Abonneren
Voor abonnementen en het bestellen van losse afleveringen kunt u een e-mail sturen naar de secretaris (post@weyerman.nl). Zie verder de pagina Contact.
Register
Er bestaat een register op persoons- en plaatsnamen voor de jaargangen 1 t/m 23. Dit document is nog in wording maar kan hier alvast worden bekeken.
Laatste aflevering
De inhoudsopgave van het winternummer 2011 kan hier worden bekeken.
MedJCW 34 (2011) 1
- Peter Altena, ‘André Hanou (1941-2011), onvermoeibaar optimist’
- Jozien J. Driessen van het Reve, ‘Hoe Nicolaas Bidloo (1673/4-1735) de medische cultuur van Amsterdam naar Moskou bracht’
- Jac Fuchs, ‘Het verschrikkelijk konterfeytsel. Over de plek waar Weyerman bok schoot’
- Willemien Schenkeveld i.s.m. Anna de Haas, ‘“Abbandonné de tout excepté de mon courage”. Enkele ongepubliceerde brieven van Etta Palm (1743-1799)’
- John Besseling, ‘De levensloop van Johanna Turner en de ondergang van het Amsterdamse hattemisme’
MedJCW 33 (2010) 2
- Jan Bruggeman en Jac Fuchs, ‘”Altoos bestulpt met oude boeken, en gedompelt in vermufte papieren.” Onderzoek naar de bronnen en het auteurschap van Het Oog in ‘t Zeil’
- Rietje van Vliet, ‘Literaire anarchie. Hermanus Coster en het andere Oog in ‘t zeil’
- Wim Knoops, ‘Gouda in 1784. Een “duivelse” schrijver voor de prins ontmaskerd’
- Jos Koning, ‘Pluggen en pluggedansen in Amsterdamse muziekuitgaven, 1700-1780’
- Steven de Joode, ‘”Duister en met reden verdagt”. Berend Hakvoord (1660-1730) en De schole van Christus’
- Pieter van Wissing, ‘Tussen beschaafde dichtkransers en woeste Hottentotten. Aletta Beck (1667-1752), een Arnhemse in Zuid-Afrika’
.
MedJCW 33 (2010) 1
- Piet Schrijvers, ‘Weyerman over Lucretius en andere atheïstische pesten’
- Rick Honings, ‘”Dat lasterschrift! – helaas! – moest nog te voorschyn komen”. Over het antistadhouderlijke pamflet De Oranjebomen (1782)’
- Katie Heyning, ‘Een buitenplaats als liefdesnest?’
- Marloes Mulder en Pieter Ruige, ‘”Met ter zydestelling van alle eigenbelang”. Eigenbelang als politieke doodzonde in de Eerste Nationale Vergadering 1796-1797’
- Elly Groenenboom-Draai, ‘”Zwavelstokjes Rymer & Zn.”. De Dordts-Rotterdamse dichter Kornelis van Koeverden en zijn zoon Abraham’
- Anna de Haas, ‘Het mysterie van de “enfans du sr. Frederic”. Onthullingen over een toneelfamilie’
.
MedJCW 32 (2009) 2
- Sytze van der Veen, ‘Schuld en boete van een vervalser: George Psalmanazar (1679-1763)’
- Arjen Dijkstra, ‘De opleiding van Friese edelen. Vier Vegelins van Claerbergen aan de Franeker universiteit’
- Jac Fuchs, ‘Weyermans Kartuizer: een jezuïet in vermomming. Jacob Campo Weyerman, William Johnson en Owen Feltham’
- Rietje van Vliet, ‘Veemgerecht. De Marsyas-bende van Frans van Lelyveld’
- Stef Jacobs, ‘De schimmen van burger Sade’
- Ton Jongenelen, ‘Aan het volk van Nederland’
- Peter Altena, ‘Een “mediocre post” voor een bijzonder man! Hoe Jacob Haafner in 1798 een baan zocht en niet vond’
MedJCW 32 (2009) 1
- Anna de Haas, ‘Kinderen op het toneel van de achttiende eeuw: wonderkinderen of toneelspelers in opleiding?’
- Dini M. Helmers, ‘Catharina Rebecca Woesthoven: een kwaadaardig mens?’
- Jac Fuchs, ‘”To give you a thorough insight shall be the scope of these successive Sheets”. Enige nieuwe aanmerkingen over Weyermans Historie des Pausdoms‘
- Clazina Dingemanse, ‘”Iet nieuws, nut, en vermakelijks”. Weyermans Vermakelyk Wagen-Praatje in het licht van de traditie van praatjespamfletten (1600-1750)’
- Rietje van Vliet, ‘Het stoffige bestaan van een fraaie winkeldochter. Het schildenboek van Biagio Garofalo’
.
