Inhoudsopgaven MedJCW

Abonneren
Voor abonnementen en het bestellen van losse afleveringen kunt u een e-mail sturen naar de secretaris (post@weyerman.nl). Zie verder de pagina Contact.

Register
Er bestaat een register op persoons- en plaatsnamen voor de jaargangen 1 t/m 23. Dit document is nog in wording maar kan hier alvast worden bekeken.

Laatste aflevering
De inhoudsopgave van het winternummer 2011 kan hier worden bekeken.

MedJCW 34 (2011) 1

     

  • Peter Altena, ‘André Hanou (1941-2011), onvermoeibaar optimist’
  • Jozien J. Driessen van het Reve, ‘Hoe Nicolaas Bidloo (1673/4-1735) de medische cultuur van Amsterdam naar Moskou bracht’
  • Jac Fuchs, ‘Het verschrikkelijk konterfeytsel. Over de plek waar Weyerman bok schoot’
  • Willemien Schenkeveld i.s.m. Anna de Haas, ‘“Abbandonné de tout excepté de mon courage”. Enkele ongepubliceerde brieven van Etta Palm (1743-1799)’
  • John Besseling, ‘De levensloop van Johanna Turner en de ondergang van het Amsterdamse hattemisme’

MedJCW 33 (2010) 2

  • Jan Bruggeman en Jac Fuchs, ‘”Altoos bestulpt met oude boeken, en gedompelt in vermufte papieren.” Onderzoek naar de bronnen en het auteurschap van Het Oog in ‘t Zeil
  • Rietje van Vliet, ‘Literaire anarchie. Hermanus Coster en het andere Oog in ‘t zeil
  • Wim Knoops, ‘Gouda in 1784. Een “duivelse” schrijver voor de prins ontmaskerd’
  • Jos Koning, ‘Pluggen en pluggedansen in Amsterdamse muziekuitgaven, 1700-1780’
  • Steven de Joode, ‘”Duister en met reden verdagt”. Berend Hakvoord (1660-1730) en De schole van Christus
  • Pieter van Wissing, ‘Tussen beschaafde dichtkransers en woeste Hottentotten. Aletta Beck (1667-1752), een Arnhemse in Zuid-Afrika’

.

MedJCW 33 (2010) 1

  • Piet Schrijvers, ‘Weyerman over Lucretius en andere atheïstische pesten’
  • Rick Honings, ‘”Dat lasterschrift! – helaas! – moest nog te voorschyn komen”. Over het antistadhouderlijke pamflet De Oranjebomen (1782)’
  • Katie Heyning, ‘Een buitenplaats als liefdesnest?’
  • Marloes Mulder en Pieter Ruige, ‘”Met ter zydestelling van alle eigenbelang”. Eigenbelang als politieke doodzonde in de Eerste Nationale Vergadering 1796-1797’
  • Elly Groenenboom-Draai, ‘”Zwavelstokjes Rymer & Zn.”. De Dordts-Rotterdamse dichter Kornelis van Koeverden en zijn zoon Abraham’
  • Anna de Haas, ‘Het mysterie van de “enfans du sr. Frederic”. Onthullingen over een toneelfamilie’

.

MedJCW 32 (2009) 2

  • Sytze van der Veen, ‘Schuld en boete van een vervalser: George Psalmanazar (1679-1763)’
  • Arjen Dijkstra, ‘De opleiding van Friese edelen. Vier Vegelins van Claerbergen aan de Franeker universiteit’
  • Jac Fuchs, ‘Weyermans Kartuizer: een jezuïet in vermomming. Jacob Campo Weyerman, William Johnson en Owen Feltham’
  • Rietje van Vliet, ‘Veemgerecht. De Marsyas-bende van Frans van Lelyveld’
  • Stef Jacobs, ‘De schimmen van burger Sade’
  • Ton Jongenelen, ‘Aan het volk van Nederland’
  • Peter Altena, ‘Een “mediocre post” voor een bijzonder man! Hoe Jacob Haafner in 1798 een baan zocht en niet vond’

MedJCW 32 (2009) 1

  • Anna de Haas, ‘Kinderen op het toneel van de achttiende eeuw: wonderkinderen of toneelspelers in opleiding?’
  • Dini M. Helmers, ‘Catharina Rebecca Woesthoven: een kwaadaardig mens?’
  • Jac Fuchs, ‘”To give you a thorough insight shall be the scope of these successive Sheets”. Enige nieuwe aanmerkingen over Weyermans Historie des Pausdoms
  • Clazina Dingemanse, ‘”Iet nieuws, nut, en vermakelijks”. Weyermans Vermakelyk Wagen-Praatje in het licht van de traditie van praatjespamfletten (1600-1750)’
  • Rietje van Vliet, ‘Het stoffige bestaan van een fraaie winkeldochter. Het schildenboek van Biagio Garofalo’

.

MedJCW 31 (2008) 2

  • André Hanou, ‘Mandeville en zijn Fabel van de bijen’
  • Amber Delhaye, ‘Met vrijheidshoedje! Een gravure van Reinier Vinkeles bij De Hollandse natie van J.F. Helmers’
  • Cis van Heertum, ‘Een libertijnse littérateur over Spinoza: Jean François Dreux du Radier’
  • Ton Jongenelen, ‘O so mooy! o so fraay! o so curieus! De Lanterne magique (1782-1783)’
  • Joop W. Koopmans, ‘Tussen Doggersbank en Daendels. De politieke pers als vriend voor het vaderland’
  • Wa.R.D. van Oostrum, ‘De Lannoy’s keizerinnengift en Europese faam’
  • André Hanou, ‘Poot moest dood’
  • Camiel Hamans, ‘Frans Hemsterhuis’ geestelijk huwelijk: een Socrates in de achttiende eeuw’

