Meertaligheid of mengelmoes?

Een ‘polyglotte’ Republiek in kranten en verzen

dinsdag 25 december 2018 – In zijn grote boek over de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden in de achttiende eeuw, De weg naar het binnenland, liet Tom Verschaffel overtuigend zien dat in het Zuiden diverse talen naast elkaar bestonden, door verschillende groepen voor verschillende doeleinden gebruikt werden. Geleerde en gewone vroomheid articuleerde zich in het Latijn, dan waren er daarnaast het Frans en Vlaams voor dagelijkser gebruik.

In een mooi boekje kiezen twee Nijmeegse onderzoekers, Marc van Oostendorp en Nicoline van der Sijs, de meertaligheid eveneens als uitgangspunt, voor beschouwingen over de taal van de krant en die van de dichters uit de Gouden Eeuw. Het heet ‘Een mooie mengelmoes’. Meertaligheid in de Gouden Eeuw is gul geïllustreerd, sympathiek geprijsd en helder van opzet.

Het eerste deel gaat over de taal van de krant in de zeventiende eeuw en schetst ter inleiding een bondige geschiedenis van de krant in de Republiek. Die inleiding biedt niet heel veel nieuws, maar is vlot geschreven en kan de geïnteresseerde lezer als introductie in de krantengeschiedenis goede diensten bewijzen. Vanaf pagina 60 valt de lezer, ook de doorgewinterde, in heel wat verbazingen, in het bijzonder waar de eerste resultaten van systematisch onderzoek van gedigitaliseerde krantenbestanden worden geboden. Dan blijkt bijvoorbeeld dat de namen van de bekendste Europese landen meestal genoemd worden in een context van oorlog en diplomatie. De in kranten gebruikte taal wijkt af van wat woordenboeken en gezaghebbende auteurs als ‘standaardtaal-in-ontwikkeling’ geldt. In de kranten rekken archaïsche woorden en spellingsvormen het leven. Schrijvers van kranten zijn bepaald niet in de ban van taalkundig purisme.

In haar ‘besluit’ van de beschouwing vermoedt Nicoline van der Sijs – zij, zo blijkt uit de ‘verantwoording’, is verantwoordelijk voor de tekst over de taal van de krant – dat de gelijkenis tussen de krantentaal en de ambtelijke taal van diplomaten en overheden van doen heeft met de ambtelijke en diplomatieke herkomst van veel correspondenten van de krant. Redacties namen die officiële berichten vlot en kritiekloos over en daarmee ook de taal van de diplomatieke dienst.

Iets soortgelijks was mij decennia geleden al eens opgevallen bij de bestudering van de buitenlandse diplomatieke post, waarin over de Duitse oplichter Syberg werd geschreven. Die berichten van gezanten vonden na enkele dagen vrijwel letterlijk hun weg naar de kolommen van kranten. Die praktijk roept vragen op, die vanzelfsprekend buiten het bestek van de taalkundige analyse van krantentaal valt, zoals: gaf de Staten-Generaal, de ontvanger van de berichten, inzage in de diplomatieke post of beunden de diplomaten bij en stuurden ze hun verslagen behalve naar Den Haag ook nog naar kranten?

In de tweede beschouwing, van de hand van Marc van Oostendorp, gaat het over de ontwikkeling van de taal van de dichters. De aanwezigheid van zuidelijke (Antwerpse), Hollandse, Duitse dialecten en het Fries in een wereldstad als Amsterdam leidde hier en daar tot misprijzen van dichters als Bredero, die als bekend het Antwerps in zijn Brabander bespotte, maar ook tot meertaligheid en ‘taalflexibiliteit’. Gevolg daarvan was dat het Nederlands ‘in ontwikkeling’ in grote delen van Europa, die die meertaligheid en flexibiliteit ook kenden, gesproken en begrepen werd.

Interessant is ook een ander aspect van Van Oostendorps beschouwing, namelijk daar waar hij het ritmisch onderscheid tussen Romaanse en Germaanse poëzie bespreekt en veronderstelt dat dat verschil samenhangt met de bijzondere aard van beide taalfamilies. Romaanse talen, zoals het Frans, behoren tot de zogenaamde ‘mitrailleurtalen’, de Germaanse, zoals het Nederlands, tot de ‘morsetalen’. Analyse en bewijsvoering zijn zo bijzonder dat ik dat niet ga verpesten door het ‘in eigen woorden’ na te vertellen.

Het enige wat op het boekje aangemerkt kan worden, is het ontbreken van een personenregister. Voordeel van het nadeel is dat je het van kaft tot kaft moet lezen; geen straf! —Peter Altena

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.