Pyramide van Austerlitz
vrijdag 30 september 2011 – Generaal Auguste de Marmont kreeg in 1804 opdracht een leger van Franse en Bataafse (Nederlandse) soldaten te formeren met het oog op een mogelijke militaire invasie vanuit Engeland. Nederland en Frankrijk waren in die tijd in oorlog met Engeland.
Marmont koos voor het open heidegebied bij Zeist. Daar was plek genoeg voor zijn 18.000 manschappen. Hij liet ze een aarden monument opwerpen in de vorm van een piramide. Op de top liet hij een houten obelisk plaatsen. Het werk was in 30 dagen klaar en op 12 oktober 1804 werd dit monument feestelijk geopend.
Koning Lodewijk Napoleon doopte het monument tot de Pyramide van Austerlitz: een verwijzing naar de slag bij Austerlitz (Tsjechië) die zijn broer had gewonnen.
De Pyramide raakte al spoedig in verval. De heideplaggen, waarmee de hellingen waren opgebouwd bleken niet bestand tegen weer en wind. Het monument is al een paar keer opgelapt, maar iedere keer spoelt de aarde weg en worden de trappen instabiel.
Precies 200 jaar geleden bracht Napoleon een bezoek aan Nederland. Dat wordt gevierd. Ook op & bij de Pyramide van Austerlitz. Op 1 en 2 oktober vindt er in het bezoekerscentrum (zelf volledig in het teken van de Franse Tijd) de try-out plaats van theatermonoloog Napoleon de Gehangene, door Coen van Vlijmen.
¶ Informatie over Napoleon de Gehangene (prijs, plaats, tijd, aanmelden) vind je hier. Daar vind je ook andere locaties waar het monoloog wordt opgevoerd. Verder is er een lokfilmpje gemaakt. Voor de Pyramide van Austerlitz (bezoekersinformatie over Nederland 1795-1813) klik je hier.
Dictionary of 17th & 18th Century Dutch Philosophers
woensdag 28 september 2011 – Boekhandel Roelants (Nijmegen) heeft de hand weten te leggen op de Dictionary of 17th & 18th Century Dutch Philosophers (2003): een zeer waardevol, tweedelig naslagwerk over Nederlandse filosofen. De eindredactie was in handen van Wiep van Bunge, Michiel Wielema en anderen.
Het begrip ‘Nederlandse filosofen’ moet ruim worden opgevat. In de eerste plaats gaat het om wat zeventiende- en achttiende-eeuwers noemden: geleerden. Ten tweede vind je er ook lemmata in over buitenlandse geleerden die in de Republiek werkzaam waren, zoals Descartes, Linnaeus, Bayle, John Locke, Spinoza.
¶ Dictionary of 17th & 18th Century Dutch Philosophers van € 225 voor € 75. Via de webwinkel van Roelants te bestellen. Het ramsjbericht is net uit… Ook de Dictionary of seventeenth-century British Philosophers ligt er in de ramsj (van € 325 voor € 75).
Meer en Hoef
dinsdag 27 september 2011 – Op de KB-website Historische kranten zijn onlangs duizenden nieuwe krantenpagina’s toegevoegd. Onder andere van de Amsterdamse courant en de ‘s Gravenhaegsche courant. Een prachtig bericht natuurlijk. Een klein euvel is echter dat de KB geen volledig exemplaar van de Amsterdamse courant in haar bezit heeft. Dat heeft tot gevolg dat lang niet alle afleveringen van de krant zijn ingescand. De website is hier niet echt duidelijk over.
Een zoektocht naar de Voetangel leverde de volgende advertentie op uit de Amsterdamse courant van 28 februari 1732:
Te Huur tegens May 1732, een Hofstede genaemt MEEREN-HOOF, de vierde Plaets van de Voetangel, met zyne Heeren Huyzinge, en is voorzien met alle commoditeyten en gemakken, Stallinge voor 6 Paerden, Koetshuys, een Moestuyn en een Vrugt-Bogert met alle Franse Vrugten, en opgaende Vrugtboomen, een fraey Speelhuys, en kan alle dagen 6 mael na de stad komen met de Utrechtse Trekschuyt; te bevragen aen Jan ten Hoof tot Ouwerkerk, of by Marten Schaveland Hospes tot Abcoude.