MedJCW 31 (2008) 1

MedJCW 30 (2007) 2

  • Geert Van den Bossche, ‘Het walsje van de keizer met de boerin. Verschillende dimensies van de Brabantse Revolutie (1787-1790)’
  • Edward T. Larkin, ‘Johann Pezzl’s Faustin. An idealised, historical appeal for Enlightened practice’
  • André Hanou, ‘Naar de maan met Kinker in 1838 – I. Een kladbrief en een onbekende imaginaire reis’
  • Joop W. Koopmans, ‘Weyerman in Westdongeradeel? Een ontmoeting met de Friese edelman Hessel Aylva, circa 1734′
  • Fred Vogelzang, ‘Weyerman in IJsselstein. Op zoek naar “De Gulden Wagen”‘
  • Jan Bruggeman, ‘Het tijdschrift Het schouwburg der hartstogten van Jacob Campo Weyerman’

MedJCW 30 (2007) 1

  • Frans Thuijs, ‘Op zoek naar de ware Jaco. Jacob Frederik Muller (1680-1718), zijn wereld, zijn berechting en zijn leven na de dood’
  • Ton Jongenelen, ‘Een oude bekende van Weyerman in Middelburg’
  • Sytze van der Veen, ‘Serendipiteit. Dood voorgeslacht en de boom des levens’
  • Rietje van Vliet, ‘Klein Jan. De bard van de Botermarkt’
  • Jan Bruggeman, ‘Een nieuw portret van Jacob Campo Weyerman’
  • Peet Theeuwen, ‘Willem van Irhoven van Dam (1760-1802). Impressies van een Staphorster Indiana Jones en zijn kruistocht door politiek en letteren’
  • André Hanou, ‘Naar de maan met Kinker in 1838 – I. Een kladbrief en een onbekende imaginaire reis’

MedJCW 29 (2006) 2 – Special De andere achttiende eeuw. Opstellen voor André Hanou

  • Karel Bostoen, ‘Roddel en achterklap in de letteren. Een tipje van de sluier rond het tweede en derde deel van de Schimp- en hekeldigten (1707) opgelicht: auteurschap van Jan van Hoogstraten en uitgeverspraktijken van Pieter van der Veer’
  • Elly Groenenboom-Draai, ‘De min onder de kerkelingen. Jan van Hoogstratens wraakoefening op Salomon van Til: een “vrijgeest” in botsing met een coccejaan’
  • Pim van Oostrum, ‘Trammelant rond de theestoof: over de sekse van thee (en koffie)’
  • Jan Bruggeman, ‘De kronyk der paruyken. Een nooit verschenen werk van Jacob Campo Weyerman’
  • Marja Geesink en Anton Bossers, ‘Weyermans Talmud: een vluggertje’
  • Ton Jongenelen, ‘Een prettig gestoorde achttiende-eeuwer. Pieter Bakker (1703-1761) en De godsdienst zonder bijgeloof
  • Peter Altena, ‘Bijzondere brieven aan “Weleerwaarde”. Over De aristocraat en de burger (1785) en De gewapende burgercorpsen en de antipatriottische geestelyken (1785) van Gerrit Paape’
  • Pieter van Wissing, ‘De kwaadaardige bedrijven van Philippus Verbrugge (1750-1806)’
  • Arianne Baggerman, ‘”Alles kan gebeuren”. Het verborgen tweede leven van Jacob Eduard de Witte’
  • Jan A.M. Snoek, ‘”De vele énorme en schreeuwende faiten teegen de broederschap begaan” door [John] George Smith (ca. 1728-ca. 1785)’
  • Anton van de Sande, ‘Telemachus en Nestor. Enkele kanttekeningen bij de maçonnieke verwantschap tussen prins Frederik en Jan Kinker in de jaren 1816-1818′
  • George J. Vis, ‘Vorm of inhoud? Jan Kinker aan het woord temidden van anderen’
  • Marleen de Vries, ‘Loflied op de gevoelige man’
  • Inger Leemans, ‘”Ein wahres Phänomen von neuem Weltkörper”. Het tijdschrift De ster: van wereldburger tot pacifist’
  • Geert Van den Bossche, ‘Nederland gidsland? Het Noorden in de legitimering van de Brabantse Revolutie’

MedJCW 29 (2006) 1 – Special Vaderlandsche Letteroefeningen

  • Karina van Dalen-Oskam en Suzan van Dijk, ‘De Vaderlandsche Letteroefeningen online! Nieuw onderzoeksperspectief: de contemporaine receptie van vergeten schrijfsters’
  • Edwina Hagen, ‘Het gewone getjank. Antipapisme in de Vaderlandsche Letteroefeningen, 1761-1811′
  • Almut Sommer, ‘Duitse boeken in Nederland rond 1800. De Vaderlandsche Letteroefeningen als filter’
  • Marcoen Sprenger, ‘”Een met het gezond verstand strijdig stelsel”. De receptie van de homeopathie in de Vaderlandsche Letteroefeningen
  • André Hanou, ‘Van Cousheda tot Bliktri’

.

.

MedJCW 28 (2005) 2

  • Marleen de Vries, ‘Pieter Meijer (1718-1781), een uitgever als instituut’
  • Anna de Haas, ‘Feit en fictie rond de “Aretijnse” prenten van Romeyn de Hooghe (1645-1708)’
  • Carlien Jung, ‘Reinier Vinkeles (1741-1816). Groot kunstenaar en eigenzinnige achttiende-eeuwer’
  • André Hanou, ‘‘Bilderdijks brieven (1836-1837)- Kinker leest zich warm’
  • Ton Jongenelen, ‘De teloorgang van het goede boek. Kreeg Elie Luzac bijval van de auteur van De Koopman?’

