Kersteman achter de tralies

vrijdag 28 oktober 2022 –Aangezien militaire gevangenen altijd meereisden met hun regiment, vinden we Kersteman als gedetineerde op een gegeven moment weer terug in Breda. Zijn tweede verblijf in deze garnizoensstad. Hij zat daar in de eerste maanden van 1751, waar hij gezelschap had van Maria van Antwerpen. Over haar spreekt Kersteman zich in zijn autobio nauwelijks uit, maar wel vertelt hij heel kort hoe hij munt heeft kunnen slaan uit de belevenissen die zij hem toevertrouwde. Citaat:

Hierop gebeurde het, bij gelegenheid dat zeker vrouwspersoon als grenadier […] met een sergeants dochter getrouwd was, dat ik vervolgends de Bredasche heldin, of het leven van Maria van Antwerpen beschreef, het welk, wegens de zeldzaamheid, eene onbedenkelijke aftrek had, en mij een fraaje stuiver gelds in den zak bragt, waardoor ik mijne schulden te Breda betaalen kon.

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kerstemans eerste verblijf in Breda

woensdag 26 oktober 2022 – Een jaar voor zijn overlijden verscheen de autobiografie van broodschrijver Franciscus Lievens Kersteman (1728-1793): het tweedelige Leven van F.L. Kersteman, door hem zelven beschreven, in 1792 uitgegeven bij zijn Amsterdamse boekverkoper Jan Barend Elwe. Al een paar keer heb ik laten zien hoe zijn levensverhaal vol zit met borstklopperijen en spannende anekdotes waarvan het waarheidsgehalte minimaal is.[1]

Maar wat hebben Kersteman en Breda, de stad waar de grondvergadering van het JCW dit jaar plaatsvond, met elkaar te maken? Tot nu toe kwamen alleen de Hollandse plaatsen Den Haag, Rotterdam en Voorburg voorbij. Welnu, onze held verbleef in de eerste decennia van zijn lange leven een paar maal in Breda, al laat hij zich daarover in zijn autobiografie nauwelijks uit. Vermoedelijk omdat zijn verblijf in de stad te maken heeft met een paar duistere kanten van zijn rijke leven.

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Nader tot A.J. Kronenberg (1847-1932)

dinsdag 25 oktober 2022 – Na de verdediging van mijn proefschrift in 2011 in de aula van de Nijmeegse universiteit  – aangrijpend en verheugend – kwam er een reprise in de personeelskamer van het Dominicus College, waar ik toen nog werkte. Al even verheugend en aangrijpend. Ga maar na: een reeks van collega’s had een vraag of een reeks vragen voorbereid, eenvoudige inkoppertjes zaten er niet bij.

Eén van de collega’s richtte zich op Job van Paape, een ander confronteerde me met de reputatie van patriotten als NSB’ers. Een kort voor mij gepromoveerde collega geschiedenis – ook zijn proefschrift was in een geanimeerde bijeenkomst voorwerp van kritisch gesprek geweest – vroeg zich af waarom ik de eerste hoofdstukken van de biografie niet gewoon geschrapt had: in die hoofdstukken trad toch niet de interessante Paape op.

Een andere vraag gold mijn verdediging en verheerlijking van A.J. Kronenberg, de schrijver van wat Buijnsters in een bui van onwelwillendheid een ‘flodderig boekje’ over Gerrit Paape had genoemd. 

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kersteman als flierefluiter

maandag 24 oktober 2022 – Omdat de jaarlijkse grondvergadering van het JCW in Breda plaatsvond, was ik van plan mijn lezing te houden over Kersteman en zijn Bredase connecties. Maar tot nu toe is daar weinig van terechtgekomen.[1] Pas wanneer hij in dienst is van het Staatse leger arriveert hij in de garnizoensstad Breda, waar hij diverse avonturen meemaakt. – Nog even geduld dus. Eerst aandacht voor zijn studiejaren.

Na de scheiding van zijn ouders werd de jonge Franciscus Lievens Kersteman samen met zus Engelina en broer Petrus opgevoed door zijn moeder, in Den Haag. Vervolgens werd ons Fransje, naar eigen zeggen, in Rotterdam ondergebracht bij een rijke oom en tante, die hem op een gegeven moment naar een Franse kostschool in Voorburg stuurden. Na drie jaar vertrok hij naar Den Haag om al doende kennis te maken met de juridische praktijk. Ik citeer de autobiografische borstklopperij van Kersteman:

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Anti-papisme in het Groot-seminarie

zondag 23 oktober 2022 – In Utrecht, in Het Utrechts Archief, bevindt zich het archief van Rijsenburg. Onder die naam stond het Groot-seminarie bekend dat enkele jaren na het wonderjaar 1853 ontstond. In de inventaris van Rijsenburg trof ik enkele nummers met gedichten. Naast brave verzen van Herman Schaepman en Bernard van Meurs – al vond ik diens gedicht ‘Aller-zielen’ eigenlijk wel mooi – waren er twee nummers (1001 en 1002) die mijn bijzondere belangstelling wekten.

