kocht Rubens het huis met extra grond op de Wapper nabij de Meir, de sjiekste straat van de stad. Het werd naar zijn ontwerp grondig verbouwd en uitgebreid met een barokke portiek, een schildersatelier en een tuinpaviljoen. De portiek is tot op vandaag één van de pronkstukken van het museum. In het nieuwe ontwerp toont Rubens zijn artistieke idealen: de klassieke oudheid en de Italiaanse kunst. Het verbouwde huis was een absolute bezienswaardigheid in Antwerpen en Rubens’ ingrepen verleenden het de uitstraling van een echt palazzo.
Rubens vond inspiratie voor zijn bezigheden als architect bij grote schildersarchitecten als Michelangelo en Giulio Romano, en in Italiaanse architectuurboeken. Hij publiceerde zelf ook een boek over architectuur en wilde hiermee moderne voorbeelden aanreiken, zoals hij die zelf in Italië had gezien.
¶ De expositie Palazzo Rubens. De meester als architect toont een vijftigtal bruiklenen uit belangrijke internationale musea. Naast werken van Michelangelo, Giulio Romano, Van Dyck en Jordaens presenteert het Rubenshuis (tot en met 11 december 2011) ook kostbare architectuurboeken uit Rubens’ bibliotheek en schilderijen van de meester zelf. Meer info hier. Op deze website kun je twee architectuurwandelingen downloaden.
Hella Haasse en de achttiende eeuw
zondag 2 oktober 2011 – Hella Haasse sprak dikwijls over haar liefde voor de achttiende eeuw en haar zoektochten in achttiende-eeuwse archieven. Hieronder een paar citaten:
In de achttiende eeuw was het schrijven van zelfportretten, zoals ik die van Charlotte Sophie heb gebruikt, erg in de mode. Ik houd van dat genre, je kunt een mooie contrastwerking krijgen als ze vergezeld gaan van mededelingen en opinies van anderen. Ik vind ze zelfs interessanter dan getekende of geschilderde portretten.
Naar aanleiding van de historische roman Mevrouw Bentinck (1978) zei de schrijfster:
In de eeuw van de Verlichting is er in de geest van de mensen iets opgeroepen wat we ons nog niet helemaal eigen hebben gemaakt. Voor mijn roman over Charlotte Sophie Bentinck moest ik mij door een enorm archief worstelen. Toen ik haar brieven openvouwde, viel het zand waarmee die brief vroeger is afgevloeid in mijn handen. Voor zulke details ben ik erg gevoelig. Jammer, brieven zijn in diskrediet geraakt, door e-mail en de mobiele telefoon. (uit Elsevier).
Toen ze in 2006 in het Rijksmuseum het eerste exemplaar van Nederlandse kunst 1700-1800 in ontvangst nam, zei Haasse niet meer in staat te zijn naar archieven te gaan. Over de achttiende eeuw bekende ze:
Het is een late liefde. Mijn jeugdjaren heb ik doorgebracht in fascinatie voor de middeleeuwen en renaissance. (uit Trouw)
¶ Gefilmde interviews met Hella Haasse, onder andere over de achttiende eeuw, vind je in het Haasse Museum (tijdlijn: 1978).