In februari 1727 nam Weyerman zijn intrek in Meer en Hoef, waar eerder zijn geliefde Anna Bruynsteen, weduwe Pestalozzi, woonde. Hij liet het fraaie optrekje – met rijke moestuin, boomgaard en goede verbindingen met openbaar vervoer – met schulden achter.
Het pand stond in 1728 ook al te huur. Was het wegens het achterstallig onderhoud dat geen enkele huurder het daar lang uithield? Weyerman liep er malaria op, klaagde hij later. Het was er oud, vies en vochtig.
Plaatjes kijken
maandag 26 september 2011 – Meteen bij het verschijnen in 2003 was de 12e Bert van Selm-lezing, Plaatjes kijken, door Piet Verkruijsse uitverkocht. Overwogen wordt nu om van het op bijzondere wijze door Gerard Post van der Molen vormgegeven en fraai geïllustreerde boekje een herdruk het licht te doen zien.
Om een indruk te krijgen van de benodigde oplage wordt eenieder die één of meer exemplaren zou willen bestellen opgeroepen zich te melden via p.j.verkruijsse@planet.nl. De prijs zal onder de 15 euro blijven. Als het project doorgaat, krijgen de intekenaren daarvan digitaal bericht.
Plaatjes kijken; raadsels rond illustraties in oude boeken behandelt een aantal merkwaardigheden en problemen van illustratietechnieken uit de periode van de handpers, zowel de hoogdruk- als de diepdrukpers, uitvoerig geïllustreerd aan een aantal casus.
De verjaardag van Tristram Shandy
dinsdag 20 september 2011 – Laurence Sterne werd beroemd met zijn negendelige Tristram Shandy, dat verscheen 1759 tot en met 1769. Het is nu 250 jaar geleden dat deel 3 uitkwam. In dit deel wordt Shandy geboren. Tijd om deze verjaardag te vieren!
Inderdaad, voor de Laurence Sterne Trust is het nu de gelegenheid om met een speciale fundraising-actie te beginnen: 169 kunstenaars en schrijvers hebben zich laten inspireren door de beroemde gemarmerde pagina 169 (die Sterne noemde ‘the motly emblem of my work’) en maakten een nieuw kunstwerk. Deze juweeltjes worden bij opbod verkocht. De opbrengst gaat naar de Trust. Zo doe je dat.
Sterne, predikant in Coxwold (North Yorkshire), was meesterlijk in zijn satiren. Tristram Shandy is een must voor iedere liefhebber van de 18e eeuw. Verbaas je over de zwarte pagina, de gemarmerde pagina, de witte pagina, de liggende streepjes, de verhaallijnen …
¶ Klik hier als je in één dag alles wilt bekijken wat over Sterne te zien & te lezen is op het web. Op deze webpagina kun je de 169 kunstwerken bekijken. Kijk hier naar de filmpjes van het youtube-kanaal van de Laurence Sterne Trust. En op deze site vind je niet alleen beelden van Shandy Hall (Coxwold) maar kun je ook de volledige tekst van Tristram Shandy lezen. In The Guardian verscheen een aardig artikel over de fundraising van de Laurence Sterne Trust.
Onbekend erotisch gedicht van Frederik de Grote gevonden
vrijdag 16 september 2011 – Vlak voordat hij koning in Pruisen werd, schreef Frederik II de Grote in 1740 zijn erotische gedicht La Jouissance (De Lust). Het was om aan Algarotti (‘de zwaan van Padua’) te laten zien dat Noord-Europese mannen net zulke gepassioneerde minnaars zijn als Zuid-Europese mannen. Althans, dit had Fritz aan Voltaire geschreven.
Meer dan 250 jaar was het in lust smeltende gedicht van de aardbodem verdwenen. Maar onlangs zijn de koninklijke dichtregels over liefdesspel en orgasme teruggevonden in een of ander privé-archief uit Berlijn. Hieronder de oorspronkelijke tekst van het – wat de Duitsers noemen – ‘Orgasmus-Poem’. Klik hier voor de Duitse vertaling.
