Voetnoot 230

Weyerman over Gregorio Leti

woensdag 15 september 2021 – Gregorio Leti (1630-1701) was een uitermate productief gechiedschrijver. Zijn leven was behoorlijk complex, maar heel kort samengevat verliep het als volgt. Leti werd geboren in Italië. Daar genoot hij een degelijke opleiding, onder meer op een Jezuïetencollege, maar priester wilde hij niet worden. Later in zijn leven werd hij zelfs protestant en ook verliet hij Italië. Na enkele jaren aan het Franse hof stak hij over naar Engeland, waar hij in 1680 aan het hof van Karel II emplooi vond. 

Leti schreef meerdere boeken over onderwerpen en personen uit de Engelse geschiedenis. Een ervan schoot Karel II in het verkeerde keelgat. Leti vond het daarom in 1683 raadzaam naar de Republiek te vluchten. Daar bleef hij tot zijn dood in 1701. Al tijdens zijn leven werd hem verweten dat zijn werk niet heel betrouwbaar was. Dat is ook hoe er tegenwoordig over zijn werk geoordeeld wordt.

In zijn boeken over de katholieke kerk nam Leti een kritisch standpunt in. Een van zijn vroegste publicaties ging over het nepotisme van pausen, dat hem door Rome niet in dank werd afgenomen, net als zijn biografie van paus Sixtus V. 

Je zou dus kunnen denken dat Weyerman zijn werk wel kon waarderen, maar dat blijkt niet zo te zijn. In de Amsterdamsche Hermes van 30 september 1721 verwijst Weyerman – overigens zonder waardeoordeel – naar Leti voor een anekdote over paus Sixtus V.[1] Maar bij zeven andere gelegenheden heeft hij geen goed woord voor Leti over. Zo verwijst hij ruim twee maanden later wéér naar een anekdote uit het leven van Sixtus V, maar bij die gelegenheid noemt hij Leti zonder omhaal een beuzelaar.[2]

In de Maandelyksche ’t Zamenspraaken vergelijkt Weyerman de grote productie van Leti met het werk van ‘onzen Nederlandsche Tacitus, Everard Reid’. Wel stelt hij de retorische vraag of ‘die Italiaansche Geschigtsprookjes […] in Vergelyking [komen] met het heerlyk en ongeblanket Werk van dien onsterflyken Schryver’.[3] Twee maanden later noemt Weyerman Leti weliswaar ‘berucht’ (=beroemd), maar wat er volgt, is beslist niet positief bedoeld:[4]

den beruchte Historieschryver Gregori Leti, die honderde Almanakssprookjes tusschen invoegt in de Leevensbeschryvingen van zyn Hartog van Ossuna, van zyn Sixtus den Vyfde, van Olivier Cromwel, en alzulke Spooktaferelen;

In zijn eerste periodiek, de Rotterdamsche Hermes, had Weyerman kritiek van nog andere aard geuit. Hij vond dat Gregorio Leti ‘vertellingjes uitlevert om recht overeint staande in slaap te vallen’.[5] Zijn meest uitgebreide kritiek leverde hij twee weken daarna.[6] Een veilingmeester had boeken van Leti – Weyerman noemt hem nog even ‘den Italiaanschen Blaasbalg’ – aangeprezen door hem met P.C. Hooft, ‘den Tacitus der Batavieren’, te vergelijken. 

Waarin doch […] bestaan de ongemeene verdiensten van den heromzwervenden Bladschryver, die de Octoberbeulingen van zyne kinderachtige vertellingjes, in plaats van met bloet en speceryen, met zoetekoek en razynen opvult, en zyne Helden doet spreken als Stoknarren? […] De laffe bouffonneries, die hy den Hertog van Ossuna doet debiteeren, (voor een groot gedeelte gepikt uit Uilenspiegels-Autheuren, de Koninginne Margariet, en diergelyke) […] zal Majaas Zoon nu niet ophalen; maar hy avanceert alleen dat Leti een Autheur is geweest gelyk de Monnik Vittorio Siri, die zyne pen en Mis aan de meestbiedende verkocht: […] d’een en ander was een Geschichtschryver; Tutto senza orte, Senza stile, Senza politica, Senza concetti e vivacita, Senza eruditione, Senza termine de creansa, e Senza alcuna Verita. Een deftig kleet voor een’ Historicus, het welk, zoo ‘er een weinig meer groen onder liep, Argus niet kwalyk passen zoude.

Die Italiaanse woorden verraden dat Weyerman voor deze kritiek te rade is gegaan bij Noël d’Argonne (1640-1704), beter bekend als De Vigneul-Marville. De Fransman tekende ze op in deel 1 van zijn Mélanges d’histoire et de litterature.

De Vigneul-Marville heeft in een tirade tegen Hobbes óók een stroom Italiaanse woorden als hoogtepunt gebruikt. Die kritiek nam Weyerman eveneens van hem over.[7] Maar hier doet Weyerman nét iets anders. De Vigneul-Marville richtte zijn pijlen op de historicus Vittorio Siri. Weyerman geeft op Leti af door hem met Siri te vergelijken en daarbij afkeurende woorden over Siri te plaatsen. Die kritiek op Siri neemt hij over van De Vigneul-Marville.[8]

Weyerman greep voor de laatste nummers van de Rotterdamsche Hermes meermalen naar de Mélanges. Voor de eerste keer deed hij dat, voor zover wij nu weten, in nummer 46. Jan Bruggeman en ik hebben in de laatste veertien nummers inmiddels zes ontleningen uit de Mélanges herkend.[9] – Jac Fuchs


[1] Amsterdamsche Hermes jrg 1, nr. 1 (30 september 1721), p. 6.

[2] Amsterdamsche Hermes jrg 1, nr. 11 (9 december 1721), p. 82.

[3] Maandelyksche ’t Zamenspraaken tusschen de Dooden en de Leevenden, nr. 4 (oktober 1726), p. 406. De historicus die hier de Nederlandse Tacitus genoemd wordt, is ditmaal niet P.C. Hooft, maar Everard van Reyd, auteur van onder andere de Oorspronck ende voortganck vande Nederlandsche Oorloghen, waarin de opstand tegen Spanje tot het jaar 1601 wordt behandeld.

[4] Maandelyksche ’t Zamenspraaken tusschen de Dooden en de Leevenden, nr. 4 (december 1726), p. 694.

[5] Rotterdamsche Hermes, nr. 47 (12 juni 1720), p. 319.

[6] Rotterdamsche Hermes, nr. 49 (24 juni 1720), p. 332-333.

[7] Zie Voetnoot 168.

[8] Bonaventure de Vigneul-Marville, Mélanges d’histoire et de litterature, deel 1 (Parijs 1699), p. 89-90. De link verwijst naar een ‘tweede’ druk uit 1701. In een latere druk van dit werk is ‘senza orte’ gecorrigeerd in ‘senza arte’.

[9] Nog niet eerder gepubliceerd is het feit dat de beschrijving van het altaar van Laverna (nr. 47, p. 319) gebaseerd is op een passage in deel 2 van de Mélanges (Parijs 1700), p. 397. 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.