.

.

MedJCW 28 (2005) 1

  • Viktoria Franke, ‘Het stokpaardje van een hoogleraar en regent in ruste. R.M. van Goens (1748-1810) en de psychologie’
  • Frank van Lamoen, ‘Het losgeraakte spiegelbeeld van Willem van Swaanenburg’
  • Ton Jongenelen, ‘Gehaat bij vriend en vijand. De patriotse drukker Harmanus Koning’
  • André Hanou, ‘Balsemiek! Olipodrigo over voedsel bij Elisabeth Wolff en anderen’
  • Joop W. Koopmans, ‘J.C. Weyerman in de Mededelingen: een veelkleurig palet’

.

.

MedJCW 27 (2004) 3 – Special Onbreekbare Burgerharten

  • Peter Altena en Myriam Everard, ‘Onbreekbare Burgerharten. Van “twee ouwe tooverlantaarns” tot monumenten van het vaderland’
  • Mieke Aerts, ‘”Een rondedans om het gedenkstuk”. Wolff en Deken als nationaal monument’
  • Simon Vuyk, ‘Konijnenburgs lofrede op Wolff en Deken (1805)’
  • Theo van der Meer, ‘De profundis. Grafschrift voor Wolff en Deken ten voordele van een (gewezen) sodomiet’
  • Ellen Krol, ‘Vijftig jaar behoefte aan “vast, zedelijk voedsel”. De Wolff- en Dekentraditie in de literaire kritiek van 1786 tot 1836′
  • Olof Praamstra, ‘Wolff & Deken herschreven. Conrad Busken Huet over Sara Burgerhart en Willem Leevend (en zijn grootmoeder)’
  • Lizet Duyvendak, ‘”Lezen om verstandiger te leren denken en doen”. Wolff en Deken in het Haagse Damesleesmuseum’
  • Maria Grever, ‘Tantes met hart en ziel. Wolff en Deken in de ogen van Johanna Naber’
  • Peter Altena, ‘De vele levens van Betje Wolff en Aagje Deken. Over Dapper vrouwenleven (1954) van Ha.C.M. Ghijsen en Wolff en Deken (1984) van P.J. Buijnsters’
  • Joost Kloek, ‘Wel Sara, niet Willem en Cornelia’
  • Wa.R.D. van Oostrum, ‘Wolff & Deken in fictie bij Haasse en ‘t Hart’
  • Ton Jongenelen, ‘Betje Wolff als Dortsma’s dochter. Vermomming in de Brieven van Constantia Paulina Dortsma (1776)’
  • Myriam Everard, ‘Spraken Wolff en Deken Hongaars? To bliktri, Wollstonecraft en andere raadsels in de Wolff-en-Dekenstudie’
  • Joost Rosendaal, ‘Vrouwen op de vlucht. Patriotse vrouwen in ballingschap’
  • Edwina Hagen, ‘Aagje Dekens Offerande aan het vaderland (1799). Godsdienst en de zedelijke invloed van de “Bataafsche vrouwen”‘
  • Wa.R.D. van Oostrum, ‘Elizabeth Bekkers afscheidsbrief Aan eene vriendin, hoogzomer 1799′
  • Elisabeth Bekker weduwe Wolff, ‘Aan eene vriendin’
  • P.J. Buijnsters, ‘Afscheid van Wolff en Deken’
  • Lia van Gemert, ‘Een toekomst voor Wolff en Deken’

MedJCW 27 (2004) 2

  • Ton Jongenelen, ‘De Keurdigten. Het levenswerk van Pieter van der Goes, boekverkooper’
  • Jan Bruggeman, ‘Dominee Petrus Santvoort, leermeester van Jacob Campo Weyerman’
  • Frans Wetzels, ‘De schilderende dominicaan Jacob Sucquet (1662-1714)’
  • Myriam Everard, ‘De vrolijke gelegenheidsdichter en de dominee’
  • Simon Vuyk, ‘Drie remonstrantse predikanten als broodschrijvers’
  • Jan de Vet, ‘Bericht “uit de polder”. Notities naar aanleiding van het antwoord van Rina Knoeff op bezwaren tegen haar dissertatie’
  • Kees ‘t Hart, ‘Suikerbroden. Reactie op de recensie van Ter navolging
  • André Hanou, ‘Broodje Wolff’

.

MedJCW 27 (2004) 1

  • Peter Altena, ‘”Ma plume m’en fera raison”. Vervolg op de levensbijzonderheden van Jacob Campo Weyerman en Johan Hendrik, baron van Syberg’
  • Jan Bruggeman, ‘De Redenvoering over het geheugen compleet teruggevonden’
  • Joop W. Koopmans, ‘Jacob Campo Weyerman en de (vrouwen) krant’
  • Riet Hoogma, ‘Een schilderij van Weyerman in Parijs’
  • Rietje van Vliet, ‘Sichterman, Weyerman en Kersteman’
  • Marcel te Wilt, ‘De onderwijscarrière van Franciscus Lievens Kersteman’
  • André Hanou, ‘Een dood van Klaas Hoefnagel’

.