MedJCW 31 (2008) 2
- André Hanou, ‘Mandeville en zijn Fabel van de bijen’
- Amber Delhaye, ‘Met vrijheidshoedje! Een gravure van Reinier Vinkeles bij De Hollandse natie van J.F. Helmers’
- Cis van Heertum, ‘Een libertijnse littérateur over Spinoza: Jean François Dreux du Radier’
- Ton Jongenelen, ‘O so mooy! o so fraay! o so curieus! De Lanterne magique (1782-1783)’
- Joop W. Koopmans, ‘Tussen Doggersbank en Daendels. De politieke pers als vriend voor het vaderland’
- Wa.R.D. van Oostrum, ‘De Lannoy’s keizerinnengift en Europese faam’
- André Hanou, ‘Poot moest dood’
- Camiel Hamans, ‘Frans Hemsterhuis’ geestelijk huwelijk: een Socrates in de achttiende eeuw’
MedJCW 31 (2008) 1
- Frans Thuijs, ‘Misdaadverslaggeving in de achttiende eeuw: de criminele biografie’
- Sytze van der Veen, ‘De Leidse boekhandelaars Luchtmans: gedegen Verlichting, 1683-1848′
- Rietje van Vliet, ‘Weyerman als ideale lezer van het vertoog over de drie bedriegers’
- Gerard Schelvis en Kees van der Vloed, ‘Jenever en wind. Het leven van Robert Hennebo’
- Anton Bossers, ‘Bij de presentatie van de nieuwe uitgave van Weyermans Talmud‘
- André Hanou, ‘Kinderen Davids bij Weyerman. Van “Hebreeuwse onkruiden” naar “vyfde weezentheit”‘
- André Hanou, ‘Het raadsel in de Janus Verrezen’
- André Hanou, ‘Mandeville en Focquenbroch’
MedJCW 30 (2007) 2
- Geert Van den Bossche, ‘Het walsje van de keizer met de boerin. Verschillende dimensies van de Brabantse Revolutie (1787-1790)’
- Edward T. Larkin, ‘Johann Pezzl’s Faustin. An idealised, historical appeal for Enlightened practice’
- André Hanou, ‘Naar de maan met Kinker in 1838 – I. Een kladbrief en een onbekende imaginaire reis’
- Joop W. Koopmans, ‘Weyerman in Westdongeradeel? Een ontmoeting met de Friese edelman Hessel Aylva, circa 1734′
- Fred Vogelzang, ‘Weyerman in IJsselstein. Op zoek naar “De Gulden Wagen”‘
- Jan Bruggeman, ‘Het tijdschrift Het schouwburg der hartstogten van Jacob Campo Weyerman’
MedJCW 30 (2007) 1
- Frans Thuijs, ‘Op zoek naar de ware Jaco. Jacob Frederik Muller (1680-1718), zijn wereld, zijn berechting en zijn leven na de dood’
- Ton Jongenelen, ‘Een oude bekende van Weyerman in Middelburg’
- Sytze van der Veen, ‘Serendipiteit. Dood voorgeslacht en de boom des levens’
- Rietje van Vliet, ‘Klein Jan. De bard van de Botermarkt’
- Jan Bruggeman, ‘Een nieuw portret van Jacob Campo Weyerman’
- Peet Theeuwen, ‘Willem van Irhoven van Dam (1760-1802). Impressies van een Staphorster Indiana Jones en zijn kruistocht door politiek en letteren’
- André Hanou, ‘Naar de maan met Kinker in 1838 – I. Een kladbrief en een onbekende imaginaire reis’
MedJCW 29 (2006) 2 – Special De andere achttiende eeuw. Opstellen voor André Hanou
- Karel Bostoen, ‘Roddel en achterklap in de letteren. Een tipje van de sluier rond het tweede en derde deel van de Schimp- en hekeldigten (1707) opgelicht: auteurschap van Jan van Hoogstraten en uitgeverspraktijken van Pieter van der Veer’
- Elly Groenenboom-Draai, ‘De min onder de kerkelingen. Jan van Hoogstratens wraakoefening op Salomon van Til: een “vrijgeest” in botsing met een coccejaan’
- Pim van Oostrum, ‘Trammelant rond de theestoof: over de sekse van thee (en koffie)’
- Jan Bruggeman, ‘De kronyk der paruyken. Een nooit verschenen werk van Jacob Campo Weyerman’
- Marja Geesink en Anton Bossers, ‘Weyermans Talmud: een vluggertje’
- Ton Jongenelen, ‘Een prettig gestoorde achttiende-eeuwer. Pieter Bakker (1703-1761) en De godsdienst zonder bijgeloof‘
- Peter Altena, ‘Bijzondere brieven aan “Weleerwaarde”. Over De aristocraat en de burger (1785) en De gewapende burgercorpsen en de antipatriottische geestelyken (1785) van Gerrit Paape’
- Pieter van Wissing, ‘De kwaadaardige bedrijven van Philippus Verbrugge (1750-1806)’
- Arianne Baggerman, ‘”Alles kan gebeuren”. Het verborgen tweede leven van Jacob Eduard de Witte’
- Jan A.M. Snoek, ‘”De vele énorme en schreeuwende faiten teegen de broederschap begaan” door [John] George Smith (ca. 1728-ca. 1785)’
- Anton van de Sande, ‘Telemachus en Nestor. Enkele kanttekeningen bij de maçonnieke verwantschap tussen prins Frederik en Jan Kinker in de jaren 1816-1818′
- George J. Vis, ‘Vorm of inhoud? Jan Kinker aan het woord temidden van anderen’
- Marleen de Vries, ‘Loflied op de gevoelige man’
- Inger Leemans, ‘”Ein wahres Phänomen von neuem Weltkörper”. Het tijdschrift De ster: van wereldburger tot pacifist’
- Geert Van den Bossche, ‘Nederland gidsland? Het Noorden in de legitimering van de Brabantse Revolutie’
MedJCW 29 (2006) 1 – Special Vaderlandsche Letteroefeningen
- Karina van Dalen-Oskam en Suzan van Dijk, ‘De Vaderlandsche Letteroefeningen online! Nieuw onderzoeksperspectief: de contemporaine receptie van vergeten schrijfsters’
- Edwina Hagen, ‘Het gewone getjank. Antipapisme in de Vaderlandsche Letteroefeningen, 1761-1811′
- Almut Sommer, ‘Duitse boeken in Nederland rond 1800. De Vaderlandsche Letteroefeningen als filter’
- Marcoen Sprenger, ‘”Een met het gezond verstand strijdig stelsel”. De receptie van de homeopathie in de Vaderlandsche Letteroefeningen‘
- André Hanou, ‘Van Cousheda tot Bliktri’
.
.
MedJCW 28 (2005) 2
- Marleen de Vries, ‘Pieter Meijer (1718-1781), een uitgever als instituut’
- Anna de Haas, ‘Feit en fictie rond de “Aretijnse” prenten van Romeyn de Hooghe (1645-1708)’
- Carlien Jung, ‘Reinier Vinkeles (1741-1816). Groot kunstenaar en eigenzinnige achttiende-eeuwer’
- André Hanou, ‘‘Bilderdijks brieven (1836-1837)- Kinker leest zich warm’
- Ton Jongenelen, ‘De teloorgang van het goede boek. Kreeg Elie Luzac bijval van de auteur van De Koopman?’
.
.
MedJCW 28 (2005) 1
- Viktoria Franke, ‘Het stokpaardje van een hoogleraar en regent in ruste. R.M. van Goens (1748-1810) en de psychologie’
- Frank van Lamoen, ‘Het losgeraakte spiegelbeeld van Willem van Swaanenburg’
- Ton Jongenelen, ‘Gehaat bij vriend en vijand. De patriotse drukker Harmanus Koning’
- André Hanou, ‘Balsemiek! Olipodrigo over voedsel bij Elisabeth Wolff en anderen’
- Joop W. Koopmans, ‘J.C. Weyerman in de Mededelingen: een veelkleurig palet’
.
.