Saillant detail: Fritz wist dus wel hoe je vol passie een vrouw kunt liefhebben, maar zelf leefde hij als een koude kikker met Elisabeth Christine von Brunswick-Wolfenbüttel. Hij hield haar steeds op afstand; kinderen hebben ze niet gekregen.
La Jouissance
De Königsberg à Monsieur Algarotti, cygne de PadoueCette nuit, contentant ses vigoureux désirs
Algarotti nageait dans la mer des plaisirs.
Un corps plus accompli qu’en tailla Praxitèle,
Redoublait de ses sens la passion nouvelle.
Tout ce qui parle aux yeux et qui touche le cœur,
Se trouvait dans l’objet qui l’enflammait d’ardeur.
Transporté par l’amour, tremblant d’impatience,
Dans les bras de Cloris à l’instant il s’élance.
L’amour qui les unit, échauffait leurs baisers
Et resserrait plus fort leurs bras entrelacés.
Divine volupté! Souveraine du monde!
Mère de leurs plaisirs, source à jamais féconde,
Exprimez dans mes vers, par vos propres accents
Leur feu, leur action, l’extase de leurs sens!
Nos amants fortunés, dans leurs transports extrêmes,
Dans les fureurs d’amour ne connaissaient qu’eux-mêmes:
Baiser, jouir, sentir, soupirer et mourir,
Ressusciter, baiser, revoler au plaisir.
Et dans les champs de Gnide essoufflés sans haleine,
Etait de ces amants le fortuné destin.
Mais le bonheur finit; tout cesse le matin.
Heureux, de qui l’esprit ne fut jamais la proie
Du faste des grandeurs et qui connut la joie!
Un instant de plaisir pour celui qui jouit,
Vaut un siècle d’honneur dont l’éclat éblouit.
Griezelbeesten
donderdag 15 september 2011 – De tentoonstelling Monsterlijke insecten in Teylers laat zien hoe men zich dankzij de eind zeventiende eeuw uitgevonden microscopen vergaapte aan de minuscule geleedpotige diertjes die rondlopen in en om het huis.
De entomologie was in de achttiende eeuw nog maar een jonge wetenschap. Jan Swammerdam en Antoni van Leeuwenhoek behoren tot de pioniers.
Het Teylers bezit een kleine 800 insectenboeken. Een aantal daarvan wordt nu tentoongesteld in het boekenkabinet (dus niet alleen 18e-eeuws). De beroemde vierdelige overzichtscatalogus van de collectie Seba (Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurata descriptio) ligt er ook. De collectie naturalia van deze Amsterdamse apotheker was en is legendarisch.
¶ Monsterlijke insecten is nog tot en met 9 oktober 2011 te zien. Plaats: het boekenkabinet van het Teylers Museum, Haarlem. Informatie hier. De museumblog bevat gedetailleerdere informatie. Hier het fotoverslag van een bezoeker.
Lezingen en oraties
woensdag 14 september 2011 – De oratie van Frans Grijzenhout, hoogleraar Kunstgeschiedenis van de nieuwere tijd, vindt plaats op vrijdag 23 september (aanvang 16.00 uur). Titel oratie: Pro memorie: een Gouden Eeuw als erfenis. Plaats: aula Universiteit van Amsterdam (ingang Singel 411, hoek Spui).
Op 29 september houdt Arianne Baggerman een bijzondere lezing: Het egodocument als geheugenstrategie ter gelegenheid van de presentatie van de bundel Controlling Time and Shaping the Self. Developments in Autobiographical Writing since the Sixteenth Century. Tijd: 16:45-18:45 uur (incl. boekpresentatie). Plaats: Spui 25 Amsterdam. Informatie hier.
Niet echt over de 18e eeuw, maar wel het vermelden waard: op donderdag 29 september houdt Joep Leerssen de jaarlijkse Jacob van Lennep-lezing: Jacob van Lennep en het romantisch historisme. Tijd: 20-22 uur. Plaats: Spui 25 Amsterdam. Informatie vind je hier.