MedJCW 26 (2003) 3 – Special Amerikaanse Revolutie en de Republiek

  • Rudolf Dekker, ‘Amerika als hemel op aarde. De opkomst van de utopie in Nederland’
  • Arianne Baggerman, ‘De vele gedaantes van een boer uit Pennsylvania. Nederlandse reacties op Crèvecoeurs Letters from an American farmer
  • Gijs Kuijper, ‘Van voorbeeld tot vergetelheid. Amerika in Nederlandse publicaties’
  • Anna de Haas, ‘Perikelen rond de geboorte van een republiek. Nederlandse toneelschrijvers over Amerika’
  • Arianne Baggerman en Rudolf Dekker, ‘Bacteriologische en chemische oorlogvoering tijdens de Amerikaanse Vrijheidsstrijd’
  • Rietje van Vliet, ’1756-1757- Elie Luzac geeft de republikeinse Cato’s letters uit [incl. bijlage met biografie Lodewijk Dodo Nassau la Leck]’
  • Diederick Slijkerman, ‘Van Hogendorps schatplichtigheid aan de Amerikaanse Revolutie’

MedJCW 26 (2003) 2

  • Joop W. Koopmans, ‘Jan Goeree en zijn ontbrekende titelgedichten in de Europische Mercurius (1713, 1718, 1719 en 1727)’
  • André Hanou, ‘And now for someone completely different. Pieter Boddaert Junior’
  • Ton Jongenelen, ‘Mordechai. Illusie en werkelijkheid in het spectatoriale blad De Koopman
  • Antoon Erftemeijer, ‘”Gestolen Veêren”. De kunstenaarsanekdotes van Jacob Campo Weyerman’
  • Angela Zengers, ‘De Almanak voor vrouwen door vrouwen

.

.

MedJCW 26 (2003) 1

  • André Hanou, ‘Voorwoord’
  • Jonathan I. Israel, ‘Teylers Lecture on Radical Enlightenment’
  • Wiep van Bunge, ‘Philopater, de radicale Verlichting en het einde van de Eindtijd’
  • Jan de Vet, ‘Spinoza’s “systema” afgewezen in de Examinator. Een moralist in het geweer tegen de cartesiaanse erfenis en op de bres voor de “proefkundige demonstreerwys”‘
  • Frank van Lamoen, ‘”Luijk wollte sein Annige auf den thron haben”. Jan Luyken in de ogen van Johann Georg Gichtel’
  • André Hanou, ‘Weyerman en de Vrijmetselarij. Een bouwsteen’
  • Anna de Haas, ‘Iets over de Schiedamse Saturnus (1713-1714) van Cornelis van der Gon (1660-1731)’

MedJCW 25 (2002) 3

  • Wa.R.D. van Oostrum, ‘Alleen nog maar vragen bij Weyermans’ blijspel De Hollandsche Zin(de)lykheyt
  • Ellen Grabowski, ‘J.F.M. Sterck “revisited” : een galante actrice’
  • Edwina Haagen, ‘Kloosterdwang. Theater, antipapisme en nationaal besef (ca 1770-1800)’
  • Anna de Haas, ‘Vrijheid, geloof en liefde: Nederlandse treurspeldichters en Voltaire’

.

.

.

MedJCW 25 (2002) 2

  • Jeroen Blaak, ‘Informatie in een ander tijdperk. Nieuws in het dagboek van Jan de Boer (1747-1758)’
  • Ulrike Sawicki, ‘”Schrijven wat er in mijn hart omgaat.” Pieter van Zuylen-van Nijevelt (1779-1801?) als deelnemer aan het sentimentalistische discours’
  • Rudolf Dekker, ‘Upstairs en downstairs. Meiden en knechts in het dagboek van Constantijn Huygens jr.’
  • Wa.R.D. van Oostrum, ‘Hoe komt Van Effen in 1732 aan een ambt?’
  • Jan Bruggeman, ‘Het vertoog over de koppelkunde’

.

.

MedJCW 25 (2002) 1

  • Leen Spruit, ‘Raimondo de Sangro’s Lettera Apologetica. Radicale Verlichting in achttiende-eeuws Napels’
  • Michiel Wielema, ‘Frederik van Leenhof, een radicale spinozist?’
  • Frank Peeters, ‘Leven en bedrijf van Timotheus ten Hoorn (1644-1715)’
  • Barbara Sierman, ‘Twee pistolen uit De Vaart’

.

.

.

.

MedJCW 24 (2001) 3

  • Eva Boom, ‘”In de smaak van een Haaze saus”. Weyermans denkbeelden over kunst’
  • Ben Broos, ‘Weyerman en Wackerbaart’
  • Jan Bruggeman, ‘Aanvullingen op “… als zodaanig in de openbaare Nieuwspapieren Geadverteerd”‘
  • Peter Altena, ‘Hekelschrijver in de Vecht. Een onbekende episode uit het leven van Jacob Campo Weyerman in Breukelen’
  • Joost Kloek, ‘De onbekende werkelijkheid van Doctor Schasz. Of: De Enigma-variaties van Gerrit Paape’
  • André Hanou, ‘Bij het portret van Claus van Laar’

.

MedJCW 24 (2001) 2

.

.

MedJCW 24 (2001) 1

.

.

.

MedJCW 23 (2000) 3

.

.

.

MedJCW 23 (2000) 2

  • Ellen Grabowsky, ‘Katharina Lescailje (1649-1711) en de “vrouwenzucht”. Schijn of werkelijkheid?’
  • Rietje van Vliet, ‘Uitgever en schrijvers als kemphanen tegenover elkaar. Elie Luzac, uitgever van de academie van wetenschappen te Gottingen (1754-1756)’
  • Rudolf Dekker, ‘De rafelrand van het zeventiende-eeuwse hofleven in het dagboek van Constantijn Huygens de zoon. Magie en toverij’

.

.

.

MedJCW 23 (2000) 1

  • W.F. Visser, ‘Peter de Grote en Zaandam’
  • G.W. van der Meiden, ‘Een lofdicht op Peter de Grote’
  • Riet Hoogma, ‘Peter de Grote en de Russen in het werk van Jacob Campo Weyerman’
  • A.H. Huussen jr., ‘Impressies van Nederlands-Russische contacten in de zeventiende en achttiende eeuw’
  • Jan Bruggeman, ‘Het debuut van Jacob Campo Weyerman’

.