MedJCW 27 (2004) 3 – Special Onbreekbare Burgerharten
- Peter Altena en Myriam Everard, ‘Onbreekbare Burgerharten. Van “twee ouwe tooverlantaarns” tot monumenten van het vaderland’
- Mieke Aerts, ‘”Een rondedans om het gedenkstuk”. Wolff en Deken als nationaal monument’
- Simon Vuyk, ‘Konijnenburgs lofrede op Wolff en Deken (1805)’
- Theo van der Meer, ‘De profundis. Grafschrift voor Wolff en Deken ten voordele van een (gewezen) sodomiet’
- Ellen Krol, ‘Vijftig jaar behoefte aan “vast, zedelijk voedsel”. De Wolff- en Dekentraditie in de literaire kritiek van 1786 tot 1836′
- Olof Praamstra, ‘Wolff & Deken herschreven. Conrad Busken Huet over Sara Burgerhart en Willem Leevend (en zijn grootmoeder)’
- Lizet Duyvendak, ‘”Lezen om verstandiger te leren denken en doen”. Wolff en Deken in het Haagse Damesleesmuseum’
- Maria Grever, ‘Tantes met hart en ziel. Wolff en Deken in de ogen van Johanna Naber’
- Peter Altena, ‘De vele levens van Betje Wolff en Aagje Deken. Over Dapper vrouwenleven (1954) van Ha.C.M. Ghijsen en Wolff en Deken (1984) van P.J. Buijnsters’
- Joost Kloek, ‘Wel Sara, niet Willem en Cornelia’
- Wa.R.D. van Oostrum, ‘Wolff & Deken in fictie bij Haasse en ‘t Hart’
- Ton Jongenelen, ‘Betje Wolff als Dortsma’s dochter. Vermomming in de Brieven van Constantia Paulina Dortsma (1776)’
- Myriam Everard, ‘Spraken Wolff en Deken Hongaars? To bliktri, Wollstonecraft en andere raadsels in de Wolff-en-Dekenstudie’
- Joost Rosendaal, ‘Vrouwen op de vlucht. Patriotse vrouwen in ballingschap’
- Edwina Hagen, ‘Aagje Dekens Offerande aan het vaderland (1799). Godsdienst en de zedelijke invloed van de “Bataafsche vrouwen”‘
- Wa.R.D. van Oostrum, ‘Elizabeth Bekkers afscheidsbrief Aan eene vriendin, hoogzomer 1799′
- Elisabeth Bekker weduwe Wolff, ‘Aan eene vriendin’
- P.J. Buijnsters, ‘Afscheid van Wolff en Deken’
- Lia van Gemert, ‘Een toekomst voor Wolff en Deken’
MedJCW 27 (2004) 2
- Ton Jongenelen, ‘De Keurdigten. Het levenswerk van Pieter van der Goes, boekverkooper’
- Jan Bruggeman, ‘Dominee Petrus Santvoort, leermeester van Jacob Campo Weyerman’
- Frans Wetzels, ‘De schilderende dominicaan Jacob Sucquet (1662-1714)’
- Myriam Everard, ‘De vrolijke gelegenheidsdichter en de dominee’
- Simon Vuyk, ‘Drie remonstrantse predikanten als broodschrijvers’
- Jan de Vet, ‘Bericht “uit de polder”. Notities naar aanleiding van het antwoord van Rina Knoeff op bezwaren tegen haar dissertatie’
- Kees ‘t Hart, ‘Suikerbroden. Reactie op de recensie van Ter navolging‘
- André Hanou, ‘Broodje Wolff’
.
MedJCW 27 (2004) 1
- Peter Altena, ‘”Ma plume m’en fera raison”. Vervolg op de levensbijzonderheden van Jacob Campo Weyerman en Johan Hendrik, baron van Syberg’
- Jan Bruggeman, ‘De Redenvoering over het geheugen compleet teruggevonden’
- Joop W. Koopmans, ‘Jacob Campo Weyerman en de (vrouwen) krant’
- Riet Hoogma, ‘Een schilderij van Weyerman in Parijs’
- Rietje van Vliet, ‘Sichterman, Weyerman en Kersteman’
- Marcel te Wilt, ‘De onderwijscarrière van Franciscus Lievens Kersteman’
- André Hanou, ‘Een dood van Klaas Hoefnagel’
.
MedJCW 26 (2003) 3 – Special Amerikaanse Revolutie en de Republiek
- Rudolf Dekker, ‘Amerika als hemel op aarde. De opkomst van de utopie in Nederland’
- Arianne Baggerman, ‘De vele gedaantes van een boer uit Pennsylvania. Nederlandse reacties op Crèvecoeurs Letters from an American farmer‘
- Gijs Kuijper, ‘Van voorbeeld tot vergetelheid. Amerika in Nederlandse publicaties’
- Anna de Haas, ‘Perikelen rond de geboorte van een republiek. Nederlandse toneelschrijvers over Amerika’
- Arianne Baggerman en Rudolf Dekker, ‘Bacteriologische en chemische oorlogvoering tijdens de Amerikaanse Vrijheidsstrijd’
- Rietje van Vliet, ’1756-1757- Elie Luzac geeft de republikeinse Cato’s letters uit [incl. bijlage met biografie Lodewijk Dodo Nassau la Leck]’
- Diederick Slijkerman, ‘Van Hogendorps schatplichtigheid aan de Amerikaanse Revolutie’
MedJCW 26 (2003) 2
- Joop W. Koopmans, ‘Jan Goeree en zijn ontbrekende titelgedichten in de Europische Mercurius (1713, 1718, 1719 en 1727)’
- André Hanou, ‘And now for someone completely different. Pieter Boddaert Junior’
- Ton Jongenelen, ‘Mordechai. Illusie en werkelijkheid in het spectatoriale blad De Koopman‘
- Antoon Erftemeijer, ‘”Gestolen Veêren”. De kunstenaarsanekdotes van Jacob Campo Weyerman’
- Angela Zengers, ‘De Almanak voor vrouwen door vrouwen‘
.
.
MedJCW 26 (2003) 1
- André Hanou, ‘Voorwoord’
- Jonathan I. Israel, ‘Teylers Lecture on Radical Enlightenment’
- Wiep van Bunge, ‘Philopater, de radicale Verlichting en het einde van de Eindtijd’
- Jan de Vet, ‘Spinoza’s “systema” afgewezen in de Examinator. Een moralist in het geweer tegen de cartesiaanse erfenis en op de bres voor de “proefkundige demonstreerwys”‘
- Frank van Lamoen, ‘”Luijk wollte sein Annige auf den thron haben”. Jan Luyken in de ogen van Johann Georg Gichtel’
- André Hanou, ‘Weyerman en de Vrijmetselarij. Een bouwsteen’
- Anna de Haas, ‘Iets over de Schiedamse Saturnus (1713-1714) van Cornelis van der Gon (1660-1731)’
MedJCW 25 (2002) 3
- Wa.R.D. van Oostrum, ‘Alleen nog maar vragen bij Weyermans’ blijspel De Hollandsche Zin(de)lykheyt‘
- Ellen Grabowski, ‘J.F.M. Sterck “revisited” : een galante actrice’
- Edwina Haagen, ‘Kloosterdwang. Theater, antipapisme en nationaal besef (ca 1770-1800)’
- Anna de Haas, ‘Vrijheid, geloof en liefde: Nederlandse treurspeldichters en Voltaire’
.