Op dinsdag 25 oktober is de Burgerhartlezing van de Werkgroep 18e eeuw. Dit keer spreekt Lynn Hunt, hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan de Universiteit van California (Los Angeles). Zij laat een kant van de Verlichting zien die vaak vergeten wordt: de Verlichting als de oorsprong van religieuze tolerantie. Dit doet ze aan de hand van het werk van de graveur Bernard Picart (1673-1733). Plaats: Felix Meritis. Aanvang 20.00 uur.
De oratie van Inger Leemans, hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de VU, heet De beurs als bijenkorf. Naar een natuurwetenschap van economie en samenleving, rond 1700. Datum: 28 oktober (aanvang 15.45 uur). Plaats: aula VU, De Boelelaan 1105.
De pakketboot Hellevoetsluis-Harwich
dinsdag 13 september 2011 - Een groot probleem voor een behouden vaart op de pakketboot Hellevoetsluis-Harwich vormden de kapers.
Het gevaar was zo reëel dat als voorschrift gold, dat de post verzwaard werd. Bij dreiging werden de postzakken overboord gezet, waarna ze onmiddellijk zonken. Ze vielen dan niet in handen van de kapers. Helaas lukte dit niet altijd.
De Duinkerkse kapers zijn voor ons een begrip, maar er waren ook Engelse vrijbuiters. Verrassend is dat ook Zeeuwen van wanten wisten. Zo slaagde in 1782 de Zierikzeese kapitein Jan-Willem Sextroh erin de Dolphin van kapitein Flynn te overmeesteren. De reder van Sextroh gaf ruime publiciteit aan dit succes (zie bijgaande prent).
Kapitein Stevens was er een eeuw eerder, in 1693, beter van afgekomen. Hij ontsnapte op techniek en snelheid aan een Franse kaper, en werd daarvoor vorstelijk beloond: een van zijn passagiers was Stadhouder-koning Willem III, die hem als dank een gouden ketting ter waarde van 60 pond liet overhandigen. De koning drong er na dit voorval op aan dat bij de pakketboten werd geïnvesteerd in snelheid, en niet in bewapening.
¶ Meer over de pakketboot Hellevoetsluis-Harwich vind je in ‘Reizen met de pakketbootdienst tussen Harwich en Hellevoetsluis‘. Het document bevat de lezing van Jac Fuchs, uitgesproken tijdens de expeditievergadering van 10 september jl.
Vlaamse schilders uit de Hermitage
maandag 12 september 2011 – Zaterdag aanstaande opent de Hermitage Amsterdam haar deuren voor een grote expositie over Vlaamse meesters uit de Hermitage St Petersburg.
Eén van de hoogtepunten is een jachtstilleven van de tamelijk onbekend gebleven Antwerpenaar Jan Fijt. In superlatieven schrijft Weyerman over deze ‘uytmuntent Konstenaar’ in deel 2 van zijn Konstschilders:
Maar hy munte byzonderlyk uyt in het schilderen van doode Haazen en van wilde Zwijnen, wier wol en borstels hy zo natuurlyk wist na te bootsen, dat er tot noch toe niemant is opgestaan die zulks heeft konnen navolgen.
Uiteraard zijn ook Rubens, Teniers, Jordaens en Anthony van Dyck met hun meesterwerken op de tentoonstelling vertegenwoordigd. Het accent ligt op de bloeitijd van de Vlaamse schilderkunst, 1500-1650, waarin Rubens excelleerde. De website laat nu al een aantal schitterende schilderijen zien, voor de West-Europese bezoeker vaak onbekend. Zie bijvoorbeeld het fraaie zelfportret van Cornelis de Vos (1584–1651) met zijn gezin uit 1634.
¶ Rubens, Van Dyck & Jordaens. Vlaamse schilders uit de Hermitage duurt van 17 september 2011 tot en met 16 maart 2012. Plaats: Hermitage Amsterdam. Voor openingstijden, entreeprijs: zie website. Daar is ook een preview van de expositie te zien (filmpje) en afbeeldingen van de hoogtepunten.