Nummer 1001 bevatte een spot-geloofsbelijdenis, waarvoor een zekere Sottagimbus Haesepoot tekende. Onder de titel Myn Belydenisse des Geloofs stonden regels die steeds halverwege met een plusje in tweeën verdeeld waren. Was het de bedoeling dat het eerste deel van de regel steeds door de leermeester werd uitgesproken en dat de leerling het gedeelte erna moest opdreunen? Het eerste deel van de versregel rijmt overigens op het eerste deel van de vervolgregel, met de tweede delen van de versregels is het net zo.

Ik geef de eerste regels van de Belydennise:

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Vestingstad Nijmegen 1750

Uitnodiging boekpresentatie

zaterdag 22 oktober 2022 – Volg het spoor naar de tijd dat Nijmegen een van de belangrijkste vestingsteden van het land was! Dankzij de tekeningen, opmetingen en kaarten van de Groninger Klaas Willem Kiers is de weg naar 1750 begaanbaar.

Met het nieuwe boek Vestingstad Nijmegen 1750 kunnen lezers en kijkers in de voetsporen van Kiers treden. Het boek biedt een tot op heden onbekende schat aan schetsen en tekeningen van Nijmegen, van stukjes binnenstad en vesting, verloren en herkenbaar Nijmegen. 

Vestingstad Nijmegen 1750 neemt de reiziger bij de hand en helpt bij de vergelijking van 1750 en later tijden (en nu). Over de maker en de opdrachtgever licht het boek in, zoals ook de stand van Nijmeegse zaken rond 1750 gepeild wordt door Paul Klinkenberg, Peter Altena en Paul van der Heijden, een drietal gedreven onderzoekers van de stadsgeschiedenis.

Het boek wordt gepresenteerd op vrijdag 18 november bij boekhandel Dekker van de Vegt (Marikenstraat, Nijmegen) – aanvang 16.00 uur/ aanmelden via 024-3020130 of per mail. Die presentatie telt korte voordrachten en natuurlijk de aanbieding van het eerste exemplaar. Wie de gelukkige ontvanger van dat eerste exemplaar gaat zijn, is een nog goed bewaard geheim. Vervolgens is er ruim gelegenheid om het boek aan te schaffen, met de auteurs te praten en een glas wijn te drinken. Wees welkom!

Twee dagen later, op zondag 20 november is er een tweede presentatie in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (Mariënburg) – aanvang 16.00 uur/ aanmelden gewenst.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De ruziënde ouders van Kersteman

vrijdag 21 oktober 2022 – De grootvader van de 18e-eeuwse broodschrijver Franciscus Lievens Kersteman (1728-1793), Johannes Kersteman, was in 1707 getrouwd met Engeltje Bluzé (Bleuze).[1] Zij had geen adellijke roots, alle opmerkingen van Kersteman hierover ten spijt, maar zat wel goed in de slappe was. Eén van hun kinderen was Kerstemans moeder: Margaretha Kersteman.[2]

Margaretha is naar verluidt in 1723 – op 13-jarige leeftijd! – getrouwd met de Brusselaar Francis (François) Lievens, 47 jaar oud. Ze bevalt op haar 16e van Engelina (1726), op haar 18e van ‘onze’ Franciscus (1728) en op haar 20ste van Petrus (1730). In zijn autobiografie schrijft Kersteman geheel naar waarheid dat zijn ouders geen gelukkig huwelijk hadden: 

Het huwelijksleven van mijne Ouders werd door sommige huiskrakeelen aan beide kanten zo onaangenaam gemaakt, dat er ten laatsten eene echtscheiding op volgde; ik weet niet wie van hun beiden gelijk of ongelijk heeft gehad, maar dit weet ik, met eene volslagene zekerheid, dat na den afloop van een zwaar proces, ik, nevens een ouder Zuster, en jonger Broeder onder de bestuuring van mijn moeder geraakte, waartoe waarschijnelijk de verschillendheid van Godsdienst aanleiding gegeven zal hebben.[3]

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De adellijke afkomst van Kersteman

donderdag 20 oktober 2022 – Franciscus Lievens Kersteman was, ‘in tegenstelling tot zijn vriend Jacob Campo Weyerman, geen sterke, persoonlijkheid. Weyerman was onverzoenlijk en dwingend van karakter, iemand die lak had aan alles en iedereen, Kersteman was veeleer een milde bonvivant die niet kon nalaten toe te geven aan zijn neiging tot gemakkelijke succesjes bij willige weduwen en andere goedgelovigen’.[1]