.
.
MedJCW 25 (2002) 2
- Jeroen Blaak, ‘Informatie in een ander tijdperk. Nieuws in het dagboek van Jan de Boer (1747-1758)’
- Ulrike Sawicki, ‘”Schrijven wat er in mijn hart omgaat.” Pieter van Zuylen-van Nijevelt (1779-1801?) als deelnemer aan het sentimentalistische discours’
- Rudolf Dekker, ‘Upstairs en downstairs. Meiden en knechts in het dagboek van Constantijn Huygens jr.’
- Wa.R.D. van Oostrum, ‘Hoe komt Van Effen in 1732 aan een ambt?’
- Jan Bruggeman, ‘Het vertoog over de koppelkunde’
.
.
MedJCW 25 (2002) 1
- Leen Spruit, ‘Raimondo de Sangro’s Lettera Apologetica. Radicale Verlichting in achttiende-eeuws Napels’
- Michiel Wielema, ‘Frederik van Leenhof, een radicale spinozist?’
- Frank Peeters, ‘Leven en bedrijf van Timotheus ten Hoorn (1644-1715)’
- Barbara Sierman, ‘Twee pistolen uit De Vaart’
.
.
.
.
MedJCW 24 (2001) 3
- Eva Boom, ‘”In de smaak van een Haaze saus”. Weyermans denkbeelden over kunst’
- Ben Broos, ‘Weyerman en Wackerbaart’
- Jan Bruggeman, ‘Aanvullingen op “… als zodaanig in de openbaare Nieuwspapieren Geadverteerd”‘
- Peter Altena, ‘Hekelschrijver in de Vecht. Een onbekende episode uit het leven van Jacob Campo Weyerman in Breukelen’
- Joost Kloek, ‘De onbekende werkelijkheid van Doctor Schasz. Of: De Enigma-variaties van Gerrit Paape’
- André Hanou, ‘Bij het portret van Claus van Laar’
.
MedJCW 24 (2001) 2
- Arianne Baggerman, ‘Stank voor dank. Broodschrijvers in dienst van de Dordtse uitgeversfirma A. Blussé en zoon’
- Myriam Everard, ‘In en om de (Nieuwe) Bataafsche Vrouwe Courant. Het aandeel van vrouwen in een revolutionaire politieke cultuur’
- Wa.R.D. van Oostrum, ‘De Oprechte Onvervalschte Laplandze Courant‘
- Peet Theeuwen, ‘Een fictieve broodschrijver. Pieter ‘t Hoen en het vroege oeuvre van J.A. Schasz M.D.’
- Ton Jongenelen, ‘De volmaakte Hollandse broodschrijver Jan Willem Claus van Laar’
.
.
MedJCW 24 (2001) 1
- Frank van Lamoen, ‘Est Deus in nobis! Over Swaanenburg en Ludeman’
- Bart Wijmans, ‘De openbaring van Ludemans gnosis’
- Rietje van Vliet, ‘”… als zodaanig in de openbaare Nieuwspapieren Geadverteerd. Weyerman in cadeauverpakking II’
- Riet Hoogma, ‘Weyerman en Caligula’
- Frank Peeters, ‘Timotheus ten Hoorn, uitgever van de Europische Mercurius‘
.
.
.
MedJCW 23 (2000) 3
- Joop W. Koopmans, ‘De presentatie van het nieuws in de Europische Mercurius (1690-1756)’
- Rudolf Dekker, ‘De rafelrand van het zeventiende-eeuwse hofleven in het dagboek van Constantijn Huygens de zoon. Roddel en seks’
- Rietje van Vliet, ‘”… als zodaanig in de openbaare Nieuwspapieren Geadverteerd” – I. Weyerman als publiekstrekker’
.
.
.
MedJCW 23 (2000) 2
- Ellen Grabowsky, ‘Katharina Lescailje (1649-1711) en de “vrouwenzucht”. Schijn of werkelijkheid?’
- Rietje van Vliet, ‘Uitgever en schrijvers als kemphanen tegenover elkaar. Elie Luzac, uitgever van de academie van wetenschappen te Gottingen (1754-1756)’
- Rudolf Dekker, ‘De rafelrand van het zeventiende-eeuwse hofleven in het dagboek van Constantijn Huygens de zoon. Magie en toverij’
.
.
.
MedJCW 23 (2000) 1
- W.F. Visser, ‘Peter de Grote en Zaandam’
- G.W. van der Meiden, ‘Een lofdicht op Peter de Grote’
- Riet Hoogma, ‘Peter de Grote en de Russen in het werk van Jacob Campo Weyerman’
- A.H. Huussen jr., ‘Impressies van Nederlands-Russische contacten in de zeventiende en achttiende eeuw’
- Jan Bruggeman, ‘Het debuut van Jacob Campo Weyerman’
.
.
.