.

.

MedJCW 22 (1999) 3

MedJCW 22 (1999) 2

  • M.A. van der Heijde-Zomerdijk, ‘The development of public concerts during the late seventeenth and eighteenth centuries’
  • N. Klinkeberg, ‘Liefhebbers en meesters. Een samenspel tot bevordering der toonkunst 1770-1840′
  • Cis van Heertum, ‘Philipp Joseph Frick (1742-1798). Music and millenarianism in the late eighteenth century – I’
  • Jan Bruggeman, ‘De Redenvoering over het geheugen. Een onbekend werk van Weyerman’

MedJCW 22 (1999) 1

  • Lotte van de Pol, ‘Jacob Campo Weyerman en de prostitutie van zijn tijd’
  • Sytze van der Veen, ‘JCW en JWR: reconstructie van een gemiste kans’
  • André Hanou, ‘De Modese Groltrompetter (1741)’

MedJCW 21 (1998) 3

  • Pieter Breman, ‘Dirk Kuipers (1733-1796), onverbeterlijk kunstenaar’
  • Peter Altena, ‘”Geen stervling deed ooit zulk een “smak”. Dirk Kuipers en De historie en het Einde der Luchtbollen (1786)’
  • Jan Bruggeman, ‘De betekenis van het woord “theebriefje”‘

MedJCW 21 (1998) 2

  • Ton Jongenelen, ‘De waarneming als constructie. Sodomie en rechtsvervolging in Amsterdam in de achttiende eeuw’
  • Jozef Smeyers, ‘Achttiende-eeuws Brussel: taal en literatuur’
  • Frans Wetzels, ‘Campisten op weg naar de wilhelmieten in Huijbergen’

MedJCW 21 (1998) 1

  • Maarten Gaillard, ‘De zaak Weyermars of: de ingebeelde tolerantie in de Republiek?’
  • A. Fennema, ‘François Valentijns Oud en Nieuw Oost Indien
  • André Hanou, ‘De emigrant, amusant [1793]‘
  • Jan Bruggeman, ‘Literaire chinoiserie in het werk van Jacob Campo Weyerman’

MedJCW 20 (1997) 3

  • Frank van Lamoen, ‘In de geest van Lucianus’
  • Marco de Niet, ‘”De pynbank van een vruchtelooze Verwachting”. Weyerman en de kwellingen van Jacobus III’
  • Adèle Nieuweboer, ‘Weyerman tussen macchiavellisme en vrijdenkerij?’
  • Rudolf Dekker, ‘Weyerman tussen Van Overbeke en Derrida, De samenspraak tussen Kidi en Saaki’
  • Rietje van Vliet, ‘Glazige weiden. De samenspraak tussen Balsamina en de steenbok’
  • Barbara Sierman, ‘Weyerman en Wolsey’
  • Marja Geesink, ‘”Verscheyde Byzonderheden, tot nog toe by geen schryvers aangeraakt”. Weyerman en Isaac Bullart’
  • Ton Broos, ‘Schilderachtige portretten’

MedJCW 20 (1997) 2

  • André Hanou, ‘Urk of Babel. Revolutionairen in Paapes De knorrepot en de menschenvriend (1797)’
  • Adèle Nieuweboer, ‘De Vrolijke reis van Gerrit Paape. Een uitstapje naar de achttiende-eeuwse vertaalpraktijk’
  • Frans Wetzels, ‘Schoolmeesters en schoolmeesteressen in Breda’

MedJCW 20 (1997) 1

  • Frans Grijzenhout, ‘Troost en Weyerman’
  • André Hanou, ‘De wereld van Cornelis de Bruijn’
  • Marleen de Vries, ‘Iets over Weyermans humeur’
  • Jean Jordaan, ‘Die onbenullige skelm: Fransiscus Lievens Kersteman’
  • Paul J. Smith, ‘Hendrik Doedijns en de gekookte sleutels van Rabelais’

MedJCW 19 (1996) 3

MedJCW 19 (1996) 2

MedJCW 19 (1996) 1

  • Marco de Niet, ‘”Ezongen dat et over den diek dreunde”. Zang- en dichtkunst in het achttiende-eeuwse Maassluis’
  • Peter Altena, ‘Stof van Dichterspennen, Hermafroditisme en travestie in letteren en leven in de achttiende eeuw’
  • Jan Bruggeman, ‘De titelprent van De Konst-schilders
  • Frans Wetzels, ‘Demokriet en Herakliet tussen de Konstschilders

MedJCW 18 (1995) 3

MedJCW 18 (1995) 2

  • Elly Groenenboom-Draai, ‘De schele droes op drift. Jan van Hoogstraten aan IJssel, Waal en Maas – I’
  • Joris van Eijnatten, ‘In horoscopo spectandae. Willem Bilderdijk en de astrologie, 1790-1797′

MedJCW 18 (1995) 1 – Special Don Quichot

MedJCW 17 (1994) 3

  • André Hanou, ‘Over de literatuur van de achttiende eeuw’
  • Frans Wetzels, ‘De vagevuur-sprookjes van C.C. Vrancx en Jacob Campo Weyerman’
  • Peter Altena, ‘Kees is t’huis en loon na werk. Over de belegering van ‘s Hertogenbosch (1795) van Gerrit Paape’
  • Sara Stel-van Staalduinen, ‘”Feilen zijner eeuw”, De zeven hoofdzonden in De Rotterdamsche Hermes van Jacob Campo Weyerman’