De avonturen van Richard van Bleeck voor de kust van Hellevoetsluis
zondag 11 september 2011 – Tijdens de expeditievergadering in Hellevoetsluis werd een bloedstollend verhaal voorgelezen van de portret- en genreschilder Richard van Bleeck (1670-±1733). Van hem is bekend dat hij afwisselend in Nederland en Engeland woonde.
Weyerman schrijft over een avontuur dat de nog jonge Van Bleeck in 1695 heeft beleefd aan boord van de pakketboot Hellevoetsluis-Harwich. De 25-jarige Van Bleeck is zojuist met de Engelse pakketboot de haven van Hellevoetsluis uit gevaren. Buitengaats wacht een Franse (Duinkerkse) kaper de boot op.
Anders dan gebruikelijk met kapers laat de Franse kaperkapitein de boot tot zinken brengen. Alleen de spriet steekt nog boven de golven uit. Daarop zitten de enige overlevenden: Van Bleeck en een Duitse knecht. Om de tijd te doden zetten ze het op een zuipen.
De volgende morgen worden ze alsnog door de kaper gevangengenomen. In Duinkerken worden ze ontdaan van al hun waardevolle bezittingen, krijgen ze een stel vodden aan en worden ze achter slot en grendel gesmeten. Na veertien dagen zijn ze weer op vrije voeten en lopen ze al bedelend naar Holland terug. Weyerman hierover:
Bleek en den Duitscher wierden op het Nachtslot gezet in een stinkent hol, en geduurende veertien dagen vergast op Brood en Water, waar door zy zo vet wierden als Spaansche Schimmen.
Ten einde van die tyd kwam hun verlossing, en na dat zy met eenige lappen en lompen waaren beschonken, die vygenbladers tot een deksel der naaktheit, stelden zy de stevens hunner ontzoolde Duinkerksche Schoenen na Neerlands Kusten, dewyl zy nu zo krachteloos waaren geworden als de op Spitsbergen overwinterde Matroozen, deeden zy korte dagreizen, te meer om dat zy alle Boerehuizen moesten aandoen, echter niet om te Bedelen, maar alleenlyk om Aalmoessen te verzoeken.
Maar alzo de barmhartigheit zo raar is in een Fransche Boer, als de heuscheit in een Schaarbeekschen Ezel, wierden zy by den grootsten hoop verzadigt met een hartiglyke vloek, en by de minste begiftigt met een stuk zwart Brood, waar door hun de beenen nasleepten gelyk als de Sprinkhaanen in de Fabel, welke in stee van voorraad op te doen tegens den Winter, gelyk de Mieren, den gantschen Zomer hadden gezongen met de Krekels.
Nochtans bereikten zy eindelyk en ten laatste het verquikkent ’s Gravenhage, alwaar den knegt waarschynlyk omkeek naar een nieuwe livery, en Bleek zich voor den Schilderezel zette, omlangs het penseel, zyn Duinkerks Kerkerpak, te verschieten, tegens Nederlandsche Ligchaams noodwendigheden.
De Haagse societyschilder Richard van Bleeck
vrijdag 9 september 2011 - In deel 4 van de Konstschilders beschrijft Weyerman het leven van de Haagse historie- en konterfijtselschilder N*** Bleek.
Het is vreemd dat Weyerman geen voornaam wist te noemen. Want waarom voorzag hij de voornaam van tijdgenoot en collega-schilder Richard van Bleeck van een drietal asterisken? Die vraag dient zich vooral aan omdat de Hagenaar in dezelfde tijd als Weyerman aan Engelse hoven schilderde.
Weyerman beschrijft een interessante schilderopdracht aan Van Bleeck: het portretteren van de succesvolle bloem- en fruitschilder Coenraat Roepel. Dankzij dit doek (hier afgebeeld) kreeg Van Bleeck massa’s nieuwe opdrachtgevers. Citaat uit de Konstschilders:
Den Schilder Bleek is echter zo nu als dan noch eens wedergekeert na Holland, en vooral na ’s Gravenhage, inzonderheit in het Jaar duizent zeven hondert zeventien, op het verzoek van Koenraad Roepel, vermaart Bloem- en Fruitschilder. Die laatstgemelde Konstenaar, die in aanzien is by veele voornaame Heeren in ’s Gravenhage, deet zich Konterfyten by Bleek, welk Portret zo wel uitviel, dat zich veele Konstlievenden deeden Konterfyten. Hy vertrok vervolgens na Londen, opgehoopt met eere en met gereede Penningen, geen van de geringste gelukzaligheden des ondermaanschen weerelds, na de beëedigde verklaaringen onzer hedensdaagsche Wysgeeren.