MedJCW 22 (1999) 3
- André Hanou, ‘Brief van een Amsterdammer aan een Rotterdammer, januari 1801. Tijd en toekomst in het eeuwfeest van Jan Kinker’
- Cis van Heertum, ‘Philipp Joseph Frick (1742-1798). Music and millenarianism in the late eighteenth century – II’
- Frank van Lamoen, ‘Chiliast contra stadhouder: Johannes Rothe (1628-1702)’
- Frans Wetzels, ‘Onbekwame geneesheren in de Abdera’
- Simon Vuyk, ‘Pieter van Woensel op het seminarium der remonstranten te Amsterdam (1764-1766)’
MedJCW 22 (1999) 2
- M.A. van der Heijde-Zomerdijk, ‘The development of public concerts during the late seventeenth and eighteenth centuries’
- N. Klinkeberg, ‘Liefhebbers en meesters. Een samenspel tot bevordering der toonkunst 1770-1840′
- Cis van Heertum, ‘Philipp Joseph Frick (1742-1798). Music and millenarianism in the late eighteenth century – I’
- Jan Bruggeman, ‘De Redenvoering over het geheugen. Een onbekend werk van Weyerman’
MedJCW 22 (1999) 1
- Lotte van de Pol, ‘Jacob Campo Weyerman en de prostitutie van zijn tijd’
- Sytze van der Veen, ‘JCW en JWR: reconstructie van een gemiste kans’
- André Hanou, ‘De Modese Groltrompetter (1741)’
MedJCW 21 (1998) 3
- Pieter Breman, ‘Dirk Kuipers (1733-1796), onverbeterlijk kunstenaar’
- Peter Altena, ‘”Geen stervling deed ooit zulk een “smak”. Dirk Kuipers en De historie en het Einde der Luchtbollen (1786)’
- Jan Bruggeman, ‘De betekenis van het woord “theebriefje”‘
MedJCW 21 (1998) 2
- Ton Jongenelen, ‘De waarneming als constructie. Sodomie en rechtsvervolging in Amsterdam in de achttiende eeuw’
- Jozef Smeyers, ‘Achttiende-eeuws Brussel: taal en literatuur’
- Frans Wetzels, ‘Campisten op weg naar de wilhelmieten in Huijbergen’
MedJCW 21 (1998) 1
- Maarten Gaillard, ‘De zaak Weyermars of: de ingebeelde tolerantie in de Republiek?’
- A. Fennema, ‘François Valentijns Oud en Nieuw Oost Indien‘
- André Hanou, ‘De emigrant, amusant [1793]‘
- Jan Bruggeman, ‘Literaire chinoiserie in het werk van Jacob Campo Weyerman’
MedJCW 20 (1997) 3
- Frank van Lamoen, ‘In de geest van Lucianus’
- Marco de Niet, ‘”De pynbank van een vruchtelooze Verwachting”. Weyerman en de kwellingen van Jacobus III’
- Adèle Nieuweboer, ‘Weyerman tussen macchiavellisme en vrijdenkerij?’
- Rudolf Dekker, ‘Weyerman tussen Van Overbeke en Derrida, De samenspraak tussen Kidi en Saaki’
- Rietje van Vliet, ‘Glazige weiden. De samenspraak tussen Balsamina en de steenbok’
- Barbara Sierman, ‘Weyerman en Wolsey’
- Marja Geesink, ‘”Verscheyde Byzonderheden, tot nog toe by geen schryvers aangeraakt”. Weyerman en Isaac Bullart’
- Ton Broos, ‘Schilderachtige portretten’
MedJCW 20 (1997) 2
- André Hanou, ‘Urk of Babel. Revolutionairen in Paapes De knorrepot en de menschenvriend (1797)’
- Adèle Nieuweboer, ‘De Vrolijke reis van Gerrit Paape. Een uitstapje naar de achttiende-eeuwse vertaalpraktijk’
- Frans Wetzels, ‘Schoolmeesters en schoolmeesteressen in Breda’
MedJCW 20 (1997) 1
- Frans Grijzenhout, ‘Troost en Weyerman’
- André Hanou, ‘De wereld van Cornelis de Bruijn’
- Marleen de Vries, ‘Iets over Weyermans humeur’
- Jean Jordaan, ‘Die onbenullige skelm: Fransiscus Lievens Kersteman’
- Paul J. Smith, ‘Hendrik Doedijns en de gekookte sleutels van Rabelais’
MedJCW 19 (1996) 3
- Birgit van der Zijde, ‘Gysbert Tysens (1693-1732), Een broodschrijver in de achttiende eeuw’
- Jan Bruggeman, ‘De datering van Weyermans portret’
- B. Nesselaar, ‘Een Leidse student op vrijersvoeten’
MedJCW 19 (1996) 2
- Karel Bostoen, ‘Verzamelaars, bezitters, lezers van Weyermaniana in de achttiende eeuw‘
- Elly Groenenboom-Draai, ‘De schele droes op drift, Jan van Hoogstraten aan IJssel, Waal en Maas – epiloog’
- Dennis Schouten, ‘De uitvaart van Hendrik Kannegieter’
- Mandy Ruthenkolk, ‘De waaier van Jorina Schim’
MedJCW 19 (1996) 1
- Marco de Niet, ‘”Ezongen dat et over den diek dreunde”. Zang- en dichtkunst in het achttiende-eeuwse Maassluis’
- Peter Altena, ‘Stof van Dichterspennen, Hermafroditisme en travestie in letteren en leven in de achttiende eeuw’
- Jan Bruggeman, ‘De titelprent van De Konst-schilders‘
- Frans Wetzels, ‘Demokriet en Herakliet tussen de Konstschilders‘
MedJCW 18 (1995) 3
- Elly Groenenboom-Draai, ‘De schele droes op drift. Jan van Hoogstraten aan IJssel, Waal en Maas – II’
- Marleen de Vries, ‘Over bindingsangst bij Weyerman’
- André Hanou, ‘Jan Pieter van der Steen (1772-..). Een andere Weyerman’
MedJCW 18 (1995) 2
- Elly Groenenboom-Draai, ‘De schele droes op drift. Jan van Hoogstraten aan IJssel, Waal en Maas – I’
- Joris van Eijnatten, ‘In horoscopo spectandae. Willem Bilderdijk en de astrologie, 1790-1797′
MedJCW 18 (1995) 1 – Special Don Quichot
- MaximP.A.M. Kerkhof, ‘Cervantes in de Nederlanden tot 1746′
- Rietje van Vliet en Marco de Niet, ‘Van ridders en andere Dordtse helden. De Don Quichot-vertaling van Lambert van den Bos’
- Daniel Horst, ‘De prenten in de Don Quichot-bewerking van Jacob Campo Weyerman’
- José de Kruif, ‘Voornaamste gevallen in folio en kwarto. De Don Quichot-uitgaven van Pieter de Hondt’
- J. Lechner, ‘Vertaler, bewerker, bederver: Jacob Campo Weyerman en Don Quijote‘
- Meike Broecheler, ‘”Mijne bedoeling is altoos geweest iedereen goed en niemand kwaad te doen”. De Don Quichot-vertaling van Pieter van Woensel’
MedJCW 17 (1994) 3
- André Hanou, ‘Over de literatuur van de achttiende eeuw’
- Frans Wetzels, ‘De vagevuur-sprookjes van C.C. Vrancx en Jacob Campo Weyerman’
- Peter Altena, ‘Kees is t’huis en loon na werk. Over de belegering van ‘s Hertogenbosch (1795) van Gerrit Paape’
- Sara Stel-van Staalduinen, ‘”Feilen zijner eeuw”, De zeven hoofdzonden in De Rotterdamsche Hermes van Jacob Campo Weyerman’
MedJCW 17 (1994) 2
- Jan Parmentier, ‘Weyerman, Peter de Grote en Lodewijk XV, reizen met de barge tussen Brugge en Gent’
- Peter Altena, ‘In een laarslade, Jacob Campo Weyerman en de blauwe trekschuit’
- Marleen de Vries, ‘Weyerman klassiek?’