MedJCW 17 (1994) 2

  • Jan Parmentier, ‘Weyerman, Peter de Grote en Lodewijk XV, reizen met de barge tussen Brugge en Gent’
  • Peter Altena, ‘In een laarslade, Jacob Campo Weyerman en de blauwe trekschuit’
  • Marleen de Vries, ‘Weyerman klassiek?’
  • Marieke Vierstra, ‘”Een onwilligen glimlach”. Iets over het werk van de 18de-eeuwse voordrachtkunstenaar Arend Fokke Simonsz’
  • Adèle Nieuweboer, ‘Naschrift bij het Arminiusnummer’

MedJCW 17 (1994) 1

MedJCW 16 (1993) 3

  • Peter Altena, ‘Abderiet in Threcut, Utrechtse notities over leven en werk Jacob Campo Weyerman’
  • Maarten van der Tol, ‘Wat ging er om in Het Koffy-huis der Nieusgierigen? Vergeten periodiek (1744-1746) werpt nieuw licht op het achttiende-eeuwse koffiehuis’
  • André Hanou, ‘Weyerman en “Demokriet”‘

MedJCW 16 (1993) 2

MedJCW 16 (1993) 1

  • A.A. Manten, ‘De Clapstraat te Breukelen’
  • J.W. Gunningh, ‘Jacob Campo Weyerman en het huis van Jacob Lindenbergh’
  • André Hanou, ‘Drie patriotten-auteurs in de loge’ en een aanvulling
  • Marco de Niet, ‘De bewooners der twaalf Zodiakx Herbergen’
  • Peter Altena, ‘Campo Revolutionair?!’

MedJCW 15 (1992) 3

  • Peter Altena, ‘”Ligt op de Kandelaar”. Het maçonnieke verraad van Jacob Campo Weyerman en Thomas Woolston en de mystificaties rond het “genootschap van uitgepikte mannen”‘
  • André Hanou, ‘Opmerkingen over Weyermans Zeldzaame Leevensbyzonderheden van Laurens Arminius
  • Meike Broecheler, ‘Vrijmetselarij in de Zeldzaame Leevensbyzonderheden
  • Judith Eiselin, ‘”Achterklap is des Satans Magazyn”. De personages in de Zeldzaame Leevensbyzonderheden van Jacob Campo Weyerman’
  • Mandy Ruthenkolk, ‘De baatzuchtige dame en haar zwakke man. Vogelbeeldspraak in Weyermans Zeldzaame Leevensbyzonderheden
  • Chris van de Wetering, ‘De jeugdjaren van Robert Hennebo’
  • L. van Heesch, ‘Kornelis van Koeverden’
  • Daniëlle Geuke, ‘Laurens Arminius en zijn “byzonderheden”‘
  • N. Huijberts en M. Zuithof, ‘Barend Das (1704-1783), boekverkoper bij de Dam’

MedJCW 15 (1992) 2

  • T. Schoonheim, ‘Over het Woordenboek op (de werken van) Jacob Campo Weyerman’
  • Rob Tempelaars en Dick Wortel, ‘Campo Weyerman’
  • Adèle Nieuweboer, ‘Weyerman en gelegenheidswerk’
  • Machteld Bouman, ‘Spelen met de dood – III. Schertsbegrafenissen in de achttiende eeuw’
  • E. Hofland, ‘Prijzen van boeken van Weyerman in de Naam-lyst van Ferwerda’

MedJCW 15 (1992) 1

  • Paul J. Smith, ‘Doedijns’ Haegse Mercurius en Rabelais’
  • Jan Parmentier, ‘Jacob Campo aan de Reie. Weyerman werk bij Brugse bibliofielen tijdens de tweede helft van de achttiende eeuw’
  • Gérardine Maréchal, ‘De dokter voor de liefde’
  • Frans Wetzels, ‘Vasari in een vertaling van Weyerman’
  • Barbara Sierman, ‘Exotica bij Weyerman’
  • Adèle Nieuweboer, ‘Huwelijkscouranten: een attractief mini-genre’

MedJCW 14 (1991) 3

  • J.W. Niemeijer, ‘Beschouwingen over Weyermans portret door Cornelis Troost’
  • André Hanou, ‘Iets over de auteur(s) van de Janus (1787) en de Janus verrezen (1795-1798) – deel 2′
  • Barbara Sierman, ‘De vrouwelijke opsmuk’
  • Riet Hoogma, ‘Campo en de computer’

MedJCW 14 (1991) 2

  • Karel Bostoen, ‘De vochtige universiteit. Weyerman in het ‘Leiderdorp’ Fonteintje’
  • Jan Parmentier, ‘Weyermans werk in de aanbieding bij de Brugse drukker Joseph de Busscher (1774-1777)’
  • André Hanou, ‘Iets over de auteur(s) van de Janus (1787) en de Janus verrezen (1795-1798) – deel 1′
  • Adèle Nieuweboer, ‘Gelaagdheid in de satirische structuur van de tijdschriften van Weyerman, gedemonstreerd aan De naakte Waarheyt

MedJCW 14 (1991) 1

  • Christiane Berkvens-Stevelinck, ‘”Ik voltizeer als een pikeur”. Jacob Campo Weyerman en de Franse réfugiés’
  • Gérardine Maréchal, ‘Erotica bij Weyerman’
  • Henk de Kooker, ‘”Met de eige hand van den Autheur geschreven”. Weyerman-autografen in de Naamlyst van een uitmuntende fraaije verzameling van gebonden tooneelspeelen, 1772′
  • Peter Altena, ‘Jean Paul en Weyerman’
  • Jan Bruggeman, ‘De datering van Lyste van Rariteiten

MedJCW 13 (1990) 3

  • Jos Leenes, ‘Jacob Campo Weyermans vertaling uit het Engels van de criminele biografie van kolonel Francis Charteris: een genreverkenning’
  • Marco de Niet, ‘De neergang van een voordrachtskunstenaar. Over Arend Fokke Simonsz (1755-1812)’
  • Frans Wetzels, ‘Ferdinand van Kessel en Nicolaus van Milst’
  • Machteld Bouman, ‘Spelen met de dood – II. Schertsbegrafenissen in de achttiende eeuw’