De betekenis van 1798
woensdag 7 september 2011 – ‘Dat kwaliteit, ook in geschiedkundig werk, niet evenredig hoeft te zijn met kwantiteit bewijst Niek van Sas met Bataafse Terreur. De betekenis van 1798.’ Dit schreef de NRC over de pas verschenen Daendelslezing van januari jl.
Het gedenkwaardige jaar 1798 is één van de wildste uit de Nederlandse geschiedenis. Twee staatsgrepen. Grootscheepse politieke zuiveringen. Dreigende confiscaties. Niet alleen werden bestuursambtenaren van het pluche gehaald, ook werden de namen van duizenden burgers uit de stemregisters geschrapt. In Amsterdam en Rotterdam werden zelfs hele grachten ontburgerd.
Dit alles zette veel kwaad bloed. Maar 1798 is ook het jaar dat Nederland zijn eerste grondwet krijgt: de Staatsregeling. Van Sas noemt die ‘het toonbeeld van verlichte staats- en maatschappijordening’.
¶ Niek van Sas, Bataafse Terreur. De betekenis van 1798. Nijmegen, Vantilt. 48 blzz. Prijs € 9,95.
Jonathan Israel in gesprek met Philipp Blom
dinsdag 6 september 2011 – Onlangs verscheen deel drie van de Verlichtingstrilogie van Jonathan Israel: Democratic Enlightenment: Philosophy, Revolution, and Human Rights 1750-1790. Hiermee is het verhaal over de opkomst (1650-1750), ontwikkeling (1670-1752) en democratisering (1750-1790) van de Radicale Verlichting compleet.
Ter gelegenheid van dit laatste werk organiseren Felix Meritis en Athenaeum op maandag 19 september een speciaal programma waarbij Jonathan Israel in gesprek gaat met Philipp Blom, de auteur van Het verdorven genootschap. De vergeten radicalen van de Verlichting (De Bezige Bij, 2010). Blom vraagt Israel naar diens leven als historicus van de Verlichting, naar zijn kijk op de altijd beladen discussie rond de al dan niet universele geldigheid van Verlichtingsnormen, van Gouden Eeuw tot Franse Revolutie tot vandaag de dag.
¶ Jonathan Israel, Democratic Enlightenment: Philosophy, Revolution, and Human Rights 1750-1790. Oxford University Press 2011 (met pdf Introduction). Prijs € 44,50 maar bij Athenaeum krijg je bijna een tientje korting. De Nederlandse vertaling verschijnt binnenkort.
Kosten programma 19 september (aanvang 20.00 uur) in Felix Meritis: € 10. Kaarten verkrijgbaar bij Felix Meritis of Athenaeum.
Meer evenementen uit de promotietoer van Israel vind je hier. Een recent interview met Jonathan Israel was te lezen in Trouw.
Hollandsche Sinnelykheid online
maandag 5 september 2011 – Opnieuw is een werk van Weyerman via internet volledig raadpleegbaar. Deze keer gaat het om het blijspel De Hollandsche Sinnelykheid dat in 1713 werd uitgegeven door de Amsterdamse drukkers Joannes Oosterwyk en Hendrik van de Gaete. Dit vroege werk van Weyerman is te vinden op de website van DBNL.
Het toneelstuk moet populair zijn geweest want in 1717 verscheen er een tweede druk van, bij Hendrik Bosch, die zijn winkel had tegenover het meisjesweeshuis te Amsterdam. In 1723 kwam het opnieuw op de markt (zonder jaar en zonder naam): deze versie werd opgenomen in een convoluutachtige bundel verzamelde toneelspelen uit 1727. – Zie voor dit alles de bibliografie van Weyerman.
