Voetnoot 250

Het drinklied Natura diverso gaudet

maandag 2 mei 2022 – In 2019 besprak Jac Fuchs in deze rubriek de avonturen van Sir John Rake, die te vinden zijn in het tweede deel van Den Amsterdamschen Hermes.[1]

Aan het eind van het verhaal lezen we dat Sir John ’s nachts in zijn logement in Londen gestoord wordt door een dame die, achtervolgd door een man, zijn kamer binnen komt rennen. De mannen raken slaags met elkaar en de onbekende man daagt Sir John uit voor een duel. Daar stemt Sir John mee in. Ze gaan naar Lincoln’s Inn Fields. Het duel duurt maar kort, want de hospes heeft een agent gewaarschuwd, die Sir John uitschakelt. Met geld wordt een arrestatie voorkomen.

De volgende dag zoekt Sir John de man in zijn kamer op en krijgt dan diens levensverhaal te horen. Hij is een Fransman, zijn naam is Chev** en hij is een musketier geweest. Tijdens een veldslag redde hij het leven van James Butler, hertog van Ormond, die hem daar zeer dankbaar voor was en hem meenam naar Engeland. Hij viel in ongenade toen hij betrapt werd met de maîtresse van de hertog. De Fransman raakte aan lager wal en kwam zelfs in de gevangenis terecht, maar gelukkig wist de maîtresse het hart van de hertog te vermurwen. De hertog betaalde zijn schulden en de Fransman wacht nu op een gunstige wind om over te steken naar Holland.

Tijdens dit relaas haalt de Fransman twee regels aan uit de tragedie/opera Bellerophon van Bernard le Bovier de Fontenelle (1657-1757), met muziek van Jean-Baptiste Lully, en citeert hij zes versregels van een Frans lied.

Un seul plaisir a la fin nous ennuye,
Mais contre cet ennuy, je scai bien un secret;
Je bois bouteille, & je vachêt Silvie.
Puis en sortant de la la la, bis,
Je rentre au Cabaret.
Amis, changeons ainsy, les douceurs de la vie.[2]

Een bron voor dit lied was in 2019 nog onvindbaar, maar inmiddels zijn we drie jaar verder en in die tussentijd is er op het internet veel meer informatie beschikbaar gekomen.

Ik vond het lied in een proefschrift uit 2020: De la chanson à l’air à boire. Histoire d’une pratique musicale singulière au XVIIe siècle van Robin Bourcerie. Hierin staat het hele lied in moderne spelling.[3] Bourcerie wees mij de weg naar een zeventiende-eeuwse bron: Recueil d’airs sérieux et à boire de differents auteurs (1698). Dit blijkt een deel te zijn uit een lange reeks liedbundels, uitgebracht door Christophe Ballard (1641-1715) in Parijs. In 1698 verscheen er iedere maand een deeltje met ongeveer tien liederen met partituur. 

In Google Books staan enkele delen en ook de Bibliothèque Nationale de France (BnF) heeft verscheidene delen gedigitaliseerd. Maar net niet het deel van maart 1698. De BnF was echter zo vriendelijk om mij een pdf te sturen van de microfilm die indertijd van het kwestbare werkje is gemaakt.[4] Ik kan nu voor het eerst de volledige tekst van het lied presenteren.

Natura diverso gaudet.
Un seul plaisir à la fin nous ennuie;
Mais contre cet ennuy je sçay bien un secret,
Je bois bouteille & je vais chez Silvie,
Puis au sortir de la la la,
De là je rentre au cabaret:
Amis, mêlons ainsi les plaisirs de la vie.

Vertaling

De natuur houdt van afwisseling.
Eén enkel pleziertje verveelt ons uiteindelijk,
Maar tegen deze verveling weet ik een goed geheim/remedie.
Ik drink een fles en ik ga naar Silvie.
Vervolgens, bij het verlaten van la, la, la
Ga ik van daar terug naar het cabaret.
Vrienden, laten we zo de geneugten van het leven combineren.
De natuur houdt van afwisseling.

Afgezien van enkele kleine verschillen ontbreken bij Weyerman de eerste en laatste versregel. Citeerde Weyerman uit het hoofd en was hij vergeten dat het lied begint en eindigt met een Latijnse versregel?

Natura diverso gaudet betekent: Natuur houdt van afwisseling. De zin krijgt een totaal andere betekenis als we die op z’n Frans uitspreken:

Nature a dit: ‘Verse au godet’.

Deze zin betekent: Natuur heeft gezegd: ‘Schenk (maar) in een beker/emmer’.

Dit is natuurlijk een prachtige zin om een drinklied mee te beginnen en te eindigen.

Dit was de 250e Voetnoot. Ik wil Rietje van Vliet hartelijk bedanken voor haar redactiewerk. Samen met Jac hef ik het glas en drinken we iedereen toe die ons in de afgelopen vijf jaar heeft gevolgd en onze Voetnoten heeft gelezen. – Jan Bruggeman


[1] Den Amsterdamschen Hermes, dl. 2, afl. 33-35 (11, 18 en 25 mei 1723). De bespreking staat in Voetnoot 99, Voetnoot 100 en Voetnoot 101.

[2] Den Amsterdamschen Hermes, dl. 2, afl. 35 (25 mei 1723), p. 278.

[3] Robin Bourcerie, De la chanson à l’air à boire. Histoire d’une pratique musicale singulière au XVIIe siècle (Lyon 2020), p. 189.

[4] Recueil d’airs sérieux et à boire, de differents auteurs. Pour le mois de mars 1698 (Parijs 1698), p. 50-51. Ex. BnF: Vm7-531c.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Voetnoot 250

  1. Peter Altena schreef:

    Veel dank, voetnootmannen; veel dank, Rietje. Hopelijk is er een manier te vinden om het goede werk een voortzetting te bezorgen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.