MedJCW 13 (1990) 2

  • Chris Heesakkers, ‘Svperet qvae saecvla massa. Een massief dat de eeuwen kan trotseren. Rond het Rotterdamse standbeeld van Erasmus en de Leidse uitgave van zijn verzamelde werken’
  • Barbara Sierman, ‘Een voorbeeld van aemulatio in Den Amsterdamschen Hermes

MedJCW 13 (1990) 1

  • Theresia Koelewijn, ‘Een mager boek doorspekt met het vet van andere schrijvers. Robert Burtons The Anatomy of Melancholy als bron van Vermakelyk Wagen-praatje van Jacob Campo Weyerman’
  • Adèle Nieuweboer, ‘De Laplandse Tovertrommel, of het verhaal van een mislukking?’
  • Gérardine Maréchal, ‘Jacob, Piet en Jan’

MedJCW 12 (1989) 3

  • Karel Bostoen, ‘Johannes Onderzoeker en Bernardus Weetgraag. Het aan Weyerman toegeschreven pamflet tegen de vrijmetselarij nader “ontmomd”‘
  • Jeroen van Heemskerck Dücker, ‘De “Pottenbakkers Huur-Galey” van Frans van Oort’
  • Paul J. Smith, ‘Rabelais-ontleningen bij Simon van Leeuwen S.J.Z.’
  • Machteld Bouman, ‘Spelen met de dood – I. Schertsbegrafenissen in de 18de eeuw’

MedJCW 12 (1989) 2

  • Ton Broos, ‘Leidsche schilders beschreven. Het leven van de Leidse kunstenaars volgens Jacob Campo Weyerman’
  • Frans Wetzels, ‘De Apokrijfe Schilder Jacobus van Bastrooij’
  • Karel Bostoen, ‘Weyerman en de Zuidelijke Nederlanden’

MedJCW 12 (1989) 1

  • Lykle de Vries, ‘Jacob Campo Weyerman und Johan von Gool’
  • Suzanne Lammers, ‘De aardigheden van Rabelais in de leugenboeken van Anna Folie’
  • Riet Hoogma, ‘Schimpschriften en gestempelde penningen. Over de voorrede bij de Amsterdamsche Hermes
  • Gérardine Maréchal en Barbara Sierman, ‘Weyerman en Amsterdam’
  • F. van Tuyl, ‘Zielverhuizing. Een “cryptogram” van H.K. Poot’

MedJCW 11 (1988) 3

MedJCW 11 (1988) 2

MedJCW 11 (1988) 1

  • Frank van Lamoen, ‘Hermes en hermetica’
  • Karel Bostoen, ‘De student Jacobus Weijermans in Doelestraat en Heerensteeg’
  • Riet Hoogma, ‘Enkele motto’s in de Amsterdamsche Hermes
  • A. van Dam, ‘Een huwelyk van gewisse tusschen Minerva en Eskulaap. De boekverkoper als kwakzalver’

MedJCW 10 (1987) 3

  • Hella Haasse, ‘Vernuft en Venijn (iets over satire in de achttiende eeuw)’
  • Peter Altena, ‘Doldriftiger Monster verscheen ons noit aan de Maze’. Jacob Campo Weyerman en Rotterdam’

MedJCW 10 (1987) 2

  • Elly Groenenboom-Draai, ‘Hermes in huis bij Maasgodt en Rotha’
  • M. d’Hane-Scheltema, ‘Een kleine kennismaking met een eerlijk satiricus’
  • Jos Leenes, ‘Een dronken tor in Rotterdam, of wie zijn neus schendt…. Weyerman en Jan van Hoogstraten’
  • André Hanou, ‘Damt Weyerman?’

MedJCW 10 (1987) 1

  • Dick Wortel, ‘Bij het tweede lustrum van de Stichting JCW’
  • A.W. Willemsen, ‘Welkomstwoord bij de opening van de tentoonstelling De satiricus Jacob Campo Weyerman (1677-1747). De luis in de pels van de Verlichting. Koninklijke Bibliotheek, 15 januari 1987′
  • André Hanou, ‘Rede bij de opening op 16 januari 1987, in de Koninklijke Bibliotheek ‘s-Gravenhage, van de tentoonstelling De satiricus Jacob Campo Weyerman (1677-1747). De luis in de pels van de Verlichting
  • Dick Wortel, ‘Een wandeling langs de tentoonstelling’
  • Peter Altena, ‘Wie is Frans Waanwys!’
  • André Hanou, ‘Abcoudiana’

MedJCW 9 (1986) 3

  • Ton Broos, ‘The London spy in Holland, of een Nederlandse spion in Londen.: Jacob Campo Weyerman en zijn vertalingen van Ned Ward’
  • Peter Altena, ‘Poeraet tegen Weyerman en Weyerman tegen Poeraet’
  • Pieter Poeraet, ‘Jakoopedooleimooniandralektryofoonia’

MedJCW 9 (1986) 2

  • Thomas Matthey, ‘Enkele bibliografische kanttekeningen bij het toneelwerk van J.C. Weyerman’
  • Willem Hendrikx, ‘Weyerman in Abcoude’
  • Peter Altena, ‘Weyerman en “het hersselooze boek van juffrou Hoogentoorn”‘
  • Gérardine Maréchal, ‘JCW drooggelegd’
  • Peter Altena, ‘Een pamflet van Weyerman over de windhandel. Project van eene Wint-assurantie-Compagnie