- Marieke Vierstra, ‘”Een onwilligen glimlach”. Iets over het werk van de 18de-eeuwse voordrachtkunstenaar Arend Fokke Simonsz’
- Adèle Nieuweboer, ‘Naschrift bij het Arminiusnummer’
MedJCW 17 (1994) 1
- Rob Beentjes, ‘”… En de man hiet Jan van Gyzen”. Een verslag van twaalf jaar lief en leed in Jan van Gysens Weekelysche Amsterdamsche Merkuuren (1710-1722)‘
- Barbara Sierman, ‘Relaties van Weyerman’
- Adèle Nieuweboer, ‘Een driehoeksverhouding? Anacreon, Ifis en Campo’
MedJCW 16 (1993) 3
- Peter Altena, ‘Abderiet in Threcut, Utrechtse notities over leven en werk Jacob Campo Weyerman’
- Maarten van der Tol, ‘Wat ging er om in Het Koffy-huis der Nieusgierigen? Vergeten periodiek (1744-1746) werpt nieuw licht op het achttiende-eeuwse koffiehuis’
- André Hanou, ‘Weyerman en “Demokriet”‘
MedJCW 16 (1993) 2
- Theo van der Meer, ‘Grouwelen onzer eeuwe. Jacob Campo Weyerman en de sodomietenvervolgingen van 1730′
- Gérardine Maréchal, ‘Campo en de computer – II. Van droombeeld naar droomtekst’
- Frans Wetzels, ‘Met Weyerman naar Santiago de Compestella’
MedJCW 16 (1993) 1
- A.A. Manten, ‘De Clapstraat te Breukelen’
- J.W. Gunningh, ‘Jacob Campo Weyerman en het huis van Jacob Lindenbergh’
- André Hanou, ‘Drie patriotten-auteurs in de loge’ en een aanvulling
- Marco de Niet, ‘De bewooners der twaalf Zodiakx Herbergen’
- Peter Altena, ‘Campo Revolutionair?!’
MedJCW 15 (1992) 3
- Peter Altena, ‘”Ligt op de Kandelaar”. Het maçonnieke verraad van Jacob Campo Weyerman en Thomas Woolston en de mystificaties rond het “genootschap van uitgepikte mannen”‘
- André Hanou, ‘Opmerkingen over Weyermans Zeldzaame Leevensbyzonderheden van Laurens Arminius‘
- Meike Broecheler, ‘Vrijmetselarij in de Zeldzaame Leevensbyzonderheden‘
- Judith Eiselin, ‘”Achterklap is des Satans Magazyn”. De personages in de Zeldzaame Leevensbyzonderheden van Jacob Campo Weyerman’
- Mandy Ruthenkolk, ‘De baatzuchtige dame en haar zwakke man. Vogelbeeldspraak in Weyermans Zeldzaame Leevensbyzonderheden‘
- Chris van de Wetering, ‘De jeugdjaren van Robert Hennebo’
- L. van Heesch, ‘Kornelis van Koeverden’
- Daniëlle Geuke, ‘Laurens Arminius en zijn “byzonderheden”‘
- N. Huijberts en M. Zuithof, ‘Barend Das (1704-1783), boekverkoper bij de Dam’
MedJCW 15 (1992) 2
- T. Schoonheim, ‘Over het Woordenboek op (de werken van) Jacob Campo Weyerman’
- Rob Tempelaars en Dick Wortel, ‘Campo Weyerman’
- Adèle Nieuweboer, ‘Weyerman en gelegenheidswerk’
- Machteld Bouman, ‘Spelen met de dood – III. Schertsbegrafenissen in de achttiende eeuw’
- E. Hofland, ‘Prijzen van boeken van Weyerman in de Naam-lyst van Ferwerda’
MedJCW 15 (1992) 1
- Paul J. Smith, ‘Doedijns’ Haegse Mercurius en Rabelais’
- Jan Parmentier, ‘Jacob Campo aan de Reie. Weyerman werk bij Brugse bibliofielen tijdens de tweede helft van de achttiende eeuw’
- Gérardine Maréchal, ‘De dokter voor de liefde’
- Frans Wetzels, ‘Vasari in een vertaling van Weyerman’
- Barbara Sierman, ‘Exotica bij Weyerman’
- Adèle Nieuweboer, ‘Huwelijkscouranten: een attractief mini-genre’
MedJCW 14 (1991) 3
- J.W. Niemeijer, ‘Beschouwingen over Weyermans portret door Cornelis Troost’
- André Hanou, ‘Iets over de auteur(s) van de Janus (1787) en de Janus verrezen (1795-1798) – deel 2′
- Barbara Sierman, ‘De vrouwelijke opsmuk’
- Riet Hoogma, ‘Campo en de computer’
MedJCW 14 (1991) 2
- Karel Bostoen, ‘De vochtige universiteit. Weyerman in het ‘Leiderdorp’ Fonteintje’
- Jan Parmentier, ‘Weyermans werk in de aanbieding bij de Brugse drukker Joseph de Busscher (1774-1777)’
- André Hanou, ‘Iets over de auteur(s) van de Janus (1787) en de Janus verrezen (1795-1798) – deel 1′
- Adèle Nieuweboer, ‘Gelaagdheid in de satirische structuur van de tijdschriften van Weyerman, gedemonstreerd aan De naakte Waarheyt‘
MedJCW 14 (1991) 1
- Christiane Berkvens-Stevelinck, ‘”Ik voltizeer als een pikeur”. Jacob Campo Weyerman en de Franse réfugiés’
- Gérardine Maréchal, ‘Erotica bij Weyerman’
- Henk de Kooker, ‘”Met de eige hand van den Autheur geschreven”. Weyerman-autografen in de Naamlyst van een uitmuntende fraaije verzameling van gebonden tooneelspeelen, 1772′
- Peter Altena, ‘Jean Paul en Weyerman’
- Jan Bruggeman, ‘De datering van Lyste van Rariteiten‘
MedJCW 13 (1990) 3
- Jos Leenes, ‘Jacob Campo Weyermans vertaling uit het Engels van de criminele biografie van kolonel Francis Charteris: een genreverkenning’
- Marco de Niet, ‘De neergang van een voordrachtskunstenaar. Over Arend Fokke Simonsz (1755-1812)’
- Frans Wetzels, ‘Ferdinand van Kessel en Nicolaus van Milst’
- Machteld Bouman, ‘Spelen met de dood – II. Schertsbegrafenissen in de achttiende eeuw’
MedJCW 13 (1990) 2
- Chris Heesakkers, ‘Svperet qvae saecvla massa. Een massief dat de eeuwen kan trotseren. Rond het Rotterdamse standbeeld van Erasmus en de Leidse uitgave van zijn verzamelde werken’
- Barbara Sierman, ‘Een voorbeeld van aemulatio in Den Amsterdamschen Hermes‘
MedJCW 13 (1990) 1
- Theresia Koelewijn, ‘Een mager boek doorspekt met het vet van andere schrijvers. Robert Burtons The Anatomy of Melancholy als bron van Vermakelyk Wagen-praatje van Jacob Campo Weyerman’
- Adèle Nieuweboer, ‘De Laplandse Tovertrommel, of het verhaal van een mislukking?’
