Egypte in het werk van Weyerman (2)

Pietro della Valle (1586-1652)

donderdag 25 augustus 2022 – Door de toenemende contacten met verre en exotische landen legden in Nederland vooral particulieren uit de burgerij in de 16e, 17e en 18e eeuw collecties aan van zeldzame voorwerpen in rariteitenkabinetten. Een Egyptische mummie mocht daarin niet ontbreken.

Maar door de grote vraag naar het geneesmiddel mummie, waarvoor vele mummies vermalen werden, was het lastig om aan een compleet exemplaar te komen. De enige oplossing was om zelf naar Egypte te reizen om daar een mummie op te graven.

In deze aflevering komt een passage uit Weyermans Historie des pausdoms ter sprake over een reiziger die naar Egypte ging om gave mummies te verwerven.

Op zoek naar mummies in Egypte – De bewuste passage in De historie des pausdoms gaat over de Romeinse patriciër Pietro della Valle, die tussen 1615 en 1626 door Turkije, Egypte, Palestina, Perzië en India trok en in 1615 Egypte bezocht. Over zijn reizen schreef hij 54 brieven aan zijn vriend, Mario Schipiano, professor in de medicijnen in Napels. In 1650 verscheen het eerste deel van de driedelige Italiaanse publicatie van de brieven, Viaggi di Pietro della Valle, waarin ook Egypte aan bod komt, en in 1664 kwam de Nederlandse vertaling hiervan uit: De voortreffelyke reizen van de deurluchtige reiziger Pietro della Valle.[1]

Weyerman roept in zijn werk het beeld van Pietro della Valle op, die zelf de woestijn in trekt om onder gevaarlijke omstandigheden én in de hitte mummies op te graven in de grafvelden van Memphis:

[…] ja Pietro della Valle, die zo veel Hette en Gevaar heeft uytgestaan, in ’t spitten en delven na Egyptische Mumien, en Zandzee-Koningen, was zo min te vergelyken bij Paap Jan, als de Tent met de Vier Kroonen te vergelyken is by het Schouwburg van de glaaze Kroonen.[2]

[…] die zal gewis vry dieper moeten daalen om hem op te zoeken, als Pietro della Valle in de Memphische Grafsteden der gebalsemde Egyptenaars daalde, om de kurkdrooge Mumien op te zoeken.[3]

Wat Weyerman over Della Valle schrijft, kunnen we in hoofdstuk 25 van De voortreffelyke reizen controleren. Hierin doet de Italiaanse edelman uitgebreid verslag van zijn bezoek aan het dorp Sakkara en de oud-Egyptische necropool.[4]

Op zoek naar nieuwe mummieputten – Op 9 december 1615 reisde Della Valle vanuit Caïro naar Sakkara. Bij aankomst in het dorp liet hij bekendmaken dat hij graag een mummie wilde hebben én dat goede gravers zich bij hem konden melden om tegen betaling naar mummies te zoeken. 

De volgende ochtend stonden meer dan vijftig mannen hem voor de herberg op te wachten, want iedereen wilde wel iets verdienen. Della Valle had in zijn gevolg ook nog eens dertig man aan huisgenoten, soldaten en vrienden uit Caïro. Zo’n tachtig mannen gingen dus op weg naar de necropool om mummies te zoeken. Delle Valle en zijn entourage waren ‘als helden gewapent’.

Zo ver als het oog reikte, was er op de plaats van bestemming een grote zandvlakte met diepe putten te zien. Hierin waren ooit mummies begraven, maar nu was alles leeggehaald. De gravers gingen op zoek naar nieuwe putten. Della Valle zette bij iedere kuil iemand uit zijn eigen kring om een oogje in het zeil te houden. De gravers moesten hem roepen als er iets van belang werd gevonden.

Een van de gravers fluisterde tegen de tolk, dat hij ergens anders een prachtige mummie had. Als Della Valle die wilde kopen, moest hij meekomen, maar de andere gravers mochten hiervan niets weten. Della Valle, zijn dienaar Thomas, de tolk en nog iemand uit zijn gevolg liepen met de man mee. Na lange tijd kwamen ze bij een put die drie of vier dagen daarvoor gevonden en geopend was.

