Voetnoot 222

Meer over ordinarissen en wijnhuizen

donderdag 24 juni 2021 – In Voetnoot 221 besteedde ik aandacht aan een gesprek zoals dat volgens Weyerman in een wijnhuis gevoerd kon worden. Weyerman laat dat gesprek vrij snel onderbreken door een haveloze betweter:[1]

Zeker heerschap, die in het hoekje van den haerd zat te puffen op een pyp tabak, en die by my voor een wysgeer stont geboekt, dewyl hy de hondsdagen zonder lynwaat, en den winter vertrotste zonder een Engelsche overrok, rees stemmiglyk op uyt een ontheupte stoel, en liet zich aldus hooren.

Zo’n karakterisering komt vaker voor in Weyermans werk. En iemand die het beter weet dan de seizoenen, tsja, dat moet wel een filosoof zijn! Hij steekt dan ook een ‘zedekundig vertoog’ af van ongeveer een bladzijde, over gulzigheid, onmatigheid en overvloed. Dit zijn begin en slot ervan:

De gulzigheyt in spys vernielt zo veele menschen, als de onmaatigheyt in wyn. Ieder beete onmaatiglyk ingeschokt, knaagt op de natuur gelyk als een gier; en ieder kelk teveel ingeslobbert, is gelyk aan de opening van Pandora’s doos. Eene enkelde onmaatigheyt heeft aan meenig man zyn gezondheyt, en het gebruyk van zyn ledemaaten gekost voor altoos.
[…]
In Nederlant is zulk een overvloet van eetwaaren, bequaam om een uytheemsch Koningryk te konnen spyzen; doch echter is de gastvryheyt zo geheelyk verlooren, dat veeltyds een verdienstig man zit te hongerbrokken in een Servetsteegs kasteleny. Hoe is ’t mogelyk, dat een Gaskons edelman ich een middagmaal kan vervaardigen op een salaa van paerdebloemen, op een emmer water en een koppel uyen, of voor ’t meest, op een gespan groene kikvorschen, en dat wy zitten te kieskaauwen op een venezoenpastey, en op een dozyn gebraade Bredaasche kapoenen, omheynt door een ridderorde van superfyne leeuwerikken?

In eerste instantie springt hier de niet veel voorkomende gier in het oog. Maar ook ‘de opening van Pandora’s doos’ is opmerkelijk: je zou ‘het openen’ verwachten. Dat spoorde aan om te zoeken naar een Engels voorbeeld voor dit vertoog. En dat blijkt er te zijn. Weyerman lijkt geput te hebben uit Moral reflexions upon select English proverbs van Oswald Dykes, een boek dat hij voor De Kluyzenaar in een Vrolyk Humeur ook minstens driemaal opgeslagen had.[2] Bij Dykes lezen we:

Gluttony and Pampering destroy as many People, as drinking to Excess; And they are happy that indulge themselves in neither, to a Distemper. Every Morsel above Measure, preys upon Nature like a Vulture; and every Cup too much, is like opening Pandora’s Box and letting out all the Diseases upon a Man’s own Body. One single Intemperance has cost many a luscious Gentleman either his Liberty, his Limbs, or his Life; his Ease or his Health for ever.
[…]
There are Victuals enough in London to serve a foreign Kingdom; but for all that, Hospitality is quite lost, and poor Folks do as it were starve in a Cook’s Shop. […] And how comes it to pass, that a Frenchman should make you as good a Dinner upon one single Sallad, a Turnep, or a Potatoe, as we can do upon Sir Loins, and Ragou’s, or Pig, Goose, and Capon?  

Wat mij vooral verbaasde, is dat Dykes dezelfde ideeën had over de karige Franse keuken als Weyerman. Voor wie het wil bekijken: ook de hier gecoupeerde alinea én de alinea met de tekst die Weyerman aan een brullende landjonker geeft (en die aan de introductie van de wijsgeer voorafgaat), hebben hun parallel bij Dykes in de buurt van de hier geciteerde tekst. 

De aflevering besluit met het portret van een Weeuwtje dat op een nieuw huwelijk uit is en een man probeert te strikken. Ook daarvoor vond Weyerman zijn model bij Dykes.[3] Daarmee is het ontstaan van deze aflevering van Den Adelaar voor een groot deel gereconstrueerd. Alleen het gedicht ‘Aan de onvergelykelyke Fillis’ is nog een vraagteken: gebruikte Weyerman hier ook een model voor, of is het een  volledig oorspronkelijk werk? – Jac Fuchs


[1] Den Adelaar, nr. 2 (7 maart 1735), p. 24.

[2] Jac Fuchs, ‘Den Klyzenaar in een Vrolyk Humeur (1733) van Jacob Campo Weyerman: een voorlopig afscheid’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 38 (2015), p. 194-203, aldaar p. 197-198. Weyerman keek hier naar: Oswald Dykes, Moral reflexions upon select English proverbs: familiarly accomodated to the humours and manners of the present age (Londen 1708), proverb IV, ‘Hungry Dogs will eat dirty Puddings’, p. 12. In 1708 verscheen ook een druk met ‘British’ in de titel, in plaats van ‘English’, en er bestaan gewijzigde herdrukken met de titel English proverbs, with moral reflexions. Vanwege de beperkte mogelijkheden van Google Books verwijst de link naar een druk uit 1713, die gelukkig wel dezelfde paginering kent.

[3] Weyerman gebruikte delen van proverb XXXVI ‘Good Wine needs no Bush’ (goede wijn behoeft geen krans). Het model voor de eerste alinea, met de ‘moesjes’ (Patches), staat op p. 175, dat voor de tweede, met de ‘geleende luyster’ (borrow’d Lustre) op p. 176. 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.