- Gérardine Maréchal, ‘Jacob, Piet en Jan’
MedJCW 12 (1989) 3
- Karel Bostoen, ‘Johannes Onderzoeker en Bernardus Weetgraag. Het aan Weyerman toegeschreven pamflet tegen de vrijmetselarij nader “ontmomd”‘
- Jeroen van Heemskerck Dücker, ‘De “Pottenbakkers Huur-Galey” van Frans van Oort’
- Paul J. Smith, ‘Rabelais-ontleningen bij Simon van Leeuwen S.J.Z.’
- Machteld Bouman, ‘Spelen met de dood – I. Schertsbegrafenissen in de 18de eeuw’
MedJCW 12 (1989) 2
- Ton Broos, ‘Leidsche schilders beschreven. Het leven van de Leidse kunstenaars volgens Jacob Campo Weyerman’
- Frans Wetzels, ‘De Apokrijfe Schilder Jacobus van Bastrooij’
- Karel Bostoen, ‘Weyerman en de Zuidelijke Nederlanden’
MedJCW 12 (1989) 1
- Lykle de Vries, ‘Jacob Campo Weyerman und Johan von Gool’
- Suzanne Lammers, ‘De aardigheden van Rabelais in de leugenboeken van Anna Folie’
- Riet Hoogma, ‘Schimpschriften en gestempelde penningen. Over de voorrede bij de Amsterdamsche Hermes‘
- Gérardine Maréchal en Barbara Sierman, ‘Weyerman en Amsterdam’
- F. van Tuyl, ‘Zielverhuizing. Een “cryptogram” van H.K. Poot’
MedJCW 11 (1988) 3
- Karel Degryse, ‘De Brugse drukker Jacob Bernaerts (1657-1706)’
- André Hanou, ‘Literaire euthanasie. Het sterven der schilders in Weyermans Levensbeschryvingen der konstschilders‘
- Peter Altena, ‘Geïndiceert. Jacob Campo Weyerman voor Rotterdam verboden’
- Esterella de Roo, ‘Weyerman-advertenties in de periode 1720-1745′
- André Hanou, ‘Shakespeariana’
MedJCW 11 (1988) 2
- Jeroen van Heemskerck Dücker en Peter Altena, ‘Weyerman en Brugge’
- André Hanou, ‘De ondergang van Pieter Poeraet (1684-..), dominee-dichter’
- Gérardine Maréchal, ‘Weyerman in/op de markt’
MedJCW 11 (1988) 1
- Frank van Lamoen, ‘Hermes en hermetica’
- Karel Bostoen, ‘De student Jacobus Weijermans in Doelestraat en Heerensteeg’
- Riet Hoogma, ‘Enkele motto’s in de Amsterdamsche Hermes‘
- A. van Dam, ‘Een huwelyk van gewisse tusschen Minerva en Eskulaap. De boekverkoper als kwakzalver’
MedJCW 10 (1987) 3
- Hella Haasse, ‘Vernuft en Venijn (iets over satire in de achttiende eeuw)’
- Peter Altena, ‘Doldriftiger Monster verscheen ons noit aan de Maze’. Jacob Campo Weyerman en Rotterdam’
MedJCW 10 (1987) 2
- Elly Groenenboom-Draai, ‘Hermes in huis bij Maasgodt en Rotha’
- M. d’Hane-Scheltema, ‘Een kleine kennismaking met een eerlijk satiricus’
- Jos Leenes, ‘Een dronken tor in Rotterdam, of wie zijn neus schendt…. Weyerman en Jan van Hoogstraten’
- André Hanou, ‘Damt Weyerman?’
MedJCW 10 (1987) 1
- Dick Wortel, ‘Bij het tweede lustrum van de Stichting JCW’
- A.W. Willemsen, ‘Welkomstwoord bij de opening van de tentoonstelling De satiricus Jacob Campo Weyerman (1677-1747). De luis in de pels van de Verlichting. Koninklijke Bibliotheek, 15 januari 1987′
- André Hanou, ‘Rede bij de opening op 16 januari 1987, in de Koninklijke Bibliotheek ‘s-Gravenhage, van de tentoonstelling De satiricus Jacob Campo Weyerman (1677-1747). De luis in de pels van de Verlichting‘
- Dick Wortel, ‘Een wandeling langs de tentoonstelling’
- Peter Altena, ‘Wie is Frans Waanwys!’