Eerste rijk versierde mummie gevonden – De bewuste mummie (van een man) werd vlakbij de put onder het zand vandaan gehaald, op gedetailleerde wijze beschreven in De voortreffelyke reizen. Interessant is dat Della Valle niet alleen het gemummificeerde lichaam beschrijft, maar ook een link legt naar het geneesmiddel mummie en het bijbelverhaal over de opwekking van Lazarus:

Dit lijk lag uitgestrekt, en scheen naakt te zijn, behalven dat het zeer dicht met veel ellen fijn lijnwaat was bewonden, dat men met deze gom had gebalsemt, die, met het vleesch vermengt, onder ons Mummie word genoemt, en tot geneesmiddelen gebruikt. Deze doeken en windselen deden my terstont aan Lazarus gedenken […].

Het lichaam was voorzien van een zogenaamd mummieportret. Dit is een portret van de overledene, geschilderd op een houten paneel of rechtstreeks op de linnen lijkwade:

Voorts, by dit lighaam was een deksel van ’t zelfde lijnwaat, geschildert en verguld, cierlijk genaait, en gewast, gelijk ik geloof, en met veel merken op loot gedrukt, die de staat van deze persoon te kennen gaven. Wijders, op het buitenkleet, daar het lighaam in bewonden was, had men, als op het deksel van een kasje, de beeltenis van een jongeling geschildert, die zonder twijffel de gelijkenis van de dode was […].

De mummie had ook allerlei gouden versieringen en kostbare stenen:

Zijn hooft was gedekt met een verciering van gout, met kostelijke gesteenten verrijkt, daar onder men zijn zwart en gekrult hair zag uitkijken. Zijn baart, zeer klein zijnde, was ook zwart en gekronkelt […].

Pietro della Valle kocht de mummie voor slechts drie piasters, maar hij ‘gevoelde byna enige knaging’ dat hij zo’n belangrijk voorwerp zo goedkoop had verkregen. 

Tweede én derde mummie gevonden – Een tweede mummie werd uit de put gehaald; dit keer van een beeldschone jonge vrouw. Haar kleding was nog rijker versierd dan die van de man, met veel goud en stenen. Zij droeg oorhangers met stenen, armbanden en juwelen aan beide handen. Ook voor deze mummie betaalde Della Valle drie piasters, nog voordat de man een andere prijs kon bedingen. 

Della Valle kon tevreden zijn. Maar er was ook twijfel. Hij wilde graag zelf in de diepe kuil afdalen om te controleren of dit wel een nieuwe put was. Nadat hij aan een lang touw naar beneden was gelaten, zag hij om zich heen graven met dode lichamen. Dit was voor hem het bewijs dat het inderdaad om een nieuwe, net geopende put ging. Helemaal beneden lag een zwaar beschadigde met goud versierde en beschilderde mummie van een jonge vrouw. Della Valle wilde alleen de klomp kostbare mummie uit het lichaam halen, waartoe hij het gemummificeerde lichaam in stukken liet breken: 

Ik dee het in mijn tegenwoordigheit aan stukken breken, zo om van de samenmenging der gebeenten met de gom t’oordelen, als om deze stoffe te hebben, die men in geneesmiddelen gebruikt, en, gelijk gy weet, in hoge achting is: te meer om dat zy daar achten dat deze Mummie van Jonkvrouwen, die noch maachden zijn, de beste is […].

Hij had dus voor een spotprijsje een paar mooie mummies aangeschaft, beide voorzien van een mummieportret. Hij voelde zich wel schuldig over de lage prijs die hij hiervoor had betaald en realiseerde zich ook dat hij de rust van beide mummies had verstoord. Dat hij de derde mummie in stukken had laten breken om er het geneesmiddel mummie uit te halen, leek hem echter niet te deren. 

Nadat Della Valle zijn zaken in Sakkara had afgehandeld, keerde hij terug naar Caïro met al zijn schatten ‘als in zegepraal, en met roof geladen’. Het gevoel van triomf over de verworven mummies werd maar deels overschaduwd door zijn geweten. 

Winckelmann en de mummies – Della Valle nam zijn Egyptische vondsten mee naar Rome voor zijn collectie oudheden. Over de ontdekking van de mummies kon iedereen lezen in zijn reisverslag, dat in 1650 in Rome verscheen. De bekende Duitse jezuïet en geleerde Athanasius Kircher (1602-1680), die in Rome werkte en zeer in het oude Egypte geïnteresseerd was, zag de beide mummies en publiceerde afbeeldingen hiervan in het derde deel van zijn Oedipus Aegyptiacus.[5]

Na de dood van Pietro della Valle werd diens verzameling oudheden verkocht. De mummies verdwenen decennialang van het toneel om aan het begin van de achttiende eeuw op te duiken in de collectie van kardinaal Filippo Antonio Gualtieri (1660-1728). 

In 1728 werden ze aangekocht voor August I, keurvorst van Saksen, in Dresden (ook bekend als August II de Sterke, koning van Polen). Daar, in de koninklijke verzameling van oudheden, werden de mummies in 1756 geïdentificeerd door de Duitse archeoloog en kunsttheoreticus Johann J. Winckelmann (1717-1768) aan de hand van de beschrijving van Pietro della Valle. Winckelmann stelde vast dat de mummies uit de Romeinse tijd stammen.

De huidige datering van de mummies is laat-Romeins, laat derde tot midden vierde eeuw na Christus. De twee mummies die Della Valle meenam, waren overigens de eerste exemplaren in Europa die van een mummieportret waren voorzien. De mummies hebben Dresden niet meer verlaten en zijn op dit moment in het bezit van de Staatliche Kunstsammlungen Dresden (SKD).[6]

Goethe en de mummies – Pietro della Valle wordt niet alleen door Weyerman genoemd, maar ook door Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832), namelijk in zijn West-östlicher Divan, een collectie lyrische gedichten, geïnspireerd door de viertiende-eeuwse Perzische dichter Hafez (1325-1390). 

Een van de landen die Pietro della Valle op zijn reizen bezocht, was Perzië. Samen met zijn vrouw Maani verbleef hij meer dan een jaar in Isfahan, waar hij werd ontvangen aan het hof van Sjah Abbas de Grote (1557-1628). Della Valle schreef uitgebreid over zijn tijd in Perzië en Goethe las zijn reisverslag. Dat Goethe hiervan zeer onder de indruk was, blijkt uit het afsluitende hoofdstuk ‘Besserem Verständnis’, waarin hij een toelichting geeft op bepaalde begrippen en historische personen, onder wie Pietro della Valle. In 27 pagina’s vertelt Goethe uitgebreid over de belevenissen van Pietro della Valle en diens vrouw Maani in Perzië. In de aparte paragraaf ‘Entschuldigung’ legt hij uit waarom hij zo veel aandacht aan de ontdekkingsreiziger besteedt:

In diesem Sinne hab’ ich Peter della Valle umständlich dargestellt, weil er derjenige Reisende war, durch den mir die Eigenthümlichkeiten des Orients am ersten und klarsten aufgegangen, und meinem Vorurtheil will scheinen daß ich durch diese Darstellung erst meinem Divan einen eigenthümlichen Grund und Boden gewonnen habe.[7]

Pietro Della Valle speelde dus een belangrijke rol bij het ontstaan van de dichtbundel West-östlicher Divan.

Tot slot – Wat Weyerman schreef over de opgravingen van Pietro della Valle in Sakkara, klopt met de inhoud van diens reisverslag. Het is daarom niet ondenkbaar dat Weyerman De voortreffelyke reizen van Della Valle heeft gelezen. 

Weyerman haalde voor zijn werk ook regelmatig informatie uit de Le grand dictionaire van Moréri. In de uitgave van 1692 staat een lemma over Sitti Maani Gioerida, de vrouw van Della Valle.[8] Een apart lemma over Pietro della Valle vond ik echter pas in de uitgave van 1759, die echter lang na de dood van Weyerman is verschenen.[9] De naam van Pietro della Valle komt in dit naslagwerk wel in enkele andere lemmata voor, die verband houden met Turkije en Perzië, landen die Della Valle bezocht en beschreef in zijn Viaggi di Pietro della Valle. Misschien kwam Weyerman de naam van Della Valle toevallig tegen in Le grand dictionaire, maar over zijn avonturen in Egypte heeft hij naar mijn idee hierin niets kunnen vinden.

Weyerman schreef over het geneesmiddel mummie en over mummies die in Sakkara werden opgegraven en meegenomen naar Europa. Maar dat is nog niet alles. In enkele van zijn werken maakt hij ook melding van een mummie van koninklijke bloede, die zich in Leiden bevond. Hierover meer in de volgende en laatste aflevering van ‘Egypte in het werk van Weyerman’. – Janny Roos

Illustraties
(1) Illustratie uit Pietro della Valle, De voortreffelyke reizen van de deurluchtige reiziger Pietro della Valle, edelman van Romen, in veel voorname gewesten des werrelts, sedert het jaar 1615 gedaan, dl. 2 (Amsterdam 1664), na p. 112. (2) Foto’s van de mannelijke (A) en vrouwelijke (B) mummie die Pietro della Valle uit Egypte meenam en die nu deel uitmaken van de Staatliche Kunstsammlungen Dresden (SKD), in: S. Zesch, M. Gander, M. Loth, et al., ‘Decorated bodies for eternal life. A multidisciplinary study of late Roman Period stucco-shrouded portrait mummies from Saqqara (Egypt)’, in: PLoS ONE 15 (2020). 


[1] [Pietro della Valle], Viaggi di Pietro della Valle, il pellegrino, dl. 1 (Rome 1650). [Pietro della Valle], De voortreffelyke reizen van de deurluchtige reiziger Pietro della Valle, edelman van Romen (Amsterdam 1664).

[2] Jacob Campo Weyerman, De historie des pausdoms, dl. 1 (Amsterdam 1725), p. 252.

[3] Jacob Campo Weyerman, De historie des pausdoms, dl. 2 (Amsterdam 1725), p. 238. Weyerman noemt Pietro della Valle ook in Den Laplandschen tovertrommel (1731), afl. 6, p. 41.

[4] De informatie en citaten in dit deel van het artikel zijn afkomstig uit [Pietro della Valle], De voortreffelyke reizen van de deurluchtige reiziger Pietro della Valle, edelman van Romen (Amsterdam 1664)p. 110-118.

[5] Athanasius Kircher, Oedipus Aegyptiacus, dl. 3 (Rome 1654), p. 433.

[6] S. Zesch, M. Gander, M. Loth e.a., ‘Decorated bodies for eternal life. A multidisciplinary study of late Roman period stucco-shrouded portrait mummies from Saqqara (Egypt)’, in: PLoS ONE 15 (2020), p. 1-37, aldaar p. 4.

[7] Johann Wolfgang von Goethe, West-östlicher Divan (Wenen/Stuttgart 1820), p. 411-437.

[8] Lemma ‘Sitti Maani Gioerida’, in: L. Moréri, Le grand dictionaire historique, dl. 4 (Utrecht/Leiden/Amsterdam 1692), p. 395. 
Pietro della Valle ontmoette zijn uit Georgië afkomstige vrouw Maani in Bagdad. Zij trouwden en gingen samen op reis naar Perzië. Op de thuisreis naar Europa overleed zij in India. Della Valle liet haar lichaam met kamfer balsemen en nam het mee in een loden kist naar Rome. Maani werd begraven in het graf van de familie Della Valle in de Santa Maria in Aracoeli in Rome.

[9] Lemma ‘Valle (Pietro della)’, in: L. Moréri, Le grand dictionnaire historique, dl. 10 (Parijs 1759), p. 440.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.