MedJCW 9 (1986) 1

  • Thomas Matthey, ‘Weyerman-edities in Boekarest’
  • F.J.A. Jagtenberg, ‘Weyerman, de eerste Swift-vertaler’
  • Rietje van Vliet, ‘”De gelukzalige tyden der voorzaten, de eeuw van Doudyns beleefden”. Hendrik Doudijns en Jacob Campo Weyerman’
  • Karel Bostoen, ‘Weyerman en de muziek’

MedJCW 8 (1985) 3

  • Willem Hendrikx, ‘”Hoe heeft het zo ver met Jacob Campo Weyerman kunnen komen?” Inleidend overzicht van het leven van Jacob Campo Weyerman’
  • R. Huijbrecht, ‘Jacob Campo Weyerman en het Hof van Holland’
  • Karel Bostoen, ‘Iets over de waardering van Weyerman en zijn werk’
  • Frank Peeters, ‘Weyerman en de Keurdigten
  • Frans Wetzels, ‘Aantekeningen bij de “Drie Palameszen”‘
  • Willem Hendrikx, ‘Verwijzingen naar Jacob Campo Weyerman in het systeem “Hofstede de Groot”‘

MedJCW 8 (1985) 2

  • Willem Hendrikx, ‘Jacob Campo Weyerman en Den Haag’
  • Jan Bruggeman, ‘Jacob Campo Weyerman in conflict met twee Haagse boekverkopers’
  • Frank van Lamoen, ‘Willem van Swaanenburg: halfmalle scribbelaar’
  • Elly Groenenboom-Draai, ‘Enige problemen rond de Rotterdamsche Hermes
  • Frans Wetzels, ‘Drie Palameszen in JCW’s Levensbeschryvingen

MedJCW 8 (1985) 1

  • A. Koenhein, ‘Den voorloper van de Kronyk der Bankroitiers. Enige aantekeningen over Viaanse personen en situaties, voorkomende in Weyermans werken (2)’
  • Karel Bostoen, ‘De satire als “ineetend vocht”. Enkele opmerkingen naar aanleiding van de nieuwe uitgave van Weyermans Baron van Syberg
  • André Hanou, R. Meijer en Reinder Storm, ‘De “kleinzoon” van Campo: Nicolaas Hoefnagel’
  • A. Koenhein, ‘Weyerman als vertaler in overheidsdienst’
  • Jos Leenes, ‘Simon van Leeuwens vergeefse strijd tegen Den Vrolyke Tuchtheer

MedJCW 7 (1984) 3

  • Margaret C. Jacob, ‘The crises of the European mind: Hazard revisited’
  • Frank van Lamoen, ‘De onbekende heldenzang voor Cornelis Schrijver’
  • Marijke Gijswijt-Hofstra, ‘Beeld en praktijk van de asielverlening in Culemborg en Vianen’
  • Elly Groenenboom-Draai, ‘Weyerman in Berlijn’
  • Jan Bruggeman, ‘Den Echo des weerelds als bronvermelding’

MedJCW 7 (1984) 2

  • André Hanou, ‘”Vyanens Alverdriet”: Jacob Campo Weyerman’
  • A. Koenhein, ‘”Den Kluizenaar van de Lek”: Enige aantekeningen over Viaanse personen en situaties, voorkomende in Weyermans werken’
  • Karel Bostoen, ‘De Geleerde Wereld en het Niets’
  • Adèle Nieuweboer, ‘Weyerman en de Satire’
  • André Hanou, ‘Schreiner’
  • Jos Leenes, ‘Weyerman op de radio’

MedJCW 7 (1984) 1

  • Frans Wetzels, ‘De Bredase kladschilder Kuningham in het werk van J.C. Weyerman’
  • Adèle Nieuweboer, ‘Een nieuwe ader Brits erts aangeboord; The Tatler revisited’
  • Jan Bruggeman, ‘Jacob Campo Weyerman inventor van een onbekende heldenzang’
  • Willem Hendrikx, ‘JCW en Het oog in ‘t zeil
  • Peter Altena, ‘De Rotterdamsche Hermes: Actualiteit of eeuwig leven?’
  • Dick Wortel, ‘Weyerman en het Woordenboek’
  • Jozef Smeijers, ‘Gent 1787′
  • Eric de Blauw, ‘JCW als bloemschilder’
  • Peter Altena, ‘Jan van Gool versus JCW”‘

MedJCW 6 (1983) 3

  • mej. I.H. van Eeghen, ‘Jacob Campo Weyerman en de boekhandel’
  • Peter Altena en Marijke Gijswijt-Hofstra, ‘Weyerman in Vianen: zijn vrijgeleide in 1731′
  • Willem Hendrikx, ‘Inleiding Expeditie Breda’
  • J.M.F. IJsseling, ‘Ferdinand van Kessel, leermeester van Weyerman?’
  • Adèle Nieuweboer, ‘Van Effen, de kunsthandel en Weyerman’
  • J. van Heugten, ‘Reclame voor Weyerman II’
  • André Hanou, ‘Het Oog in ‘t zeil
  • Eric de Blauw, ‘Feith en Weyerman’
  • Jan Bruggeman, ‘Advertentie Meer en Hoef’

MedJCW 6 (1983) 2

  • Rob Tempelaars, ‘Jacob Campo Weyerman contra de Bredase kamer Het Vreugdendal. Enige toelichtingen bij Weyerman-citaten over een rederijkerskamer in verval’
  • Willem Hendrikx, ‘Jacob Campo Weyerman en enige kunstkopers uit Breda en omgeving’
  • Jan de Vet, ‘Annotatie Rotterdamsche Hermes no. 8′
  • Adèle Nieuweboer, ‘Annotatie Rotterdamsche Hermes no. 2′

MedJCW 6 (1983) 1

Comments are closed.