Het literaire leven in Leiden 1760-1860
vrijdag 2 september 2011 - Op 5 oktober promoveert Rick Honings op het proefschrift ‘Geleerdheids zetel, Hollands roem!’ Het literaire leven in Leiden 1760-1860.
Willem Bilderdijk bejubelde in zijn gedicht ‘Afscheid aan Leyden’ (1827) de sleutelstad als ‘Geleerdheids zetel, Hollands roem’. Een treffende typering, want Leiden was tussen 1760 en 1860 een broedplaats van creativiteit. Dit centrum van culturele en literaire activiteiten wist in het hele land de aandacht te trekken.
Na een bloeiperiode in de late zestiende en vroege zeventiende eeuw nam deze culturele hoofdstad een steeds minder prominente plaats in. Maar in de tweede helft van de achttiende eeuw bloeide het culturele leven er weer als vanouds. Deze heropleving was mede te danken aan twee belangrijke literaire genootschappen: de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde en Kunst Wordt Door Arbeid Verkreegen.
Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw nam Leiden opnieuw een sleutelpositie in. Bilderdijk woonde en werkte er, maar ook andere bekende auteurs, zoals Nicolaas Beets (Hildebrand), Johannes Kneppelhout (Klikspaan) en François HaverSchmidt (Piet Paaltjens). Er waren massa’s kleine literaire clubjes waar de Leidse burger lid van kon worden: dichtgenootschappen, leesgezelschappen en leesbibliotheken. Ook de Schouwburg, de vele boekverkopers en de tijdschriften droegen bij aan dit literaire klimaat.
In de roerige tijd tussen 1780-1860 vervulde de literatuur een sociale functie. De dissertatie van Rick Honings laat zien hoezeer de letterkunde verweven was met historische gebeurtenissen. Dit was het geval in de strijd tussen patriotten en prinsgezinden, na de buskruitramp, tijdens de Belgische Opstand en tijdens de revolutie van 1848. Ook in zijn zoektocht naar nationale eenheid en identiteit zocht de Leidse burger naar literaire mogelijkheden om ideeën en gevoelens hierover te uiten.
Het boek schetst tegelijkertijd een levendig beeld van het literaire leven in een Hollandse provinciestad.
¶ Rick Honings, ‘Geleerdheids zetel, Hollands roem!’ Het literaire leven in Leiden 1760-1860. Leiden, Primavera Pers. ISBN 978-90-5997-114-1. Prijs: € 39,50.
Shelley’s Ghost: Reshaping the image of a literary family
donderdag 1 september 2011 – In het Wordsworth Museum (Cumbria, Lake District) is momenteel, tot 30 oktober 2011 een fraaie tentoonstelling te zien over de Engelse romantische dichter Percy Bysshe Shelley (1792-1822) en andere beroemde leden uit zijn familie.
Citaat:
Shelley’s Ghost provides a fascinating insight into the real lives of three generations of a family that was blessed with genius, marred by tragedy, and often surrounded by scandal.
Shelley schreef in 1811 The Necessity of Atheism: geen titel waarmee je vrienden maakt binnen de gevestigde orde. Hij werd direct van de universiteit (Oxford) verwijderd. In 1814 besloot hij een commune van vrije liefde te beginnen. Hij liet daarvoor zijn eerste vrouw in de steek en vertrok met Mary, de dochter van Mary Wollstonecraft, naar Zwitserland.
In 1822 leed zijn scheepje, de Don Juan, bij Livorno schipbreuk. Hij sloeg overboord en verdronk. Sommigen zeggen dat het zelfmoord was. Anderen beweren dat zijn schip beslist zeewaardig was en dat de weersomstandigheden werkelijk slecht waren. Op het schilderij van Louis Edouard Fournier is de crematie van Shelley (1889) afgebeeld.
¶ Er is een prachtige website over Shelley in de lucht: het resultaat van de samenwerking tussen de Bodleian Libraries en de New York Public Libraries. Over Shelley zelf. Over Mary Shelley en over haar ouders William Godwin en Mary Wollstonecraft. Over hun werk, hun leven, hun kleding, hun portretten. Kijk vooral naar het eerste gedicht van Shelley (met katje).