- André Hanou, ‘Abcoudiana’
MedJCW 9 (1986) 3
- Ton Broos, ‘The London spy in Holland, of een Nederlandse spion in Londen.: Jacob Campo Weyerman en zijn vertalingen van Ned Ward’
- Peter Altena, ‘Poeraet tegen Weyerman en Weyerman tegen Poeraet’
- Pieter Poeraet, ‘Jakoopedooleimooniandralektryofoonia’
MedJCW 9 (1986) 2
- Thomas Matthey, ‘Enkele bibliografische kanttekeningen bij het toneelwerk van J.C. Weyerman’
- Willem Hendrikx, ‘Weyerman in Abcoude’
- Peter Altena, ‘Weyerman en “het hersselooze boek van juffrou Hoogentoorn”‘
- Gérardine Maréchal, ‘JCW drooggelegd’
- Peter Altena, ‘Een pamflet van Weyerman over de windhandel. Project van eene Wint-assurantie-Compagnie‘
MedJCW 9 (1986) 1
- Thomas Matthey, ‘Weyerman-edities in Boekarest’
- F.J.A. Jagtenberg, ‘Weyerman, de eerste Swift-vertaler’
- Rietje van Vliet, ‘”De gelukzalige tyden der voorzaten, de eeuw van Doudyns beleefden”. Hendrik Doudijns en Jacob Campo Weyerman’
- Karel Bostoen, ‘Weyerman en de muziek’
MedJCW 8 (1985) 3
- Willem Hendrikx, ‘”Hoe heeft het zo ver met Jacob Campo Weyerman kunnen komen?” Inleidend overzicht van het leven van Jacob Campo Weyerman’
- R. Huijbrecht, ‘Jacob Campo Weyerman en het Hof van Holland’
- Karel Bostoen, ‘Iets over de waardering van Weyerman en zijn werk’
- Frank Peeters, ‘Weyerman en de Keurdigten‘
- Frans Wetzels, ‘Aantekeningen bij de “Drie Palameszen”‘
- Willem Hendrikx, ‘Verwijzingen naar Jacob Campo Weyerman in het systeem “Hofstede de Groot”‘
MedJCW 8 (1985) 2
- Willem Hendrikx, ‘Jacob Campo Weyerman en Den Haag’
- Jan Bruggeman, ‘Jacob Campo Weyerman in conflict met twee Haagse boekverkopers’
- Frank van Lamoen, ‘Willem van Swaanenburg: halfmalle scribbelaar’
- Elly Groenenboom-Draai, ‘Enige problemen rond de Rotterdamsche Hermes‘
- Frans Wetzels, ‘Drie Palameszen in JCW’s Levensbeschryvingen‘
MedJCW 8 (1985) 1
- A. Koenhein, ‘Den voorloper van de Kronyk der Bankroitiers. Enige aantekeningen over Viaanse personen en situaties, voorkomende in Weyermans werken (2)’
- Karel Bostoen, ‘De satire als “ineetend vocht”. Enkele opmerkingen naar aanleiding van de nieuwe uitgave van Weyermans Baron van Syberg‘
- André Hanou, R. Meijer en Reinder Storm, ‘De “kleinzoon” van Campo: Nicolaas Hoefnagel’
- A. Koenhein, ‘Weyerman als vertaler in overheidsdienst’
- Jos Leenes, ‘Simon van Leeuwens vergeefse strijd tegen Den Vrolyke Tuchtheer‘
MedJCW 7 (1984) 3
- Margaret C. Jacob, ‘The crises of the European mind: Hazard revisited’
- Frank van Lamoen, ‘De onbekende heldenzang voor Cornelis Schrijver’
- Marijke Gijswijt-Hofstra, ‘Beeld en praktijk van de asielverlening in Culemborg en Vianen’
- Elly Groenenboom-Draai, ‘Weyerman in Berlijn’
- Jan Bruggeman, ‘Den Echo des weerelds als bronvermelding’
MedJCW 7 (1984) 2
- André Hanou, ‘”Vyanens Alverdriet”: Jacob Campo Weyerman’
- A. Koenhein, ‘”Den Kluizenaar van de Lek”: Enige aantekeningen over Viaanse personen en situaties, voorkomende in Weyermans werken’
- Karel Bostoen, ‘De Geleerde Wereld en het Niets’
- Adèle Nieuweboer, ‘Weyerman en de Satire’
- André Hanou, ‘Schreiner’
- Jos Leenes, ‘Weyerman op de radio’
MedJCW 7 (1984) 1
- Frans Wetzels, ‘De Bredase kladschilder Kuningham in het werk van J.C. Weyerman’
- Adèle Nieuweboer, ‘Een nieuwe ader Brits erts aangeboord; The Tatler revisited’
- Jan Bruggeman, ‘Jacob Campo Weyerman inventor van een onbekende heldenzang’
- Willem Hendrikx, ‘JCW en Het oog in ‘t zeil‘
- Peter Altena, ‘De Rotterdamsche Hermes: Actualiteit of eeuwig leven?’
- Dick Wortel, ‘Weyerman en het Woordenboek’
- Jozef Smeijers, ‘Gent 1787′
- Eric de Blauw, ‘JCW als bloemschilder’
- Peter Altena, ‘Jan van Gool versus JCW”‘
MedJCW 6 (1983) 3
- mej. I.H. van Eeghen, ‘Jacob Campo Weyerman en de boekhandel’
- Peter Altena en Marijke Gijswijt-Hofstra, ‘Weyerman in Vianen: zijn vrijgeleide in 1731′
- Willem Hendrikx, ‘Inleiding Expeditie Breda’
- J.M.F. IJsseling, ‘Ferdinand van Kessel, leermeester van Weyerman?’
- Adèle Nieuweboer, ‘Van Effen, de kunsthandel en Weyerman’
- J. van Heugten, ‘Reclame voor Weyerman II’
- André Hanou, ‘Het Oog in ‘t zeil‘
- Eric de Blauw, ‘Feith en Weyerman’
- Jan Bruggeman, ‘Advertentie Meer en Hoef’
MedJCW 6 (1983) 2
- Rob Tempelaars, ‘Jacob Campo Weyerman contra de Bredase kamer Het Vreugdendal. Enige toelichtingen bij Weyerman-citaten over een rederijkerskamer in verval’
- Willem Hendrikx, ‘Jacob Campo Weyerman en enige kunstkopers uit Breda en omgeving’
- Jan de Vet, ‘Annotatie Rotterdamsche Hermes no. 8′
- Adèle Nieuweboer, ‘Annotatie Rotterdamsche Hermes no. 2′
MedJCW 6 (1983) 1
- Jan de Vet, ‘Weyerman en zijn Kartuizer’
- Karel Bostoen, ‘Literaire voorkeuren van Weyerman in de Rotterdamsche Hermes’
- Barbara Sierman, ‘JCW-exemplaren in de Mededelingen’
- Peter Altena, ‘De wereld van Jacob Bart volgens Jacob Campo Weyerman’
- Adèle Nieuweboer, ‘De Babbelaar, of een ontdekte goudmijn’
- Eric de Blauw, ‘Annotatie Rotterdamsche Hermes no. 1′
- Frans Wetzels, ‘Annotatie Rotterdamsche Hermes no. 3′
- Signaleringen


