Ik citeer hier de hedendaagse schrijver Thomése, uit een artikel in de NRC, 30 jaar geleden. Hij verbaast zich in dit artikel over de vele ‘onfatsoenlijke types’ die hun carrière – dankzij hun oplichterijen en de goedgelovigheid van hun medemens – tot grote hoogte zagen stijgen. Hij noemt behalve ‘mooiprater Casanova, de gebedsgenezer Cagliostro en de Corsicaanse nepkoning Theodore de Neuhoff’ ook John Law, een ontsnapte gevangene uit de Londense Tower die het zelfs heeft gebracht tot minister aan het Franse hof. 

Schurken waren het. Hun levensbeschrijvingen laten zich lezen als picareske romans. Weyerman hoort zeker in dat rijtje thuis, maar ook Kersteman. Diens autobiografie uit 1792, geschreven vlak voor zijn overlijden in 1793, is een aaneenschakeling van morele witwasuitspraken. Een soort apologie, alsof hij op de drempel van het hiernamaals zijn blazoen wilde opschonen om de hemelpoort te mogen passeren. Tegelijkertijd was Kerstemans autobiografie een vehikel waarmee hij, volledig aan lager wal geraakt, zijn financiële situatie wilde opvijzelen.

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Omgekeerde wereld: cipier achter de tralies

De gearresteerde Stephanus Jacobus van Langen wordt op 12 juni 1798 het Logement van Amsterdam aan het Plein uitgeleid. Ets van Reinier Vinkeles. Coll. Rijksmuseum RP-P-OB-64.104

zaterdag 8 oktober 2022 – Op 12 juni 1798 kwam er een einde aan het radicale regime dat enkele maanden eerder in de Bataafse Republiek aan de macht was gekomen. Onder leiding van het Uitvoerend Bewind, bestaande uit onder anderen de directeurs Pieter Vreede, Wybo Fijnje en Stephanus van Langen, was de eerste Nederlandse grondwet tot stand gekomen. Op 23 april was deze na een grondwetreferendum goedgekeurd door de Bataafse bevolking, en op 4 mei was zij in werking getreden. 

De weg naar de grondwet was echter gepaard gegaan met een reeks revolutionaire maatregelen die het land in rep en roer hadden gebracht. Gematigde parlementsleden waren gevangen gezet, ambtenaren waren ontslagen en burgers van wie men slechts maar vermoedde dat zij niet volledig sympathiseerden met de nieuwe orde van zaken, werden pardoes het stemrecht ontnomen. Het is dus niet verbazingwekkend dat het radicale bewind de nodige vijanden had gemaakt.

Met hulp van de Franse regering pleegden de ministers Alexander Gogel en Jacobus Spoors en generaal H.W. Daendels de genoemde staatsgreep van 12 juni. De hydra was verslagen, het schrikbewind was tot een einde gekomen en de revolutie werd in een rustiger vaarwater geloodst. Het radicale drietal Van Langen, Fijnje en Vreede zou in het najaar van 1798 echter nog een laatste, onwaarschijnlijke slachtoffer maken: de cipiersknecht van de Haagse Voorpoort.

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Weyerman en de Dood

woensdag 28 september 2022 – In het weekblad Den Echo des Weerelds staat een interessante tekst, getiteld: ‘Des Echos aanspraak aan de Dood’.[1] De Dood wordt hierin niet afgeschilderd als een verschrikkelijk monster, maar wordt aangesproken met: ‘O ghy veylig Eynde onzer Ween!’.

Vroeger was de Dood een vloek, maar na de zondeval, waarbij de eerste mensen uit het Paradijs verjaagd werden, is de Dood veranderd van een straf in een ondersteuning:

[…] ghy zyt een Balsem en een Hulpmiddel geworden aan den Mensch, want door uw geniet den Mensch de eertyds verbeurde Gelukzaligheyt, en door uw Bemiddeling kan hy die nooit meer verliezen.[2]

De Dood schenkt ons ‘een weezendlyk Goed’ en wordt de ‘beste zo wel als zekerste Zaak hier op Aarde’ genoemd.

De tekst van Weyerman is gedeeltelijk in proza en poëzie. Ik vroeg me af of Weyerman hiervoor een buitenlandse tekst als uitgangspunt had genomen. Na enig zoeken kwam ik erachter dat Weyerman een bewerking gemaakt heeft van het gedicht ‘On Death’ uit de bundel Poems (1686) van Anne Killigrew (zie haar zelfportret hierboven).[3] Het gedicht ‘On Death’ telt 34 versregels. Weyerman heeft daarvan zes versregels omgezet in poëzie en de rest in proza.

Lees verder
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen