Kerstemans eerste verblijf in Breda

woensdag 26 oktober 2022 – Een jaar voor zijn overlijden verscheen de autobiografie van broodschrijver Franciscus Lievens Kersteman (1728-1793): het tweedelige Leven van F.L. Kersteman, door hem zelven beschreven, in 1792 uitgegeven bij zijn Amsterdamse boekverkoper Jan Barend Elwe. Al een paar keer heb ik laten zien hoe zijn levensverhaal vol zit met borstklopperijen en spannende anekdotes waarvan het waarheidsgehalte minimaal is.[1]

Maar wat hebben Kersteman en Breda, de stad waar de grondvergadering van het JCW dit jaar plaatsvond, met elkaar te maken? Tot nu toe kwamen alleen de Hollandse plaatsen Den Haag, Rotterdam en Voorburg voorbij. Welnu, onze held verbleef in de eerste decennia van zijn lange leven een paar maal in Breda, al laat hij zich daarover in zijn autobiografie nauwelijks uit. Vermoedelijk omdat zijn verblijf in de stad te maken heeft met een paar duistere kanten van zijn rijke leven.

Zo zwijgt Kersteman over het jaar 1746/47, toen zijn moeder Margaretha zich met zus Engelina vestigde in huize Antwerpen aan de Grote Markt (het meest linker huis op de afbeelding hierboven; uit 1820 overigens). Zelf had hij dienst genomen in het Staatse leger: als cadet reisde hij mee met zijn regiment, van garnizoensplaats naar garnizoenplaats. Eenmaal in Breda had hij tijdelijk zijn intrek genomen bij zijn moeder. Over dit eerste verblijf in Breda schrijft hij niets. Dat wil zeggen, zijn herinneringen verknopen zich hier tot een onontwarbare kluwen gebeurtenissen. Niet te volgen.

Maar wel is duidelijk dat Kersteman zijn militaire carrière van belang vindt en waard om in zijn autobio te vermelden: hij laat zichzelf als held schitteren tijdens het beleg van Bergen op Zoom in 1747, waarna hij als 19-jarige tot vaandrig werd bevorderd. 

Verder speelt hij de vermoorde onschuld in zijn relaas over zijn verlofperiode in Den Haag. We zijn nu in 1750 beland, toen Kersteman 22 jaar was. Hij zocht naar eigen zeggen een oude liefde op, uiteraard een dame met geld. Om zichzelf als een geschikte huwelijkskandidaat te presenteren kocht hij voor haar op de pof, voor een bedrag van ruim 2000 gulden, een aantal kostbare juwelen bij de Haagse juwelier Thomeze. Om geloofwaardig over te komen en zijn kredietwaardigheid te onderstrepen mompelde onze held iets over zijn rijke oom in Rotterdam en schepte hij op over zijn goede contacten met de stadhouder, bij wie hij naar eigen zeggen dagelijks over de vloer kwam. De juwelier was overtuigd, leverde de sieraden meteen, kreeg al snel argwaan en eiste boter bij de vis. Maar alles wat hij kreeg, waren loze beloften, valse wissels, maar geen geld of juwelen.[2]

Thomeze probeerde uiteraard de juwelen of anders het geld terug te halen, maar tevergeefs. Ondanks zijn vasthoudendheid kreeg hij Kersteman vooralsnog niet te pakken. Maar Kersteman was niet handig. Zonder daarvoor toestemming te hebben rekte hij zijn verlof almaar op. Het gevolg was dat men zich in zijn garnizoen, dat zich toen in Kampen ophield, begon af te vragen waar de vaandrig bleef.

Pas na de tweede of derde oproep keerde hij terug naar zijn regiment, waar hem een warm onthaal wachtte in de vorm van een arrestatie: wegens zijn ongeoorloofd wegblijven, wegens zoekgeraakt compagniegeld en wegens gesjoemel met wissels. De Haagse juwelenroof bij Thomeze werd hem vreemd genoeg niet ten laste gelegd. Op 8 juli 1750 werd hij door de Hoge Krijgsraad veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar en zes weken bij de provoost die in zijn regiment verantwoordelijk was voor orde en tucht. Ook de proceskosten kwamen voor zijn rekening.

Als militair gevangene reisde hij daarna met zijn regiment mee van de ene garnizoenplaats naar de andere. In 1752 zou hij terugkeren in Breda, waar een belangrijke ontmoeting zijn leven als broodschrijver zou inluiden. – Rietje van Vliet (wordt vervolgd)


[1] Zie op deze site: De adellijke afkomst van Kersteman (20-10-2022), De ruziënde ouders van Kersteman (21-10-2022) en Kersteman als flierefluiter (24-10-2022).

[2] Over de hele kwestie, incl. rechtsgang: M.L. Dorreboom, ‘Franciscus Lievens Kersteman in Den Haag. Een oplichtingszaak in 1752’, in: Pro Memorie. Bijdragen tot de Rechtsgeschiedenis der Nederlanden 4 (2002) 2, p. 331-346

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.